Scholier als verkeersagent in zee van brommerzadels

Zoals de Chinese Muur zichtbaar is vanuit de ruimte moet Vietnam tot ver buiten zijn grenzen te horen zijn in één samengebald pôp-pôp-pôp. Het is het geluid van miljoenen zware brommers die ploffend door Vietnam krioelen. Niet alleen in de steden, maar overal in het land. Want het leven in Vietnam is pas waard geleefd te worden met zo'n zwart en door de altijd brandende zon gloeiend heet brommerzadel onder je zitvlak.

Praat met een Vietnamees over z'n brommer en het is alsof je met een Nederlander over z'n auto praat. ,,In 1992 kocht ik mijn eerste, meteen een echte Honda'', vertelt de 38-jarige bankbediende Truong Thi Dinh. ,,Daar had ik na twintig jaar fietsen van gedroomd. Eerst durfde ik er niet mee te rijden, bang om hem kwijt te raken. Dus stond hij in de huiskamer waar ik hem voortdurend poetste. Daarna ben ik rondjes gaan rijden, nergens naartoe, om de wind in mijn haren te voelen.''

De stoepen in Vietnam lijken soms zwarte zeeën van zadels en de bermen van Vietnamese wegen staan vol met tankstations voor brommers. Meestal is het een tafel langs de kant van de weg met daarop wat plastic flessen gevuld met brommerbrandstof. Een parasol erboven, twee aanwijzingsborden elk op zo'n tien meter links en rechts van de tafel en het benzinestation is klaar. Op de borden staat kortweg Hon Da – Vietnamees voor brommer naar het Japanse merk waar de brommer idealiter van zou moeten zijn.

Chinese imitaties van het merk Honda of Longhi verkopen in Vietnam steeds beter. Ze lijken tot in detail op een Honda en kosten zo'n tien miljoen dong (bijna 1.800 gulden). Voor een paar duizend dong extra krijg je stickers en plastic plaatjes die je `Chinees' in een echte Honda verandert. Want voor veel Vietnamezen, vooral in de provincie, is de vierentwintig miljoen dong (bijna 4.500 gulden) voor een echte, in Japan gemaakte Honda wat te begrotelijk. Het gemiddelde jaarinkomen voor een Vietnamees ligt per slot op duizend gulden.

In Ho Chi Minh stad, het vroegere Saigon, verdienen de mensen meer dan dat gemiddelde. Daar rijden de meesten dan ook op een echte Honda – Suzuki, Vespa en Yamaha krijgen nauwelijks voet aan de grond in Vietnam. Vooral grote kruispunten en, nog beter, rotondes zonder stoplichten zijn een lust voor het oog voor wie van bijna-ongelukken houdt. Honderden pôp-pôppende brommers komen voortdurend uit de soms zes straten die naar de rotonde leiden. Met een constante snelheid van ongeveer dertig kilometer per uur rijden ze in een permanente Gordiaanse knoop. Sommige brommers lijken slechts rondjes te draaien, anderen hebben geen zin om een rondje te rijden en steken een hoek af. Daarop klinkt een fluitje, want dat mag niet.

Je zou het niet zeggen, maar brommers in Vietnam moeten zich wel degelijk aan verkeersregels houden. Is de brommer zwaarder dan 50 cc, dan is een rijexamen verplicht. Na het slagen voor de theorie, volgt een praktijkexamen waarbij de examinator achterop de brommer klimt en aantekeningen maakt. Voor een ingreep duwt hij op de achterrem.

Het centrale communistische gezag in Vietnam's hoofdstad Hanoi is evenwel ontevreden over het resultaat van de rijexamens en vindt dat het Vietnamese volk ongedisciplineerd in de rondte rijdt. Bij gebrek aan politiemannen moeten daarom middelbare scholieren zich posteren op gekende brommerknooppunten en standjes uitdelen aan verkeersovertreders. Geen populair baantje en dus krijgen de scholieren vrijstellingen voor andere vakken als ze een paar dagen agent spelen.

De scholieren zouden eigenlijk negentig procent van de Vietnamezen moeten berispen, want bijna iedereen rijdt zonder helm. Dat mag niet, want sinds 2 september vorig jaar – onafhankelijkheidsdag – is de helm verplicht. Maar helmen zijn duur en warm en niemand draagt ze. ,,Zo werkt dat in Vietnam'', legt Truong Thi Dinh uit, ,,de regering voert een strikte regel in, niemand houdt zich eraan en de regel verandert in een aanwijzing.''

Toen Dinh een fiets had droomde ze van een brommer, nu ze toe is aan haar vierde brommer droomt ze van een auto. ,,Vietnam gaat voorruit'', zegt ze. Maar zover is verpleger Nguyen Van Toan nog niet.

Hij heeft na vijf jaar hard sparen zijn eerste brommer gekocht. Een `Chinees' geeft hij toe. Niettemin was de koop een niet te onderschatten moment in Toans leven, zo maakt hij duidelijk. ,,Ik kom van het platteland en toen ik op de universiteit zat had ik alleen maar een fiets. Mijn vrienden hadden allemaal Honda's – rijke ouders – en zo kon iedereen zien dat mijn afkomst lager was dan die van mijn vrienden. Ik heb een moeilijke studententijd gehad.'' Dan zwijgt hij even en zegt: ,,Ach, ik wil daar helemaal niet meer over praten. Nu heb ik ook een brommer.''

    • Robert Giebels