Verhouding met Marokko onder druk

De verhouding tussen Nederland en Marokko verslechtert snel. Het onderzoek naar gegevens van uitkeringsgerechtigden is slechts het laatste incident.

De verhoudingen tussen Nederland en Marokko dreigen te verslechteren als gevolg van een aantal opeenvolgende incidenten op het gebied van de samenwerking tussen beide landen. De frustratie van het onderzoek van naar fraude met uitkeringen is de laatste in een reeks van wederzijdse wrijvingen.

De Nederlandse ambassade in Rabat kreeg eind vorige maand officieel van het Marokkaanse ministerie van Buitenlandse Zaken te horen dat het natrekken van gegevens door Nederlandse opsporingsambtenaren in het openbare kadaster ,,illegaal'' zou zijn. Tientallen telefonische bedreigingen die bij het Nederlandse dependance van sociale zaken in Rabat zijn binnengekomen, alsmede een tweetal ,,huisbezoeken'' bij medewerkers van personen die zich voordeden als politieambtenaren, hebben er inmiddels toe geleid dat er bewaking is ingesteld.

Een en ander vormde aanleiding voor de afzegging vorige week van het bezoek van staatssecretaris Verstand (Sociale Zaken). Het bezoek, dat plaatsvond in het kader van het emancipatiebeleid, zou onder meer bestaan uit een ontmoeting met de Marokkaanse minister van vrouwenzaken Chekrouni. De verbetering van de positie van de vrouw in Marokko is een van de zaken waar koning Mohammed VI sinds zijn aantreden in 1999 bij herhaling aandacht voor heeft gevraagd.

Het Marokkaanse kadaster vormt voor Nederlandse ambtenaren een doeltreffend middel in het onderzoek naar bijstandsfraude. Bij het onderzoek wordt nagetrokken in hoeverre bijstandsgerechtigde Marokkanen in hun eigen land over vermogen beschikken in de vorm van registergoederen als land of huizen. Naar verluidt zou het hierbij gaan om omvangrijke investeringen. In diplomatieke kring wordt niet uitgesloten dat hier een meer georganiseerde vorm van criminaliteit betreft, waarbij mogelijk drugsgelden in het geding zijn. De blokkering van de toegang van het kadaster wordt in dit verband door de Nederlandse vertegenwoordigers in Rabat als opmerkelijk genoemd, aangezien men zich op het standpunt stelt dat het hier openbare gegevens betreft.

De verhoudingen tussen Marokko en Nederland kwamen reeds eerder dit jaar onder druk te staan met het eenzijdige opschorting door Rabat van het Marokkaans-Nederlandse verdrag dat het mogelijk maakt voor Nederlandse gevangenen in Marokko hun straf in Nederland uit te zitten.

Marokko besloot tot deze stap nadat bij de inwerking treding van het verdrag januari vorig jaar, bleek dat de aan Nederland uitgeleverde gevangenen eenmaal thuis vrijwel onmiddellijk op vrije voeten kwamen. Dit aangezien de delicten van drugssmokkel waarvoor zij in Marokko werden veroordeeld, in Nederland op een aanzienlijk lagere straf kan rekenen.

Nederland stelt zich bij de uitvoering van het verdrag op het standpunt dat bij repatriëring de Nederlandse strafmaat dient te worden toegepast, terwijl Marokko meent dat de in Marokko uitgesproken straf dient te worden uitgezeten. De twee standpunten staan volgens betrokkenen diametraal tegenover elkaar.

Zeven Nederlandse gevangenen zijn inmiddels uitgeleverd, van een viertal is de procedure hangende het conflict opgeschort. Vooralsnog lijkt het meningsverschil over het verdrag zich in een impasse te bevinden.

    • Steven Adolf