Twijfels over multi-etnische Balkan

Het Westen legt het uiteengevallen Joegoslavië op met meerdere volkeren vredig samen te leven. Maar is dat geen recept voor steeds meer oorlog?

Nog gaat het om een academisch debat: zou het niet beter zijn als het Westen ophield de republieken van ex-Joegoslavië de multi-etnische samenleving op te leggen, en alsnog te komen tot staatsgrenzen die meer de etnische lijnen volgen? Maar de eerste bekeerlingen van deze gedachte in de Nederlandse politiek zijn al gemaakt.

Het Tweede-Kamerlid Bert Bakker (D66) vindt het hoog tijd het ,,paradigma van de multi-etnische samenleving'' in de Balkanpolitiek op te geven, omdat het huidige beleid een recept blijkt voor steeds nieuwe geweldsuitbarstingen in ex-Joegoslavië. Ook het Eerste-Kamerlid Wim van Eekelen (VVD) wil ervan af, althans in Kosovo waar de opgelegde multi-etnische samenleving niet blijkt te werken.

Bakker en Van Eekelen vonden elkaar onlangs in Den Haag op Clingendael, de voornaamste denktank in Nederland op het gebied van internationale betrekkingen, bij de presentatie van het boek Kosovo; from crisis to crisis. Eén van de auteurs ervan, onderzoeker Dick Leurdijk, heeft vanaf het begin van de Joegoslavische crisis in 1991 getwijfeld aan de zin van de multi-etnische staat als politieke hoeksteen van het Europese Balkanbeleid. En na tien jaar doet hij dat helemaal. Leurdijk: ,,Dit beleid strookt wellicht met onze eigen multi-etnische beginselen, maar in ex-Joegoslavië streven we een onmogelijkheid na omdat de partijen ter plaatse er niet aan willen.''

In Bosnië-Herzegovina, waar Serviërs, Kroaten en moslims bij het Dayton-akkoord één gezamenlijke staat kregen opgelegd, waren de Serviërs altijd al geneigd om met hun eigen sub-eenheid, de Republika Srpska, de aansluiting met Servië te zoeken. De laatste maanden komen daar steeds gewelddadiger pogingen van Kroatische zijde bij, om zich los te maken uit de bij `Dayton' opgelegde Moslim-Kroatische federatie.

Ook in Kosovo komen, meent Leurdijk, ,,de grenzen van onze ambities in zicht''. Zo is er nog geen spoor van de beoogde dialoog tussen Albanezen en Belgrado over de toekomst van het gebied, terwijl na het binnentrekken van de NAVO-troepen twee jaar geleden de uittocht van de Servische bevolking uit Kosovo is doorgegaan. ,,Hoe lang is de internationale gemeenschap nog bereid troepen te leveren voor Kosovo?'', vraagt Leurdijk zich af. ,,Vijfentwintig jaar, dertig jaar, altijd? De eindigheid van het beleid in Kosovo is volstrekt onhelder.''

Het is de recente crisis in Macedonië die bij Bakker de twijfel de overhand heeft doen nemen. Bakker was voorzitter van de Kamercommissie die zich vorig jaar naar aanleiding van het drama in Srebrenica boog over het Nederlandse Joegoslavië-beleid. ,,Als ik de premier van Macedonië hoor zeggen dat die bewapende Albanezen bij Tetovo terroristen zijn die tot de laatste man verdelgd moeten worden, dan denk ik: die angel zit te diep'', aldus Bakker.

,,Hoe ethisch juist is ons op het behoud van multi-etnische staten gerichte beleid, als vaststaat dat je daarmee spanningen handhaaft of zelfs verder voedt, met op den duur misschien weer nieuwe tienduizenden slachtofers?'' Dat de NAVO de Albanese bevrijdingsbeweging in Kosovo erkent, maar die in het multi-etnische Macedonië opeens als terreurorganisatie veroordeelt, zit Bakker evenmin lekker.

Van Eekelen, vóór 1994 secretaris-generaal van de West-Europese Unie (WEU), de toenmalige Europese defensiegemeenschap, meent echter dat met het wijzigen van grenzen op de Balkan een ,,nieuwe doos van Pandora'' opengaat. ,,Dat moeten we in Bosnië en Macedonië vooral niet doen. Maar in Kosovo moeten we nu eindelijk het perspectief op de onafhankelijkheid openen. Anders komt er steeds meer gedonder met de Albanezen, in Macedonië en de Servische Presevo-vallei.''

Het dictaat van de multi-etnische samenleving heeft diepe wortels in de Westerse Balkanpolitiek. De Nederlandse diplomaat Peter van Walsem heeft onlangs onthuld hoe hij in 1991, toen Nederland bij het uitbreken van het conflict in Joegoslavië voorzitter van de Europese Gemeenschap was, een plan voor een opdeling van Joegoslavië langs etnische lijnen had opgesteld, en hoe dit plan in alle Europese hoofdsteden werd weggehoond.

Maar de context was toen anders, meent Leurdijk. Er was grote vrees voor het gewelddadig uiteenvallen van de Sovjet-Unie, zowel in Europa als bij de Verenigde Staten. Sindsdien is gebleken, dat wijziging van grenzen ook op een `fluwelen' manier kan plaatsvinden neem het voorbeeld Tsjechoslowakije. En de etnische lappendeken die ex-Joegoslavië in 1991 nog was, is er door de oorlogen een stuk overzichtelijker op geworden.

,,Er zal op den duur in ieder geval iets moeten gebeuren'', meent Leurdijk. ,,Anders blijft de Europese veiligheidsagenda tot in lengte van dagen beheerst door de Balkan. En Europa richt zijn nieuwe interventiemacht van 60.000 manschappen tenslotte niet op om zich uitsluitend met ex-Joegoslavië bezig te houden.''

Op 2 mei vertrekt de commissie buitenland van de Tweede Kamer naar de Balkan, om zich over het Nederlandse Joegoslaviëbeleid op de hoogte te stellen.

    • Raymond van den Boogaard