Stalen skelet knelt een stuk minder

Vrije kavels worden in Nederland vaak bebouwd met een uit een catalogus gekozen boerderette, chalet of andere rustieke vorm van eenvormigheid. Een nieuwe mogelijkheid voor de bestrijding van de oprukkende `witte schimmel' is het smarthouse: een huis met een stalen skelet. Wel wat duurder, maar minder eenvormig en eenvoudiger en goedkoper aan te passen.

Het Wilde Wonen krijgt steeds meer navolging. Sinds de architect Carel Weeber in 1996 een pleidooi hield om de woningbouw over te laten aan de bewoners zelf, houden steeds meer bouwondernemingen en projectontwikkelaars zich bezig met het bouwen van massaal geproduceerde woningen waarbij ruimte is voor invloed van bewoners. Die invloed is meestal beperkt. Bewoners kunnen bijvoorbeeld het aantal slaapkamers op de eerste verdieping bepalen of de plaats van de keuken. Weebers ideaal van het Wilde Wonen, waarbij een huizenbouwer naar een Gamma-achtige huizenbouwwarenhuis gaat en daar uit een keur van verschillende onderdelen zijn huis samenstelt, lijkt nog ver weg.

Natuurlijk kende ook Nederland al lang voor Weebers pleidooi een vorm van wild wonen. Er zijn altijd vrije kavels uitgegeven – nu zijn dat er jaarlijks zo'n 15.000 – waarop de kopers naar eigen inzicht een huis konden bouwen. Uiteraard moet dit in Nederland wel altijd aan de eisen van welstand voldoen. De huizenbouw op vrije kavels wordt voor een belangrijk deel verzorgd door bouwondernemingen voor catalogushuizen. Zij bieden meestal drie à zeven standaardtypen woningen aan, waarop lichte variaties mogelijk zijn.

Voordeel van een cataloguswoning is dat de koper niet voor verrassingen komt te staan. Van eigenwijze architecten heeft een catalogushuiskoper geen last. Hij krijgt precies wat hij bestelt, en doordat de woning uit catalogusonderdelen bestaat, is de bouwtijd in vergelijking met gewone huizenbouw kort en bovendien vrijwel zeker.

Veel catalogushuizenbouwers beloven in hun advertenties dat ze aan alle wensen van de kopers kunnen voldoen. In beginsel is dat ook zo, maar voor elke wens die afwijkt van de standaardtypen en de variaties daarop moet worden betaald. Wie een volstrekt eigenzinnig huis wil, komt met een catalogushuizenbouwer dan ook vaak zo duur uit dat hij net zo goed wel in zee kan gaan met een architect en een normale aannemer. Hierdoor is de variatie in catalogushuisbouwers in de praktijk toch beperkt en heeft het Nederlandse Wilde Wonen vooral de vorm gekregen van de beruchte `witte schimmel'. Overal buiten de Randstad staan aan de randen van de stadjes en dorpen de eensoortige witte huisjes met zwarte of rode puntdaken. Vooral de `boerderettes', met tentdaken zoals oude boerderijen vaak hebben, mogen zich verheugen in een grote populariteit.

Het smarthouse, dat binnenkort op de markt komt, benadert meer dan de gebruikelijke cataloguswoningen Weebers ideaal van het Wilde Wonen. Het smarthouse bestaat voornamelijk uit stalen componenten, en is door de Rotterdamse architect Robert Winkel zo ontworpen dat het een vrijwel onbeperkte flexibiliteit kent. Dit is te danken aan een staalskelet, dat weliswaar het hele huis draagt, maar dat door de ingenieuze wijze waarop de stalen skeletdelen aan elkaar worden verbonden, zo verschuifbaar is dat vrijwel elke denkbare indeling mogelijk is.

Toch kent ook het smarthouse standaardtypes: een hellend dak-model van 470 kubieke meter, een patio-model van 564 kubieke vierkante meter en een herenhuis-model van 761 kubieke meter. Alle types hebben vaste elementen: het staalskelet wordt geplaatst op een onderheide betonplaat, de gevels worden gemaakt van verschillende lagen van licht plaatmateriaal, de buitenkozijnen zijn van aluminium en de verdiepingsvloeren zijn van geïsoleerde vloerelementen met een gipsplafond aan de onderzijde en houten panelen aan de bovenzijde. Door dit gebruik van lichte materialen weegt een smarthouse ongeveer een vijfde van het gewicht van een normaal huis van gelijke omvang.

Anders dan bij de gebruikelijke catalogushuizen zijn grote afwijkingen van de standaardtypen mogelijk zonder flinke prijsverhogingen. Door de zogenaamde uitgekiende bouwknopen van het staalskelet zijn buitenmaten, hoogten en dakvormen en niet te vergeten de indeling van de binnenruimten volledig vrij te bepalen door de koper. Het staalskelet staat zelfs andere hoeken dan negentig graden toe, zodat desgewenst ook ongebruikelijke vormen zonder al te veel moeite kunnen worden gebouwd. Ook in de afwerking van de buitengevels en het interieur zijn tal van materialen en kleuren mogelijk. Vloeren kunnen bijvoorbeeld worden afgewerkt met parket, rubber of industriële gietvloeren. Alleen bakstenen buitenwanden behoren niet tot de mogelijkheden.

Anders dan bij een gebruikelijke cataloguswoning is bij een smarthouse altijd een architect betrokken. Zo combineert een smarthouse de voordelen van een catalogushuis – van tevoren is precies bekend wat de prijs, kwaliteit en de bouwtijd zal worden – met die van een individuele bouwopdracht, waarbij bijzondere eigen wensen kunnen worden gehonoreerd. Ook is de techniek van een smarthouse zodanig dat het later gemakkelijk kan worden uitgebreid of desgewenst verkleind. Hierbij kunnen alle componenten worden hergebruikt. Bovendien is de bouwtijd buitengewoon kort. Kost de bouw van een traditioneel gebouwd huis vele maanden en moeten toekomstige Vinexwijk-bewoners zelfs vaak jaren wachten op hun woning, een smarthouse kan worden gebouwd in drie maanden. Wat dit betreft doet het smarthouse zijn naam eer aan: het is inderdaad een bijzonder slim ontworpen huis.

Ontegenzeggelijk nadeel van smarthouses is dat ze niet goedkoop zijn. De drie prototypes die onlangs op Noordhove Eiland in Zoetermeer werden opgeleverd, hebben een bouwsom die varieert van 374.000 gulden voor het type `hellend dak' tot 485.000 gulden voor het herenhuis, exclusief btw. Deze prijzen zijn aanzienlijk hoger dan die van gebruikelijke catalogushuizen van soortgelijke omvang.

Een ander nadeel is dat smarthouses in esthetisch opzicht uitermate inflexibel zijn. Het stalen skelet mag dan een bewonderenswaardige variatie van vormen en indelingen toestaan, de koper van een smarthouse krijgt wel altijd een sober hightech-achtig huis van staal en glas in de modernistische traditie. Bieden sommigen traditionele catalogushuizenbouwers naast bijvoorbeeld het type boerderette ook eigentijdse huizen met platte daken aan, een smarthouse kan niet worden vermomd als een Zwitsers chalet of neoklassiek landhuis. Het smarthouse is dan ook bedoeld als een exclusief huizenmerk, zoals er ook exclusieve auto- en kledingmerken zijn: een smarthouse moet een huis worden waarmee de bewoner zich onderscheidt van de `witte-schimmel'-bewoners.