Schuldige daders moeten niet vrijuit gaan

In de zaak van Mink K. moeten twee kwesties worden onderscheiden:

Hoe fout was justitie; en welke gevolgen dienen achteraf aan die eventuele fouten te worden verbonden?

Dat justitie fout zat, lijkt nu wel duidelijk. Informatie die bij openbaring levensgevaarlijk voor verdachten of anderen kan zijn, moet volstrekt geheim blijven. Maar dat is een andere kwestie dan de sanctionering van dergelijke onrechtmatigheden achteraf. Fouten kunnen immers op verschillende manieren worden afgestraft (of niet).

Naar huidig recht wordt justitie `gestraft' doordat verkeerd behandelde verdachten geheel of gedeeltelijk vrijuit gaan. Dat wordt gerechtvaardigd door formules in de trant van: als justitie onrechtmatig heeft gehandeld, heeft zij haar rechten tegen verdachten verspeeld.

In niet al te ernstige gevallen volgt strafvermindering, in het ergste geval wordt justitie het recht op verdere vervolging ontzegd. Ofwel: justitie wordt minder of helemaal geen straf `gegund', in de hoop dat justitie daarvan zal leren; bovendien kan dit als schadevergoeding voor verkeerd behandelde verdachten worden beschouwd. Gegeven dat huidige recht kon het Hof niets anders doen dan wat het in deze zeer ernstige zaak heeft gedaan: justitie het recht ontzeggen Mink K. verder te vervolgen.

Dat is onbevredigend, want het schept de mogelijkheid dat schuldige daders vrijuit gaan. Dat wekt terecht verontwaardiging. Justitie in het gareel willen dwingen door strafwaardige daders vrijuit te laten gaan lijkt vergelijking van appels met peren.

Wangedrag van officieren van justitie lijkt zo onterecht de indruk te wekken dat daders `het eigenlijk niet of hebben gedaan'. Zij worden immers niet of minder gestraft. Net zo min als justitie-ambtenaren die in de fout zijn gegaan. Hun gebeurt immers niets en zij kunnen onrechtmatig bezig blijven in de trant van: `Nee heb je, ja kun je krijgen'. Nog afgezien van eindeloos verspilde justitiële tijd, moeite en (veel) geld. En justitiële frustratie natuurlijk, ten koste van de verstandhouding tussen justitie en rechterlijke macht.

Het kan anders. Justitiële fouten kunnen ook worden gesanctioneerd door schadevergoeding voor verkeerd behandelde verdachten en disciplinaire of zelfs strafmaatregelen tegen zich misdragende justitie-ambtenaren. Zo kunnen schuldige daders toch worden bestraft en bestaat er een grotere kans dat officieren van justitie en andere ambtenaren hun leven beteren.

In het geval van Mink K. had dat kunnen betekenen dat justitie volledig opdraait voor de kosten van een omvangrijk beschermingsprogramma, naast andere schadevergoeding, en dat ambtelijke `delinquenten' individueel worden aangepakt. Dan eindigen de echte boeven alsnog in de bak en zouden ambtenaren beter op hun tellen gaan passen.

Maar daarvoor zijn wetswijzigingen nodig. Parlementariërs, pers en eigenlijk iedereen valt nu over het Hof heen, maar dat Hof kon eigenlijk weinig anders. Kritiek op die rechters is dan ook te makkelijk. De echte problemen liggen op het gebied van wetgeving. Diezelfde parlementariërs zouden dieper moeten nadenken over wettelijke bepaling van alternatieve sancties voor onrechtmatigheden in de strafrechtspleging.

Dr. H.J.R. Kaptein is verbonden aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam.

    • Hendrik Kaptein