Afscheid van een ijzervreter

Jack Welch is bezig aan zijn laatste jaar bij General Electric, een conglomeraat met 120 miljard dollar omzet per jaar. Welch wordt in managementkringen en door zijn aandeelhouders verafgood. Toch is er ook kritiek op Welch de potentaat en op de manier waarop General Electric op tal van terreinen de moraal aan zijn laars lapte. De staat van dienst van `Neutronen Jack'.

Jack Welch, de vertrekkende topman van General Electric, heeft gezegd dat hij gelooft in planmatig opportunisme. Het houdt in dat het in een bedrijf geen zin heeft om een gedetailleerd strategisch plan op te zetten, want de omstandigheden veranderen voortdurend. Het is dus beter een paar doelstellingen te formuleren en managers de vrijheid te geven naar goeddunken te handelen om die te bereiken dan om alles tot in de puntjes te regelen. Welch zei dat hij tot dat inzicht kwam na het lezen van Johannes van Moltke die het weer van Karl von Clausewitz had overgenomen.

Zeer onlangs nog was een sprekend voorbeeld te zien van Welch' opportunisme. In zijn meest recente jaarlijkse brief aan de GE-aandeelhouders schreef Welch dat GE al sinds 1995 zijn meest bekende managementregel niet meer volgt. Die regel luidt dat je in elke bedrijfsactiviteit nummer een of twee moet zijn of dat moet kunnen bereiken. Zo niet, dan moet je eruit stappen. Vijftien jaar geleden gebruikte Welch die regel als argument om allerlei GE-onderdelen af te stoten. Grote gebieden in de staat New York, Pennsylvania en Ohio werden dientengevolge getroffen door stijgende werkloosheid en ze zijn daar nog niet overheen. Dankzij zijn optreden destijds verwierf Welch de bijnaam Neutron Jack: de werknemers gingen eraan, de gebouwen bleven staan.

Zes jaar geleden is Welch dus van zijn managementcredo afgestapt. Volgens Welch heeft de regel sowieso nooit gewerkt en was GE ook helemaal niet nummer één of twee in al zijn activiteiten. Intern werden echter de markten voortdurend zodanig gedefinieerd dat GE met al zijn activiteiten op een van de hoogste plaatsen eindigde. ,,Wat die bureaucratie van ons had gedaan was simpelweg markten nauw genoeg omschrijven zodat wij er als nummer een of twee uit te voorschijn kwamen'', bekende Welch onlangs in de New York Times.

Welch werd in 1995 op dit feit gewezen door een klas middelmanagers aan de interne managementopleiding van GE. Gevraagd aan Welch wat de les is van het introduceren en weer laten verdwijnen van de beroemde nummer 1 of 2 regel bij GE, antwoordde de baas: ,,Je moet beseffen dat de beste ideeën op den duur beperkend kunnen zijn. En je moet beseffen hoe belangrijk het is om een zodanige informaliteit binnen een bedrijf te bewaren dat een klas middelmanagers aangemoedigd wordt de lievelingsideeën van de baas tegen het licht te houden. GE heeft wat ik graag een cultuur van leren noem en dat betekent leren van iedereen.''

Het is opvallend dat Welch wijst op informaliteit binnen zijn bedrijf en daar kennelijk van overtuigd is. Er is namelijk altijd veel lof voor Jack Welch wegens de financiële prestaties van GE onder zijn leiderschap, maar als belangrijkste schaduwkant wordt meestal genoemd dat Welch een potentaat is, geen kritiek of tegenspraak duldt en zijn managers zodanig onder druk zet dat er een hoog percentage burn-outs is. Harde cijfers zijn daarover niet bekend, maar er worden wel regelmatig voorbeelden van aangehaald. Managementconsultant en auteur Tom Peters, vooral bekend van In Search of Excellence, stelt Welch' leiderschapsstijl zelfs gelijk aan zijn managementsstijl. Hij noemt het `management by fear'.

Jack Welch is bezig aan zijn laatste jaar bij General Electric. Hij heeft er twintig jaar op zitten. Sinds de opvolging is geregeld – in november werd bekend dat Jeffrey Immelt het roer overneemt – is het terugblikken begonnen. Deze week zal Welch voor de laatste maal een aandeelhoudersvergadering van GE leiden. Het zal een feest worden, want op de financiële prestaties valt weinig af te dingen. De waarde van het aandeel GE is meer dan vervijftienvoudigd en de marktkapitalisatie is sinds 1990 vertienvoudigd en nu met 500 miljard dollar een van de hoogste van alle Amerikaanse bedrijven.

Welch is het idool van veel Amerikaanse managers en een voorbeeld in de managementliteratuur. Het is moeilijk gezaghebbende Welch-critici te vinden. Aan de business schools in de Verenigde Staten zitten kennelijk geen uitgesproken critici of vijanden van Welch, want negatieve uitlatingen over hem zijn nauwelijks te vinden. Genoemde Tom Peters is een van de weinige critici, hoewel hij zich ook zeer lovend over Welch heeft uitgelaten. Niemand kan om de talenten van Welch heen, want hij is intelligenter, energieker, doortastender en verbaal begaafder dan de doorsnee-manager. Topmanagers die een loopbaan bij GE achter de rug hebben zijn zeer gewild bij andere bedrijven. In de praktijk blijkt echter dat het succes van GE-managers elders fifty-fifty is, dus een even grote gok als wanneer je kop of munt gooit.

Welch zelf is in tegenstelling tot wat je de afgelopen jaren over hem hoort niet onfeilbaar en hij heeft in zijn loopbaan als topman toch de nodige steken laten vallen. Het fiasco Kidder, Peabody bijvoorbeeld kostte GE 1,2 miljard dollar. Het oude effectenhuis kwam in 1986 onder de vleugels van GE Capital en GE-beschermeling Michael Carpenter had er de leiding. Een obligatieschandaal met handelaar Joseph Jett in de hoofdrol leverde GE een slechte naam en bovendien een prijskaartje van 350 miljoen dollar aan verliezen. GE verkocht wat restte van Kidder aan Paine Webber en Carpenter kreeg de doodsteek van Welch. Jett is nooit veroordeeld, maar Welch was in 1994 in de Amerikaanse media de gebeten hond. Newsweek sprak van `een barst in het voetstuk' waarop Welch was geplaatst en andere media gebruikten frasen als `de veelgeplaagde topman'. Het hielp daarbij niet dat Welch bezig was televisiebedrijf NBC te verkopen maar ronduit weigerde toen hij niet de prijs kon krijgen die hij vroeg. Kon de dealmaker geen deals meer sluiten? NBC is nog steeds onderdeel van GE en Welch heeft achteraf bezien beslist geen ongelijk.

Welch is op geld gericht en het lijkt hem louter en alleen om hogere nettowinst voor het conglomeraat te gaan. Dat steekt toch veel mensen, niet in de laatste plaats ex-werknemers. Thomas O'Boyle schreef enkele jaren geleden het boek At Any Cost (New York, 1998), dat zich meedogenloos richt op de misstappen van Welch. Hij deed goed zijn huiswerk en sprak honderden (oud-)werknemers. O'Boyle was voorheen werkzaam bij de Wall Street Journal, onder meer als correspondent in Duitsland. Nu is hij adjunct-hoofdredacteur bij de Pittsburgh Post-Gazette. ,,Winst of verlies is niet de enige manier om een bedrijf te beoordelen'', zegt O'Boyle telefonisch vanuit Pennsylvania. ,,De vraag is: tegen welke kosten bereikt GE zijn winst? Wat zijn de kosten voor de gemeenschap om ervoor te zorgen dat GE zijn winstgroei bereikt?'' Volgens O'Boyle is GE een uitgesproken voorbeeld van een bedrijf dat winst zoveel mogelijk privatiseert en de gemeenschap voor de kosten laat opdraaien. ,,De man in Erie (Pennsylvania) die van de ene op de andere dag zijn baan bij GE verloor en zich ophing'', aldus O'Boyle, ,,is niet de zorg van GE meer. Zijn vrouw en kinderen die zich nu moeten zien te bedruipen ook niet. Daar kan de maatschappij voor opdraaien.''

O'Boyle zou graag zien dat Amerikaanse bedrijven, en vooral GE, wat meer verantwoordelijkheid tegenover de gemeenschap tonen, in plaats van ten koste van die gemeenschap de inkomsten voor aandeelhouders te vergroten. Volgens O'Boyle heeft GE onder Welch zijn morele verplichtingen steeds meer aan zijn laars gelapt.

Een voorbeeld daarvan is het stadje Schenectady (staat New York) waar de bakermat van GE ligt. Daar werd in 1886 Edison Machine Works gevestigd, door – jawel – de beroemde Thomas Alva Edison. In Schenectady lopen vandaag de dag heel wat verbitterde mensen rond. Ontslaggolf na ontslaggolf teistert dit stadje al decennialang. ,,Er werkten hier ooit veertigduizend man bij GE, nu zijn het er hoogstens nog vijfduizend'', zegt Helen Quirini, een 81-jarige ex-werknemer van het bedrijf. Onder Welch gingen er twintigduizend banen verloren. Quirini werkte 39 jaar bij GE en ging in 1980, een jaar voor Welch aantrad, met pensioen. Sindsdien is ze `president' van het GE Justice Fund. Ze spreekt schande over hoe GE de pensioenverplichtingen ten aanzien van zijn ontslagen ex-werknemers en gepensioneerden ontduikt. Quirini is lid van de vakbond IUE/CWA (International Union of Electrical Workers/Communications Workers of America).

,,Het pensioenfonds van GE, dat 49,7 miljard dollar rijk is, heeft een surplus van 21,3 miljard dollar'', aldus Quirini, ,,maar wij hebben mensen hier die onder de armoedegrens moeten leven omdat GE hun pensioen altijd onvoldoende heeft aangepast aan de gestegen kosten van levensonderhoud.'' Door een boekhoudkundige truc kan 1 miljard dollar van het surplus bij de winst worden opgeteld zodat in het afgelopen jaar 29 procent van de nettowinst afkomstig was uit het pensioensurplus. Quirini kent talloze voorbeelden van gepensioneerden die hun pensioentje in de loop der jaren steeds minder waard zagen worden. Zij hoopt deze week op de aandeelhoudersvergadering in Atlanta het GE-feestje ter ere van Jack Welch enigszins te kunnen bederven door actie te voeren en pamfletten uit te delen.

Net als veel andere bedrijven maakt ook GE gebruik van mazen in de wet die het bedrijven mogelijk maakt de pensioenverplichtingen in te krimpen bij het sluiten van fabrieken of afstoten van onderdelen. Een voorbeeld daarvan is de verkoop van GE's ruimtevaartdivisie, die medio jaren negentig overging naar Martin Marietta. GE hevelde de pensioenrechten van 30.000 man over, maar het surplus in de pensioenkas ging niet mee en Martin Marietta sneed in de pensioenvoorzieningen. Een groepsrechtszaak hierover werd in 1993 aangespannen en door een rechter in 1996 afgewezen. De zaak dient nog steeds in hoger beroep voor een federaal hof in de staat New York.

GE is vaak in aanvaring met de overheid gekomen. Het bedrijf zette in 1992 de Amerikaanse overheid af voor 42 miljoen dollar en gebruikte dat om een Israëlische generaal om te kopen om orders voor vliegtuigmotoren te krijgen. Drie jaar later betaalde GE 7 miljoen boete omdat het contracten met de overheid niet bleek na te leven. Tussen 1985 en 1992 werd het bedrijf vijftien keer veroordeeld wegens vergrijpen in zijn transacties met het Amerikaanse ministerie van Defensie. Nu speelt er ook al jaren een affaire waarin GE decennialang illegaal pcb's (polychloor bifenyl) heeft gestort in de rivier de Hudson. Dit leidde eind vorig jaar tot de eis van de Environmental Protection Agency (EPA) dat GE 490 miljoen dollar betaalt voor het schoonmaken van de rivier. Volgens GE kan het baggeren van de rivierbodem meer schade brengen aan het milieu dan het laten rusten van de pcb's die nog aanwezig zijn. GE geeft tientallen miljoenen uit om te lobbyen in het gebied waar de rivier het ergst vervuild is en voert campagnes via radio en tv. Het bedrijf hoopt met zijn werkwijze dat het imago van de ijzervreter Welch het wint van die `milieumietjes' uit Washington. Ook hier weer een voorbeeld waarin de gemeenschap mag opdraaien voor de kosten die de particuliere vervuiler veroorzaakt.

Welch heeft in de laatste fase van zijn functie nog eenmaal een grote acquisitie willen doen. Toen hij hoorde dat United Technologies dicht bij een overname van Honeywell was, deed GE een bod van 36 miljard dollar en bereikte overeenstemming. Hij stelde er zijn pensionering acht maanden voor uit. In de VS zou GE nu dicht bij goedkeuring zijn, maar de Europese mededingingsautoriteiten zullen niet voor juli uitspraak doen. Er zijn twijfels of GE er wel goed aan heeft gedaan. ,,Er is een grote kans dat hij zijn hand overspeelt'', zegt O'Boyle. ,,Welch wilde een laatste slag slaan. Ik zie het als een voorbeeld van topmannenovermoed. Zijn reputatie kan erdoor gaan wankelen. Welch had kennelijk nog iets te bewijzen. Hij heeft immers macht nodig, zoals andere mensen zuurstof.''

De integratie van Honeywell is een nieuwe manier om de winst verder te doen groeien. GE heeft zijn winstgroei van de laatste jaren vooral te danken gehad aan de financiële dienstverlening en aan NBC. De andere divisies zijn vooral industrieën oude stijl en huishoudelijke producten. Er is zelfs wel gesuggereerd dat Welch te koppig vasthoudt aan het conglomeraat met 120 miljard dollar omzet per jaar, terwijl het voor aandeelhouders beter zou zijn als het bedrijf werd opgesplitst. Voor de goede orde: ondanks de fenomenale koerswinst die beleggers met GE hebben kunnen boeken, heeft GE als het gaat om winst per aandeel het onder Welch gemiddeld minder goed gedaan dan onder zijn voorganger, Reg Jones – namelijk 11,8 procent tegen 12,2 procent.

In het najaar verschijnt een nieuwe, bijgewerkte editie van O'Boyle's boek At Any Cost, tegelijk met de publicatie van Welch' memoires. In een nawoord geeft O'Boyle nog een keer zijn visie op Welch en hij stelt dat Welch een Amerikaanse held pur sang is, die in de traditie past van het heldendom dat de Amerikaanse sportwereld maar ook Hollywood eigen is. De VS leven bij sterke persoonlijkheden en helden. En als Welch het niet was geweest, was het iemand ander geweest. ,,Welch is onze held omdat de tijd eist dat we er een hebben. Als hij niet had bestaan, hadden we hem moeten uitvinden.''

    • Lucas Ligtenberg