Achtervolging

Door een straatje van het Amsterdamse centrum draafde een donkere, jonge man, even later gevolgd door een man in een rode trui. Het was geen grimmig tafereel, er werd niet geschreeuwd en gedreigd. Ik dacht dan ook in eerste instantie aan twee deelnemers aan een vrijgezellenfeestje die al vroeg in de goede stemming waren.

Pas toen ik nog eens omkeek, begreep ik dat het ernst was. De rode trui had de donkere man ingehaald en trok hem naar de grond. Er volgde een felle worsteling waarbij de donkere man onder kwam te liggen. Hij verzette zich hevig, terwijl hij in het Marokkaans woeste kreten slaakte. Toen voegde zich een kameraad van de rode trui op een drafje bij hen. Hij stortte zich op de benen van de Marokkaan en zo slaagden ze erin de man in bedwang te houden.

Twee Nederlanders tegen een Marokkaan. Daar kwam het op neer. De Marokkaan bleek een zakkenroller te zijn. Zakkenrollers zijn doorgaans geen grote langeafstandslopers. Atletisch vermogen is geen vereiste om te slagen in hun vak. Ze slaan toe en verdwijnen snel in de massa. Als je als slachtoffer over veel adem beschikt, heb je beslist kans in de achtervolging.

Maar dan? Hoe houd je een ingehaalde zakkenroller onder de duim? Het is werkelijk geen sinecure. De Marokkaan bleef kronkelen en stampen onder de handen van zijn achtervolgers. Hij schreeuwde alsof hij gekeeld werd.

Hoe lang nog? De politie was al gebeld, en het bureau bevond zich op twee minuten loopafstand, maar misschien waren ze er wel weer net in vergadering over het eeuwige personeelstekort.

Toen kwamen er vier Marokkaanse jongeren aangewandeld. Twee jongens, twee meisjes. Ze baanden zich een weg door het groepje omstanders en keken verbijsterd toe. Wat was hier aan de hand? Wilden die Nederlanders wel even met hun gore rotpoten van hun landgenoot afblijven? Eén van de jongens stortte zich met een rauwe kreet op het strijdende drietal.

Nu kwam ook een dikbuikige Nederlander met veel verward haar in actie. Hij liep op de Marokkaanse jongen af en haalde zijn been uit alsof hij een bal over een hoge muur moest schieten. Toen gaf hij een keiharde trap tegen het Marokkaanse achterwerk.

Nu het volledig uit de hand dreigde te lopen, liepen sommige omstanders haastig weg. Anderen gingen op de tenen staan om maar niets te hoeven missen. En ik had weer eens een geldig excuus om te blijven: er moest toch iemand zijn die later kon uitleggen waarom Amsterdam op een doordeweekse middag in april in een gruwelijk slagveld veranderde.

Maar nooit eerder had ik zó naar de politie verlangd. Die verscheen na een minuut of tien, op een holletje, dat moet gezegd. Handboeien klikten, en de Nederlanders kwamen overeind. Ze beefden van emotie en uitputting. Ik zag hun ontreddering en kwam tot het vermoedelijk definitieve besluit om zakkenrollers nooit te achtervolgen. Liever gerold dan gemold.

    • Frits Abrahams