Primaten

Colin Powell, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, was op bezoek in Bosnië. Je zag hem een vertrek betreden waar een rijtje mannen stond opgesteld. Het had een rijtje lakeien kunnen zijn. Maar lakeien gedragen zich anders, lakeien is geleerd zichzelf uit te vlakken, en dat deden deze mannen duidelijk niet. Nee, dit was een rijtje notabelen, mannen die gewend waren zelf alle aandacht op zich gevestigd te krijgen als ze een vertrek betraden.

Terwijl de eerste uit het rijtje naar voren kwam om Powell een hand te drukken, wachtten de anderen hun beurt af. Ieder voor zich was volkomen op de Amerikaanse minister gefixeerd en op elk gezicht verscheen een stralende lach, net of iemand zo-even een mop had verteld en niemand zich in de plooi kon houden.

Maar met humor had deze manier van lachen niets te maken. Hier en daar werd bij voorbaat al een hoofd geneigd, een buiging ingezet. Zo betuigen mensen hun onderdanigheid, zo treden primaten een alfamannetje tegemoet, zo probeer je in de gunst te komen, zo zoek je bescherming tegen de hoektanden van Nummer Eén. Het ziet eruit als een gezellige begroeting, maar het heeft zijn wortels in een strijd van leven en dood. Nou ja, daar weten ze in Bosnië natuurlijk alles van.

Ikzelf ben eens in een vertrek geweest dat door prins Bernhard werd getreden. Zijn verschijning leek het hele gezelschap te elektrificeren. Overal knetterden opeens de instincten. Mensen met wie je tot op dat moment best een zinnig gesprek kon voeren, echt geen oranjeklanten of zo, veranderden als bij toverslag in grijzende paspoppen. Ze konden hun ogen niet van de prins afhouden en begonnen zich, de één nog schaapachtiger dan de ander, in zijn richting te bewegen. Zagen ze kans een woordje met hem te wisselen, dan bereikte het lachen pas zijn hoogtepunt.

Dit was in Blijdorp. Prins Bernhard bleef er koud onder. Hij ontdooide pas toen hij naar het olifantenverblijf werd gebracht. Zijn passie voor deze dieren was onmiskenbaar en ontroerde allen.

Wat ik wil zeggen: hoe hoger de kringen waarmee mensen in aanraking komen, hoe dierlijker hun reflexen.

    • Koos van Zomeren