Münchhausen

Het survivalseizoen staat voor de deur. Bij een winkel als Carl Denig liggen de survival-gidsen alweer hoog opgetast. Of om precies te zijn: daar liggen weer stapels van de `SAS Survival Guide' van John Wiseman, chief survival instructor van de Britse Special Air Service. Wisemans wijsheden hebben, zegt men, ontelbare onbedoeld neergestorte Britse piloten en opzettelijk gedropte luchtcommando's behoed voor verkommering in de vrije natuur.

Het is een klein maar heel dik boekje met bijna vierhonderd paginaatjes vol tips en wetenswaardigheden. Over de strijd tegen felle hitte en snerpende kou, gebrek aan voedsel en onderdak, het verlies van de oriëntatie en het zelfvertrouwen. Over hoe te handelen bij verwoestende aardbevingen en tornado's en onverhoedse bosbranden, blikseminslagen of bevallingen (`be prepared for baby to be very slippery'). Ideale lectuur voor het overleven van een regenachtige zondag.

Maar omdat ook in de Belgische bergen het weer en de natuur vaak tegenzitten had het AW-survival centrum in de loop van de jaren al een flinke verzameling overlevingsgidsen aangelegd. Te beginnen met die van R. Baden-Powell en zo verder tot aan de zelfhulp en kameradenhulp van het `Handboek soldaat'. De vraag was wat de SAS-gids er nog aan toe zou voegen.

Welnu: weinig van belang en verder een hoop onzin. Zó verbluffend veel onzin dat men alsnog medelijden krijgt met de piloten en commando's die zich volgens Wisemans aanwijzingen in leven trachtten te houden. Zie ze vochtig geworden lucifers in plukjes hoofdhaar wikkelen om ze door statische elektriciteit te laten drogen. Zie ze hardnekkig proberen met de vonken van vuursteenstenen dons, dennenappels of berkenbast in brand te krijgen.

Denk aan de dolende reiziger die eindelijk een appel of peer vindt en het fruit niet opeet omdat fruit dat in vijf segmenten is verdeeld gevaarlijk is. Denk aan de piloot die al dagen in de poolzee zwemt, eindelijk een ijsberg tegenkomt maar daar niet opklimt omdat die onder zijn gewicht zou kantelen.

De vermaarde SAS-gids bestaat uit een reeks onwaarheden, onjuistheden, onpraktische tips en `broodjes aap' die uniek is. Dieren ruiken dat je bang bent, wees dus niet bang. Als de zon om 12 uur precies in het zuiden staat staat-ie om drie uur precies in het zuidwesten. Als de maan opkwam voor de zon onderging wijst haar verlichte deel naar het westen. Op de noord- en zuidpool werkt het kompas niet. Bomen hebben aan de zuidzijde de dikste jaarringen. Het smelten van sneeuw kost twee keer zoveel warmte als het smelten van ijs. Wie in open veld door onweer wordt overvallen, moet plat op de grond gaan liggen. Is men door een hond gebeten en ontstaat een hevige afkeer van water, dan is men hondsdol geworden.

Vreselijk is het lot van de bader of baadster die in tropisch Zuid-Amerika naakt in een rivier uit baden gaat. Tussen het tropisch riet schuilt het beruchte candiru-visje dat subiet en via de kortste route op weg gaat naar de urineblaas en zich halverwege blaas en buitenwereld met stekels vastzet. Amputatie is de enige oplossing en voor vrouwelijke slachtoffers zelfs dat niet.

't Is waar, ook de Encyclopaedia Britannica gelooft nog in het verhaal, en het is bepaald een onaangenaam visje om te zien, maar zelfs op internet is het verhaal nu bijgezet in de verzameling `urban legends'. (Bij www.straightdope.com een aardige analyse.) In die verzameling rust vermoedelijk ook Wisemans onfeilbare truc om een vliegende meeuw te verschalken: gooi een stukje spek met een zware steen erin omhoog. Binnen een paar seconden stort het diertje door overgewicht naar beneden, zelfs Münchhausen ging dit te ver.

Zonder enig drinkwater heeft men binnen drie dagen het leven verloren, weet Wiseman. Wetenschappers houden het tegenwoordig op ruim een week, maar ook dat klinkt nog gevaarlijk genoeg. Het is duidelijk dat vóór alles onnodig vochtverlies moet worden voorkomen. Transpireren moet worden beperkt en het is verstandig door de neus en niet door de mond te ademen, zegt de SAS-gids. En dan komt Wiseman met een raar advies: wie geen druppel drinkwater heeft moet ook niets eten, want de voedselvertering onttrekt veel water aan het lichaam. Vooral vet vraagt veel water, schrijft de instructor op de ene bladzijde. Nee: eiwit, staat ergens anders. De reguliere wetenschap rekent juist voor dat veel water uit de voedselverbranding vrijkomt, wel 20 procent van de dagelijkse behoefte, maar misschien is dat weer al te theoretisch.

Gelukkig hoeft het in de praktijk allemaal niet zo'n vaart te lopen, want, weet Wiseman, eigenlijk is er bijna altijd wèl water in de omgeving. 't Is vaak even zoeken, maar wie goed op bijen en vliegen let heeft het vocht zo gevonden. Vliegen zijn nooit verder dan 90 meter van water. Bovendien: de ogen van de meeste dieren bevatten een drinkbaar vocht dat men er makkelijk uit kan zuigen. Ook vissen, zelfs zeevissen, bevatten vocht dat drinkbaar, ja zelfs voedzaam is. Zit men niet op zee maar juist in de woestijn, dan is desgewenst ook een woestijnkikker uit te knijpen, vooropgesteld dat het een Australische woestijn is.

Genoeg. Op bladzijde 30 staat opeens een vriendelijk trucje dat wel universeel bruikbaar lijkt. Alle planten en alle bomen geven via hun bladen en blaadjes continu en permanent water aan de lucht af. `Evapotranspiratie' heet dat. Wie een voldoende grote plastic zak om een voldoende bebladerde tak monteert, kan dat water opvangen als condens. En schoner dan condens kan water niet zijn.

Wiseman geeft niet aan hoeveel water op zo'n manier binnen redelijke tijd te verzamelen valt, maar het eerste het beste handboek plantenfysiologie gaf een aardige indicatie: met wat geluk 1 ml water per dm² bladoppervlak per uur. In een pedaalemmerzak zou zo per dag wel een beker water te verzamelen zijn. De AW-survival instructor hoopt dit binnenkort te bevestigen.

    • Karel Knip