SCHWANENGESANG

Er zijn stemmen die geboren lijken voor een specifiek soort repertoire. Voor de diepe, sensitieve bariton van Thomas Quasthoff zijn dat introverte en romantische liederen, waarin duisternis sporadisch opklaart met sprankjes hoop. Na Quasthoffs uitvoering van Schuberts Winterreise bleef het in de Grote Zaal van het Concertgebouw lange tijd stil. Datzelfde effect sorteert Quasthoff op zijn recent verschenen opname van Schuberts `cyclus' Schwanengesang, gepaard aan de Vier ernste Gesänge van Brahms. Somberte regeert, maar wat een welluidende, ronkende duisternis weet Quasthoff niet op te roepen in liederen als `Aufenthalt' of `Der Atlas', geholpen door de sensitieve begeleidingen van Justus Zeyen. De gefluisterde aanpak van het toch al zo introspectieve lied `Der Doppelgänger' geeft nieuwe intensiteit aan sleetse symboliek, en waar de lucht even opheldert ('Die Taubenpost' of `Das Fischermädchen') zet Quasthoff zijn soepele en bronzen hoogte in voor momenten van strelende mildheid.

Brahms' Vier Ernste Gesänge blijken in ligging en melodische opzet bij uitstek geschikt voor Quasthoffs timbre, en zijn uitvoering van de liederen is ondanks een soms te nadrukkelijke dictie toch de meest indrukwekkende die in lange tijd is verschenen. De invulling van het levensmoede `Ich wandte mich und sahe an alle' klinkt zo beklemmend dat een ingehouden adem de enige natuurlijke reactie is. Verlichting volgt pas in `Wenn ich mit Menschen- und mit Engelszungen redete', waarin Quasthoff geloof, hoop en liefde bezingt met een levensomarmend, hartverwarmend optimisme.

Schubert, Schwanengesang; J. Brahms, Vier ernste Gesänge door Thomas Quasthoff (bariton) en Justus Zeyen (piano). (DG 471 030-2)