Vreemdelingenwet

Op de opiniepagina van 30 maart schreef ik een stuk waarin ik de hooggespannen verwachtingen in politiek Den Haag met betrekking tot de nieuwe Vreemdelingenwet temperde. Het kwam mij op een fel stuk van Maarten Huygen te staan (5 april). Uitgangspunt van mijn stuk was dat migratie slechts in beperkte mate beheersbaar is. Huygen suggereert dat ik dat toejuich, maar een constatering is geen waardeoordeel. Wie wijst op de problematische kanten van ontwikkelingssamenwerking (beperkt effect, contraproductiviteit) is niet voor hongersnood, en wie meent dat migratie beperkt beheersbaar is, pleit niet voor onbeperkte migratie.

Andere Europese landen hebben minder asielzoekers, werpt Huygen tegen. Maar in het beleid van de Europese landen (Nederland incluis) staat centraal of we asielzoekers kunnen afschuiven naar andere landen. Zolang de voor 2004 geplande Europese harmonisatie van het migratiebeleid nog geen gestalte heeft gekregen is het ook vanzelfsprekend dat de lidstaten van de EU dat doen. Maar dit soort afschuifbeleid is iets anders dan migratiebeheersing, zoals milieubeleid iets anders is dan het dumpen van afval aan gene zijde van de grens.

Het tweede deel van Huygens stuk is een uitval naar mensen die alle vreemdelingen een uitkering willen geven. Het is me een raadsel waar ik dergelijke dingen betoogd zou hebben. Huygen voert de verzorgingsstaat aan als de belangrijkste legitimatie van het migratiebeleid – daar zijn we het over eens. Mijn punt was dat het migratiebeleid in toenemende mate vreemdelingen die feitelijk in Nederland zijn, uitsluit van toegang tot de verzorgingsstaat, terwijl de verzorgingsstaat is gebaseerd op het principe van insluiting van alle ingezetenen. Uit jurisprudentie over de Koppelingswet blijkt dat dat wringt. Gemeentebesturen van alle politieke achtergronden geven aan dat dat wringt omdat naar hun inzicht paupers of psychisch ontspoorde illegalen in de stad gemeentelijk ingrijpen vergen. Huygens stelling dat we migranten niet in de watten moeten leggen gaat niet op de kwestie in.

In het publieke debat hoeft het niet te gaan om allerlei technische kwesties. Maar Huygen gaat er aan voorbij dat de werkelijkheid niet zo maakbaar is als men wel zou willen. In het migratiebeleid gaat het om een aantal dilemma's die niet verdwijnen als je er iets moois over zegt. Huygen volstaat daarmee; hij laat de mensen die de rotklus mogen opknappen (IND'ers, rechtshulpverleners, rechters, vreemdelingendiensten, wethouders) in de steek.

    • Thomas Spijkerboer Amsterdam