Wandelwoerd

De verkrachtingen zijn voorbij. Iedere keer als ik het bos inliep, probeerden twee of drie woerden een eendje wellustig te verzuipen. Als ze zich aan hun greep wist te ontworstelen en opvloog, haalden de woerden haar in, dwongen haar te landen, en stortten zich weer bovenop haar. In maart is het bos niet geschikt voor tere zielen.

Hoe anders is het nu. De voortplantingsdrift is geluwd, en welk paadje ik ook insla, er wandelen eenden. Twee aan twee, woerd naast eendje. Ze lopen bedaagd, als gereformeerde echtparen op de zondagwandeling. Een wijfjeseend heeft van een nabijgelegen boerderij een vetgemeste reuzenwoerd weggelokt; hij waggelt naast haar voort, twee keer zo groot, en zij kijkt trots naar hem op.

Ieder moment kan hij zijn vleugel beschermend om haar heenslaan. Het bos is doortrokken van Beatrix Potter-romantiek. Dat is zo gek nog niet.

    • Alexander Bakker