Wenjing werkt aan een nieuwe opera

De negende aflevering van het Rotterdamse avant-gardefestival `Confrontaties' was gewijd aan het Verre Oosten: de Chinees Guo Wenjing (1956), de Japanner Toshio Hosokawa (1955) en de Koreaanse Unsuk Chin (1961). De laatste brak in 1985 door op het festival van Gaudeamus en maakte vooral indruk met een muzikaal ritueel om het kwade uit te drijven. Hosokawa, een zachtaardige natuur, kent uitsluitend goede geesten en Wenjing weert niet zozeer het kwade als wel zoekt hij het juist op, uit als hij is op contrastwerking.

Wenjing is de ideale figuur voor `Confrontaties'. Inmiddels werkt hij aan zijn derde opera en uit alledrie kregen we delen voorgezet. Na het onlangs op cd verschenen Wolvendorp (Holland Festival 1994), waarin de moordlust achter het masker van de glimlach blinkert, en Nachtelijk Banket (Matinee op de Vrije Zaterdag 1998) in wederom een ontmaskering van de Chinese wreedheid achter een nobel uiterlijk, werkt hij nu aan Tsangyang Gyatso, een opera gebaseerd op het leven van de zesde dalai lama. Het Nieuw Ensemble hoopt die in 2002 te presenteren.

Het voorproefje onder de titel Sound from Tibet concentreert zich op de idylle. De zetting is voor sheng (een oud-Chinees rietinstrument met vele pijpjes waarvan de partituur er 21 voorschrijft), gecombineerd met fluit, hobo, klarinet, fagot, trompet en trombone. Een melodische figuur gekenmerkt door een majestueuze stijgende kwartsprong in fluit en klarinet keert in het slot terug in de sheng ook weer tweestemmig uitgewerkt.

Verrassend is hoe dit bamboe-orgeltje zowel schel als soepel kan klinken in de handen van de rasvirtuoos Yang Shoucheng. Even lijkt een sierlijker figuurtje de beweging op gang te brengen, maar het is alsof Wenjing zich inhoudt om het lieflijke dolce van de siëstastemming niet te verstoren.

Hoe mooi ook, ik houd meer van de kruidiger en kleurrijker componist, waakzaam als een roofdier, verre van ontspannen. In dit opzicht kon men volop aan zijn trekken komen in Drama voor drie paar Chinese bekkens die op liefst dertig manieren worden bespeeld, bovendien versterkt en ingekleurd door falset-vocalisaties, schreeuwen, zuchten, glissandi en tongklakken. Het doet aan als een volledig uit de band springend Chinees commentaar op Reichs Clapping Music. Met speelplezier heeft dit alles niets te maken. Met agitatie en hallucinatie des te meer: Wenjing op zijn best.

Concert: Nieuw Ensemble o.l.v. Ed Spanjaard. Portret van Guo Wenjing. Gehoord: 20/4 Lantaarn, Rotterdam.