Boogerd legt zich neer bij superioriteit Camenzind

Verloren had Michael Boogerd. Maar hij was niet de enige renner met een eerbiedwaardige staat van dienst die gisteren na 258 kilometer in Ans, een voorstad van Luik, aan het kortste eind trok. Verliezer Boogerd verkeerde na de finish van de 87ste Luik-Bastenaken-Luik achter de winnaar Oscar Camenzind in gerenommeerd gezelschap. Samen met de Italianen Francesco Casagrande en Davide Rebellin en de Spanjaard David Extebarria – volgens Boogerd geen `koekenbakkers' – moest de Raborenner het in de vierde wereldbekerwedstrijd van het seizoen afleggen tegen de Zwitserse oud-wereldkampioen.

Wie denkt dat kopman Boogerd van Rabobank ontgoocheld was over de ontknoping van de oudste klassieker, La Doyenne, heeft het mis. Met zijn teleurstelling viel het wel mee. Vlak achter de streep, terwijl hij ter hoogte van de bus van Rabobank met verkrampte benen nog wat rondjes cirkelde, probeerde hij zich opdringerige fotografen van het lijf te houden. Vervolgens dook hij de autobus in, de luxueuze buffer met de opdringerige en nieuwsgierige buitenwereld. Tien minuten later zat hij fris gedoucht op de trap bij de achteruitgang van de touringcar. Daar zat geen geslagen verliezer, maar een wielrenner die het beste van zichzelf gegeven had en met opgeheven hoofd zijn nederlaag erkende.

Rustig napratend over de koers, in een walm van de uitlaatgassen van de bus, kwam Boogerd tot de conclusie dat de sterkste had gewonnen en dat hij van het kwintet dat de finale gezicht gaf, de minste kracht bezat. Dat hij had bewezen met de sterksten mee te kunnen, maar na de laatste beklimming, van de Saint-Nicolas, geen energie meer in zijn lichaam had om er nog een ultieme vluchtpoging uit te persen. Daar lag het tempo te hoog voor. ,,Casagrande reed zo schofterig hard!'' Boogerd gokte op de sprint, weliswaar in de wetenschap dat hij in die discipline niet de snelste van de vijf was.

Al snel nadat Casagrande ver voor de finish de sprint was aangegaan, moest hij passen. ,,De pijp was leeg.'' Wat restte was de vijfde plaats, net als in 1998. Toen huilde Boogerd van geluk, zo blij was hij met die klassering. ,,Moet ik dan nu ontevreden zijn'', vroeg hij zich in een staat van opperste berusting af. Niet dus.

Superbenen had Boogerd, maar hij moest vaststellen dat zijn vier medevluchters nog betere benen hadden. ,,Ik ben op m'n waarde geklopt.'' Zijn droom, Luik-Bastenaken-Luik winnen, had hij niet gerealiseerd. ,,Ik weet dat ik 'm kan winnen, maar misschien is het te hoog gegrepen.'' In '99 was hij er dicht bij. Toen werd hij in de tweede helft van de Saint-Nicolas uit het wiel gereden door de Belg Frank Vandenbroucke en ging hij als tweede over de eindstreep. In elk geval had Boogerd gisteren weer bewezen dat hij geen `hutseflutsrenner' is.

Zijn ploeg viel gisteren niets te verwijten. Maarten den Bakker had lange tijd deel uitgemaakt van een kopgroep van dertien renners, waaruit hij met vijf collega's ontsnapte. Tien kilometer voor de aankomst, vlakbij het stadion van voetbalclub Standard Luik, werden ze door de achtervolgende groep van ongeveer vijftig renners teruggegrepen.

Boogerd werd op de beklimming van Saint-Nicolas gelanceerd door ploeggenoten. Onder hen werkpaard Erik Dekker, die verrassend achtste werd. Met de broers Markus en Beat Zberg had Rabobank uiteindelijk vier renners in de top-tien.

Het ploegenklassement om de wereldbeker wordt aangevoerd door Rabobank. In de individuele rangschikking behoudt Romans Vainsteins de leiding. Gisteren reed hij niet mee. Camenzind maakte een sprong naar de vierde plaats.

De oud-wereldkampioen van 1998 voegde gisteren de felbegeerde klassieker aan zijn erelijst toe. De wereldtitel die Camenzind drieëenhalf jaar geleden uit Valkenburg meenam heeft voor hem vanzelfsprekend de meeste waarde. Ook toen zat Boogerd in de finale, tot hij in de laatste ronde met een lekke band uit de kopgroep verdween. Camenzind won vlak na dat WK de Ronde van Lombardije, de wereldbekerwedstrijd waarmee het klassiekerseizoen wordt afgesloten. ,,En als je die wint, kun je ook andere wedstrijden rijden.''

Vorig jaar schreef Camenzind in eigen land de Ronde van Zwitserland op zijn naam, traditioneel de laatste test voor de Tour de France. Sindsdien had hij geen koers meer gewonnen. Finalisten als Boogerd en Rebellin daarentegen hebben dit voorjaar al aardig wat overwinningen bij elkaar gefietst. Het uitblijven van zeges was volgens de winnaar onder meer een gevolg van het feit dat hij tot nu toe vrijwel uitsluitend wedstrijden van 150 tot 180 kilometer had gereden. ,,Ik rij liever koersen langer dan 200 kilometer. Die liggen me beter.''

Ook Camenzind gaf toe dat hij in de straten van Ans zijn laatste krachten had aangesproken. Hij had geprobeerd in de slotfase te ontsnappen, maar Casagrande reed het gat dicht. Met slimheid had zijn eindsprint niks te maken, gaf de 29-jarige Zwitser eerlijk toe. ,,De laatste kilometer reed ik op instinct.'' Wat Camenzind met de finish in zicht deed was geen sprinten meer, getuigde Boogerd, maar rammen.

Het hele voorjaar sprak Camenzind alleen nog maar over Luik-Bastenaken-Luik, zei gisteren de Belgische perswoordvoerder van zijn ploeg, het Italiaanse Lampre. Eindelijk had de Italiaanse formatie van Pietro Algeri een belangrijke overwinning te pakken. De man die Frank Vandenbroucke veel tijd gunt om op toeren te komen en die Ludo Dierckxsens als meest strijdlustige renner zag buffelen in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, ging na Camenzinds huldiging, dopingcontrole en persconferentie met veel plezier in op een verzoek van een Italiaanse persfotograaf. Met zijn rechterarm over de schouder van Camenzind en in zijn linkerhand een volle fles champagne, liet hij zich breed glimlachend vereeuwigen met de winnaar van Luik-Bastenaken-Luik.