Barbaren

Terwijl de ruiten rinkelden in Quebec, boog de intelligentsia in Amsterdam zich ook over een aantal problemen. In De Balie groef een delegatie van de zogenaamde `verloren generatie' in het eigen geweten over de vraag waarom ze het maar niet heeft kunnen winnen van de gehate babyboomers. Even verderop, in Felix Meritis, werden de publicisten Michaël Zeeman en Paul Scheffer in de hoek van de ring gedrukt door Rudy Kousbroek in een debat over de verloedering van de cultuur en de dictatuur van de markt. Het generatieconflict uit De Balie, zou je kunnen zeggen, werd zodoende een paar deuren verder alsnog beslecht – en wederom in het voordeel van de ouderen. Zij het, afgaande op de berichten, eerder met adrenaline dan met argumenten.

De bijeenkomst van halve flagellanten in De Balie was al vreemd. Natuurlijk is er volop reden om je te ergeren aan de aanhoudende rugwind die de babyboomers nu al hun hele leven voortdrijft. Natuurlijk is het niet leuk om in de schaduw te leven van een Grote Broer en Zus die alles spannender en indringender en beter hebben beleefd – en nu rustig willen uitbuiken in een hypotheekvrije maatschappelijke ruimte. Maar waarom zo'n oefening in zelfbeklag? De enige manier om je voet tussen de deur te krijgen, is hem ertussen te zetten – en niet eindeloos te zaniken over de vraag waarom je niet de schoenmaat, het type zolen en de kleur sokken hebt die daarvoor nodig zijn. Geen van de smaakmakers van het debat, onder wie opnieuw Michaël Zeeman (die vooral één ding niet wil: hip zijn), bleek in staat een marsroute uit te zetten voor de toekomst, behalve de vrijblijvende oproep om het vooral `pragmatisch' aan te pakken.

Het spiegelbeeld van dat gebrek aan zelfvertrouwen was dus te vinden in het Felix Meritis-debat. Opmerkelijk genoeg was het juist Rudy Kousbroek die zijn gesprekspartners een vals bewustzijn toeschreef toen die een poging deden het sombere beeld van een alles verwoestende commercie te nuanceren: `Je doet alsof je niet weet wat er aan de hand is', zei hij tegen Scheffer. Er was sprake van algehele `barbarij'. De aanslag op de cultuur is, met andere woorden, totaal en wie dat niet beaamt, is ofwel ziende blind ofwel te kwader trouw. Dat is ironisch genoeg een manier van redeneren die vroeger – toen Scheffers generatie op de barricaden stond – door bedachtzame rationalisten als Kousbroek werd bestreden als ondeugdelijk en zelfs gevaarlijk. De zelfbeklagers in De Balie bleken dus minder te hebben geleerd van hun agressieve voorgangers dan in Felix de vertegenwoordigers van wat de socioloog Henk Becker, met een misleidende term, de `stille generatie' heeft gedoopt.

Het zijn natuurlijk ook verwarrende tijden, maar dat maakt ze juist interessant. Het optreden van de actievoerders die in Quebec baksteensgewijs proberen aan te tonen dat het IMF geen panacee is voor de wereldproblemen en het geklaag over de vulgarisering van de cultuur hebben een ding gemeen. Beide getuigen zij het onder verschillende generaties, van groeiend onbehagen met een maatschappelijke orde die draait om maakbaarheid, nuttigheidsdenken, en de algehele rationalisatie van collectieve en individuele processen, van de transformatie van een derdewereldeconomie tot de culturele dienstverlening aan een gearistocratiseerde massa. In deze nachtmerrie is het ideaal van zelfontplooiing omgeslagen in het schrikbeeld van de massale productie van ontplooide individuen door een hypergerationaliseerd economisch systeem.

Diezelfde paradoxale omslag van hang naar zelfontplooiing en culturele verheffing in angst voor dwang en uniformering is te zien in de debatten over het onderwijs (waar de leerling centraal moet staan, met zijn duizenden tegelijk) en, in een andere vorm, in de opschudding over de uitspraken van minister Borst in deze krant over de Drion-pil. Het is ook precies de zwakke plek van het neoliberalisme: van het individu wordt tegelijkertijd te veel en te weinig gevraagd. Enerzijds is het heilig, onaantastbaar en een doel in zichzelf; anderzijds is het een uitwisselbare consument, een klant, een variabele in een economische vergelijking.

Zulke schrikbeelden kunnen natuurlijk de gevoeligheid scherpen voor de keerzijden en dilemma's van een hoogontwikkelde liberale samenleving. Borst heeft bijvoorbeeld met haar Drion-uitspraak, puur zakelijk bezien, een heersende pragmatische manier van denken consequent doorgevoerd. We hebben individualisering omarmd – dus waarom stoppen aan de poort naar het hiernamaals? Waarom geen Drion-pil? Trouwens, waarom zou een dertiger die zich te pletter verveelt daar nog veertig jaar op moeten wachten?

Op die vragen zijn overtuigende antwoorden te geven. Autonomie is niet absoluut, de plichten en verantwoordelijkheden tussen individu, familie, samenleving en overheid die vereist zijn voor een vitale gemeenschap, kunnen niet even worden weggewuifd onder het mom van zelfbeschikking. Het probleem is alleen dat juist een overheid die zich opstelt als een loket, met burgers als klanten, het moeilijk zal hebben om dat uit te leggen. Zoals een samenleving die zich heeft aangeleerd om vooral te praten in procedurele en logistieke termen het moeilijk zal vinden om weerwoord te bieden aan doemdenkers die in de verkoopcijfers van Stephen King meteen maar het failliet van de westerse cultuur zien.

Wat te doen? Allereerst: weg van het doemdenken, terug naar de empirie. Dan kan er tenminste een eigentijdse, toekomstgerichte en nuchtere diagnose worden gesteld van de risico's – en dus kansen – die het huidige tijdsgewricht biedt. Want de markt mag een moloch zijn, de wereld is gelukkig nog altijd groot, vol van dingen, dubbelzinnig, en onbeheersbaar. Een ontwapenende keerzijde van de gesmade bestseller-cultuur in de letteren is bijvoorbeeld te lezen in het boekje Kader, Lulu, Moses en ik van Nausicaa Marbe, waarin de Roemeense schrijfster een signeersessie met drie beroemdere collega's beschrijft. Aan het eind van de avond wil een tevreden lezeres niet haar boek, maar wel haar handtekening – in een zojuist gekocht exemplaar van Moses Isegawa's boek. `Anders is de avond niet compleet.'

Erg Nederlands. Maar barbaars?