Meer handen aan het bed

Bij het begin van ons tweede paarse kabinet in 1998 was de overheidssector in Nederland al kleiner dan gemiddeld. Onze totale uitgaven waren toen 11 miljard minder dan gemiddeld in het eurogebied. De afgelopen drie jaar is overal de overheid relatief gekrompen. Maar in Nederland sneller dan in het buitenland. Dit jaar is de Nederlandse overheidssector al 22 miljard zuiniger dan in de andere eurolanden.

Dat zijn niet de cijfers die wij meestal horen van onze politici. Die praten liever over de kosten van de vergrijzing en het risico dat Nederland daar in het jaar 2040 onder bezwijkt. Dat was vorig jaar immers het argument dat wij flink moesten doorgaan met in verhouding verder te besparen op de collectieve uitgaven. Die bangmakerij was niets meer dan een politieke formule om de goede vrede te bewaren tussen VVD en PvdA. De berekeningen voor het jaar 2040 moesten allerlei sombere hypothesen combineren om nét op een tekort uit te komen in dat verre toekomstige jaar: voor niet-ingewijden moeilijk te doorgronden en dus politiek slimmer dan een open debat over de noden in ziekenhuis, school of politiebureau.

Drie jaar geleden had Kamerlid Jan van Zijl (PvdA) het `AOW-fonds' bedacht om toen de coalitie bij elkaar te houden. Dan kon de VVD zeggen dat er werd bezuinigd (stortingen in het AOW-fonds niet meerekenen), terwijl de PvdA kon volhouden dat de overheid juist extra nuttige uitgaven ging doen (stortingen wel meerekenen). Nu is Van Zijl vertrokken uit Den Haag en je hoort niemand meer over zijn tovertruc. In een studie van het Centraal Planbureau naar de pensioenen werd vorig jaar onvervaard bevestigd dat het geen zin had om woorden vuil te maken aan dit niet-bestaande fonds. Maar het hielp destijds om de PvdA binnen boord te houden bij het strenge beleid van Kok en Zalm.

Sommige mensen zeggen: meer geld voor zorg (of onderwijs en politie) helpt niet want de handen aan het bed zijn niet te vinden. Dat wordt dan misschien het toververhaal van 2001 om de coalitie bijeen te houden. Eerst het imaginaire AOW-fonds, toen het even imaginaire failliet in het jaar 2040 en dan nu een mogelijk tekort aan personeel voor banen in zorg, onderwijs en politie. Maar Nederland is intussen een van de rijkere landen in Europa, hoewel het aantal productieve gewerkte uren juist veel minder is dan in het buitenland (misschien een aanwijzing voor een jachtig bestaan, want hoe kunnen wij anders met minder uren toch meer produceren?) Wij zouden een deel van die rijkdom kunnen inzetten om het meer mensen mogelijk te maken nuttig werk te doen buiten de deur – en tegelijkertijd voor ouders met kinderen de stress van werken én opvoeden flink te verminderen. Ik noem twee maatregelen – allebei duur, maar ook effectief.

Ten eerste is dit een goed moment om alle scholen om te zetten op een rooster waarbij de school open is tot zes uur 's middags. Behoorlijke service tussen de middag – met betaling voor iedereen die daarbij helpt – en een vrijwillig program van ontspanning en spel voor alle kinderen die na de officiële schooldag willen blijven, bijvoorbeeld omdat hun ouders nog werken. Er is in Duitsland net een schatting gepubliceerd van wat de ombouw naar Ganztagschulen ongeveer zou kosten voor alle scholieren tot en met de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Omgerekend naar Nederland zou het gaan om nog geen twee miljard gulden aan extra personeelskosten. Dat kunnen wij ons makkelijk veroorloven, want nog steeds zou onze overheid 20 miljard goedkoper zijn dan in Frankrijk, Duitsland etc. En belangrijker: we zijn verlost van de wrede situatie dat ouders (zeg maar `moeders') ontslag moeten nemen wanneer hun kind van de kinderopvang naar de basisschool gaat en opeens halverwege de middag geen onderdak meer heeft. De Ganztagschule heeft extra personeel nodig, maar een veelvoud daarvan wordt gewonnen voor de arbeidsmarkt omdat ouders hele dagen kunnen blijven werken.

Bovendien is het tijd om ernst te maken met een belastingteruggaaf voor ouders die weinig verdienen. In de Verenigde Staten bestaat zo'n regeling, vooral om ouders te helpen met de kosten van kinderopvang en om te zorgen dat werk beter loont dan een uitkering. Een alleenstaande ouder die fulltime werkt maar weinig verdient, krijgt per maand zeshonderd gulden contant terug van de belastingdienst. In Nederland is de bijna onzichtbare korting op de belasting van werkende mensen veel te laag om echt te kunnen helpen bij de kosten van kinderopvang.

Een teruggaaf door de belastingdienst van eveneens zeshonderd gulden per maand aan ouders die wel vier of vijf dagen per week willen werken maar verantwoordelijk zijn voor leerplichtige kinderen, zou voor Nederland ongeveer vijf miljard gulden kosten (de teruggaaf is maximaal tussen minimumloon en vijftigduizend gulden per jaar en wordt langzaam afgebouwd bij een hoger inkomen). Maar dan blijven natuurlijk veel meer ouders werken buiten de deur en kunnen die ouders (zeg maar weer `moeders') ook makkelijker kiezen voor vier of vijf dagen werken met alle betere kansen op carrière die dat meebrengt. Nog steeds is onze collectieve sector dan vijftien miljard per jaar goedkoper dan in het buitenland en – belangrijker – tienduizenden mensen komen beschikbaar voor de vacatures in zorg, onderwijs en politie. Economisch zou het allemaal makkelijk kunnen. Politiek gaan zulke maatregelen helaas de slagkracht van paars te boven. Onze politici zijn beter in uitvluchten (AOW-fonds, dreigend tekort in 2040) dan in nuttig beleid.