Gif komt vrij bij verbranden van kadavers

Het Verenigd Koninkrijk blijft de mond- en klauwzeercrisis bestrijden met het verbranden van kadavers in de open lucht, ondanks toenemende vrees voor het vrijkomen van giftige stoffen.

Gisteravond ging de brand in een anderhalve kilometer lange brandstapel in Devon, in het zuidwesten, met de karkassen van zo'n 4.000 besmette schapen en koeien die al dagenlang op vernietiging lagen te wachten. Inwoners van Holsworthy, een nabijgelegen stadje, hadden tevergeefs geprotesteerd tegen het verbranden. Ze zijn bang dat de rook schadelijk is.

Het Britse ministerie voor Milieu bevestigde gisteren dat bij de verbranding van zo'n 500.000 dode dieren tot 6 april al 63 gram dioxine is vrijgekomen, evenveel als de hele Britse zware industrie in negen maanden produceert. Dioxines zijn vrijwel zeker kankerbevorderend en langdurige blootstelling is al in uiterst kleine hoeveelheden schadelijk. Ze ontstaan tijdens verbranding bij relatief lage temperaturen. De Britse mkz-epidemie ontstijgt met 1.439 gevallen en ruim twee miljoen gedode dieren veruit de capaciteit van Britse verbrandingsovens, die wel schoon bij hoge temperatuur verbranden.

Over Cumbria, in het noordwesten waar de epidemie het hevigst is, lag eerder deze maand een tapijt van rook afkomstig van tientallen brandstapels. Het massaal verbranden van dode schapen is daar vorige week tijdelijk gestaakt. De ministeries van Landbouw en Defensie, die samen dieren ruimen, hebben gezegd dat er ,,geen groot risico'' voor de volksgezondheid is. Maar ze erkenden tevens dat er tot nu toe geen systematische metingen zijn verricht om de schaal van de vervuiling te meten. Volgens Friends of the Earth (FoE), een milieulobbygroep, bestaat kans dat grasland rond brandstapels zo vervuild raakt, dat schapen en koeien er niet langer op mogen grazen.

Er zijn tevens sterke aanwijzingen dat het virus zich heeft verspreid onder de wilde herten- en reeënpopulatie. Dat zou kunnen betekenen dat de huidige bestrijdingsmethode van isoleren en preventief ruimen van vee op termijn zinloos is, omdat geïnfecteerde herten vrijlopend vee steeds opnieuw kunnen besmetten. In Cumbria is deze week een dode ree gevonden die volgens dierenartsen duidelijk sporen van de ziekte vertoonde. De besmetting is niet vastgesteld, maar bestaande bloedproeven zouden bij herten en reeën niet effectief zijn. Uit experimenten blijkt dat herten zeer vatbaar zijn. Experts noemden het gisteren ,,onwaarschijnlijk'' dat de herten niet zouden zijn besmet.