`Ze hebben geen idee wat ontsluitingsweeën zijn'

De sterfte als gevolg van zwangerschap in Nederland neemt weer toe. Dat komt vooral door allochtone vrouwen.

Ze worden vaak als maagd ingevlogen uit Marokko en Turkije om hier te trouwen, zegt fysiotherapeute Nicolette Tuinman.

Meisjes van zeventien, achttien jaar, soms ouder. Tuinman geeft zwangerschapscursussen in Amsterdam aan allochtone, voornamelijk islamitische vrouwen, samen met een Turkse of Marokkaanse gezondheidsvoorlichtster. ,,Die jonge meisjes spreken geen Nederlands, zijn slecht geschoold en weten heel weinig over de zwangerschap. In het land van herkomst hebben ze vaak meegemaakt dat een moeder of baby stierf bij de geboorte. We vertellen ze dat de kans op sterfte hier heel laag is, en hoe het Nederlandse systeem van verloskunde werkt, met verloskundigen die zo nodig naar het ziekenhuis verwijzen. Ze hebben geen idee wat ontsluitingsweeën zijn, zijn heel angstig voor de bevalling. En als ze een traditionele man hebben, mogen ze de deur niet uit, ook al zijn het `goede islamitische vrouwen' die een hoofddoek dragen. Dan zien we ze na één keer niet meer terug.''

Deze week werd bekend dat in Nederland de moedersterfte als gevolg van een zwangerschap stijgt, met name onder allochtone vrouwen. Die krijgen vaker dan autochtone vrouwen niet-optimale zorg. Dat komt bijvoorbeeld doordat ze zich minder snel bij een dokter melden, doordat de taal een barrière vormt en door culturele verschillen. Maar ook de dokter zelf lijkt van invloed: allochtone vrouwen met ernstige complicaties kregen minder snel een keizersnede en werden minder adequaat behandeld dan Nederlandse vrouwen met eenzelfde ziektebeeld.

,,Soms moet er eerst naar Eritrea of Somalië gebeld worden voordat de familie een vrouw toestemming geeft voor een keizersnede'', zegt gynaecoloog Jan Lind uit het Westeindeziekenhuis in Den Haag. Van alle vrouwen die er bevallen is 75 procent allochtoon, landelijk is dat 13 procent. Dat dokters allochtone vrouwen minder goede zorg geven, gelooft Lind niet. ,,De communicatie is een probleem, maar het respect is hetzelfde.''

,,Allochtone vrouwen trekken minder snel aan de bel'', zegt een gynaecoloog die niet met zijn naam in de krant wil. De helft van zijn cliënten is allochtoon. ,,Ze zitten vaak onder de plak bij hun man, en stellen zich ook zo naar de dokter op. Als ze 's ochtends een bloeding krijgen of voortijdige weeën, komen ze pas om half zes 's avonds naar het ziekenhuis, omdat hun man niet eerder thuis was van zijn werk.'' Hij kan zich voorstellen dat Nederlandse vrouwen in sommige situaties sneller een keizersnede krijgen dan allochtone vrouwen. ,,Als iemand zegt er helemaal doorheen te zitten en dat met verve brengt, vind ik het niet menselijk om een keizersnede te weigeren. Allochtone vrouwen geven dat minder snel aan, zijn minder assertief.''

Doordat de communicatie met allochtonen moeizaam verloopt, is de zorg slechter, erkent de anonieme gynaecoloog. ,,De voorlichting komt minder goed over, de gesprekken lopen vaak via een zoontje van zeven of een dochter van twaalf. En veel vrouwen roepen `vrouw-dokter' als ze mij zien binnenkomen. Dan mag ik als man geen inwendig onderzoek doen.''

In de praktijk van verloskundige Betty de Vries in Amsterdam is de helft van de cliënten allochtoon. De culturele verschillen zijn groot, zegt De Vries. ,,Je merkt bijvoorbeeld dat allochtone vrouwen anders omgaan met sterfte. Als er een kind doodgaat, zijn ze meer met het rouwproces bezig dan met de vraag hoe het komt en wiens schuld het is. Hun verdriet is even groot, maar de acceptatie is groter.''

Je moet oppassen om niet aan allochtone vrouwen voorbij te gaan, zegt De Vries. ,,Ze vragen minder, kennen de wegen niet, het kost meer tijd om dingen uit te leggen of om hen te begrijpen. En we zien dat buitenlandse vrouwen die slecht Nederlands spreken, minder kraamzorg krijgen dan Nederlandse vrouwen.''

Ze noemt het voorbeeld van een Marokkaanse vrouw die een tweeling kreeg en de situatie moeilijk kon hanteren. De vrouw wilde graag vijf of acht uur per dag hulp, maar kreeg alleen de hoogstnoodzakelijke wijkzorg. Een Nederlandse bij wie alles op rolletjes liep, kreeg wel vijf uur per dag kraamzorg.

De Vries: ,,Buitenlandse vrouwen worden meestal door de familie verzorgd, vragen niet snel om hulp. Doen ze dat toch, dan hebben ze geen netwerk, en is de zorg hard nodig. Je ziet dan dat ze het niet aankunnen, dat ze overstuur zijn, dat het een puinhoop is in huis.''