`Liever commercieel dan werkloos'

Oud-actrice, oud-journaliste, oud-Tweede- Kamerlid, en oud-internet- onderneemster Guikje Roethof (44) is televisie- presentatrice geworden. `Mijn loopbaan weerspiegelt mijn karakter: ik ben wispelturig, ongeduldig en heb een hekel aan sleur.'

Al vanaf mijn tiende had ik een even vaag als sterk verlangen om artiest te worden. Omdat de toneelschool mij te hoog gegrepen leek, koos ik op aanraden van de schooldecaan voor de Kleinkunstacademie. `Jij kunt toch vrij aardig dansen.' Dat klopte, en van het zingen genoot ik, maar met toneelspelen had ik grote moeite. Ik beschik over een groot, maar weinig flexibel emotioneel reservoir. Een echte acteur kan tot in de finesses het hele palet van gevoelens bespelen, bij mij werd het snel te groot. Alles of niets. Zo had ik eens een wanhopige monoloog in een theaterproductie. Ik was op dat moment zelf ongelukkig in de liefde en dat resoneerde tot in alle hoeken van de zaal, waarop regisseuse Marcella Meuleman zei: `De tekst moet jou dragen, je moet er niet onder bedolven worden.' Ik was ook slecht in improvisatie. Als iemand tijdens een act zei: `Je moeder is overleden', raakte ik ontregeld en werd kwaad. Ik heb in de loop der jaren geleerd mijn emoties op het toneel te hanteren en later ontdekt dat juist in het spel mijn grootste kracht ligt.

,,Na de Kleinkunstacademie deed ik een aantal klussen bij vrije producenten. Ik speelde met Rijk de Gooijer en Van Kooten en De Bie. In comedies, sterspotjes en een tv-serie. De deuren van het grote toneel bleven gesloten. Gezelschappen namen me niet aan omdat ze het beeld hadden van een oppervlakkige commerciële actrice met weinig intellectuele bagage. Als ik wel die diepgang had gehad – zo was de redenering – zou ik niet in het commerciële circuit zijn gekomen. Terwijl spelen in een comedie moeilijker is dan spelen in een serieuze toneelproductie. De zaal moet zin op zin veroverd worden. Wat gisteren een lach opleverde, kan vandaag doodslaan.

,,Bovendien vond ik na mijn afstuderen dat ik alles moest aannemen wat ik kon krijgen. Liever commercieel dan werkloos. Een kwestie van ethiek. Maar de toneelwereld was in de jaren tachtig erg gepolariseerd. Als je aan de ene kant zat, kwam je niet meer aan de andere kant. Achteraf denk ik dat het mijn redding is geweest. Anders was ik nu nog actrice en dat had me toch niet echt gelukkig gemaakt. Het spelen zelf trekt me nog steeds, maar het leven eromheen niet. Er is meer dan de artiesteningang van de schouwburg.

,,Bij het toneel draaide alles om het werk. Iedereen, ook ik, was erg op zichzelf gericht en weinig op de wereld. Op een gegeven moment trok ik op met mensen die nauwelijks nog een krant lazen. Ik voelde me daar steeds minder bij thuis, de journalistiek lonkte. Daar ging het tenminste ergens over. Maar ik had nooit gestudeerd, nooit geschreven. Mijn binnenkomer bij de Haagse Post was: `Ik heb geen journalistieke ervaring maar wel contacten in de culturele wereld. Vinden jullie dat niet handig?' Dat vonden ze. En ik bleek het te kunnen. Ik heb eerst een jaar of drie over podiumkunsten geschreven, vervolgens algemene verslaggeverij gedaan en langzaamaan ben ik me meer met politiek gaan bezighouden.

,,Die wereld beviel me. Al zijn er met name bij de parlementaire pers uitwassen. Bepaalde verslaggevers zijn zelf een machtsfactor geworden. Het leidt tot dubieuze relaties tussen voorlichters, politici en parlementaire verslaggevers. De ik-help-jou-jij-helpt-mij-formule. Ik heb noch als journalist, noch als politicus zo gewerkt en vind het onacceptabel dat velen dat wel doen. Het leidt tot slechte voorlichting over wat er werkelijk speelt op politiek-bestuurlijk niveau.

,,Ik volg de politiek nu al weer zo'n jaar of drie op afstand en wat ik lees komt op geen enkele manier tegemoet aan wat ik zou willen weten. Er vindt in de media snel imagovorming plaats rond personen of kwesties en dat leidt tot versimpeling van zaken. Onlangs was Laurens-Jan Brinkhorst te gast in Buitenhof. Witteman vroeg: `Waarom loopt u nou toch aan de leiband van Brussel?' Brinkhorst bestreed dat hij aan de leiband liep, gaf uitleg, tegenargumenten. Witteman weer: `Ja maar, u loopt toch aan de leiband van Brussel.' Kennelijk weet hij het probleem op dat moment niet op een andere manier te benaderen. Het zijn de ijspaleizen van de beeldvorming. Alles wat buiten het beeld valt, wordt weggeschoven als niet ter zake doende.''

In de tijd dat ik politiek redacteur was schreef ik de roman Drenkelingen, over een minister van Milieuzaken die tot waanzin gedreven wordt en in een psychiatrische inrichting belandt. Achteraf gezien was ik te mild in mijn verbeelding, heb ik de politieke wereld te rooskleurig en gemoedelijk geschetst. De werkelijkheid is harder en schrijnender. Eenmaal in Den Haag ontdekte ik dat veel politici in de eerste plaats bezorgd zijn om hun politieke voortbestaan. Dat uit zich in het verlangen voortdurend in de media aanwezig te zijn. Ze willen tegen de klippen op een bepaald beeld van zichzelf creëren, terwijl de media daar volstrekt niet in geïnteresseerd zijn. Die scheppen wel hun eigen beeld of karikatuur. Dat heeft iets treurigs.

,,Mijn rol in de Kamer was te klein en te beperkt om uit te groeien tot een imago. Ik deed er niet toe als Kamerlid, terwijl ik het razend druk had. Dat is frustrerend. Een van de redenen was dat ik niet mee wilde doen aan dat journalistenspelletje `Ik heb wat voor je in de aanbieding'. Misschien ging ik ook te naïef de Kamer in. Ik had verwacht me meer met algemene politiek bezig te kunnen houden. Maar het uitstippelen van de grote lijnen blijft voorbehouden aan de fractievoorzitters. Ik had gelukkig een interessante portefeuille: Oost-Europa, ontwikkelingssamenwerking, internationaal cultuurbeleid, telecommunicatie.

,,Ik had graag de ideeën die ik in de grondverf heb gezet, zoals de modernisering van ontwikkelingssamenwerking, verder uitgewerkt. Maar tot mijn teleurstelling werd ik in 1998 op een onverkiesbare plaats gezet. D66 moest inkrimpen en het was reëel om oud-gedienden voorrang te geven. Zeker boven een nieuwkomer als ik, die in het oog van de buitenwereld weinig gepresteerd had en zich daarmee niet direct het recht verworven had om door te gaan. Ook speelde mijn opstelling in de zaak-Bouterse een rol. Hij was gespot in Brazilië en de Kamerfracties vonden praktisch unaniem dat hij had moeten worden opgepakt. Hans van Mierlo en Winnie Sorgdrager legden uit waarom dat, gezien allerlei internationale rechtsregels, in hun ogen niet kon en ik deelde hun mening. Dat is in een kleiner milieu, en met name door journalisten opgevat als een verloochening van eigen standpunten. Ik zou om oneigenlijke redenen de D66-ministers steunen. Maar ik was het met ze eens!

,,Een van de nadelen van de politiek is de stemmingmakerij. Degenen die de publieke opinie aan hun kant krijgen, winnen, de anderen gaan ten onder in de modder. Toch boeit het politieke vak me nog steeds. Ik vind het belangrijk en stoor me eraan dat er zo weinig serieuze aandacht voor is. Een vriend van mij is directeur van een klein ziekenhuis in Parijs. Daar worden gemartelde mensen uit de hele wereld opgevangen. Als hij in die kliniek vertelt dat hij twintig jaar geleden voor het laatst heeft gestemd, kijken ze hem bevreemd aan. Hoe kan het dat hij zo weinig belangstelling heeft voor zijn democratie, terwijl zij gemarteld zijn wegens hun democratische idealen? Dat is zo'n rare discrepantie in onze samenleving. We staan wel achter Amnesty en Greenpeace, maar zodra het over landelijke politiek gaat trekt iedereen zijn handen er vanaf en doet alsof het een vuile bezigheid is. Daar wind ik me over op.

,,Na mijn vertrek uit de Kamer werd het idee voor Prezz.com, een Europese internetkrant, geboren. Ik dacht dat de tijd rijp was voor een coup van internet op de traditionele media. Daar heb ik me in vergist. Het internet gaat, in tegenstelling tot de verwachtingen, een symbiose aan met de traditionele media. Maar ik ben er nog steeds van overtuigd dat er een Europese nieuwsvoorziening moet komen. Het is hard nodig om alle misverstanden te tackelen die er leven. Neem die beslissing over het verbod op inenting. Negen jaar geleden afgesproken, nooit meer iets over gehoord. Het schort aan goede informatievoorziening. Maar het is mij niet gelukt om dat gat in de markt te dichten.

,,Een paar maanden geleden werd ik benaderd met de vraag of ik Gezondheidsplein wilde presenteren. Ik weet niet of ik, wanneer ik producent was geweest, de keuze op Guikje Roethof had laten vallen. De gezondheid straalt niet van mijn gezicht, maar ze lappen me prachtig op. Beetje schmink, zachte belichting. 's Ochtends in de trein herkent niemand me, al hebben ze het programma tien keer gezien.

,,Acht over drie begint de uitzending en gaat het doek op. Een heerlijk gevoel. Wat de redactie heeft bedacht, moet ik op een goede manier over het voetlicht brengen. Daar is creativiteit voor nodig. Ik kan gebruik maken van de techniek en de handigheidjes die ik in de journalistiek en in het theater heb geleerd. `Saai en kleurloos', ik ken de kritiek. Het programma moet zich nog ontwikkelen, kan motiverender, enthousiasmerender, maar het heeft potentie. Het spreekt me ook aan dat er een internetsite bij zit. En wanneer dit seizoen afgelopen is, zie ik wel weer.''

Mijn loopbaan weerspiegelt mijn karakter. Ik ben wispelturig, ongeduldig en heb een hekel aan sleur. Afwisseling, avontuur en risico stel ik boven zekerheid en continuïteit. Een kantoorbaan met week in week uit hetzelfde schema zou me te veel spanning geven. Die afkeer van sleur speelt ook een rol in het aangaan van relaties. Het idee iedere dag naast dezelfde man wakker te worden, kan me niet echt betoveren. Ik beschouw een verhouding toch als een vriendelijke gevangenis. Ik zoek liefde zonder te veel continuïteit. Dan komt het te dichtbij.

,,Ik heb een tijd gedacht dat ik moeilijk relaties kon aangaan omdat mijn ouders zijn gescheiden toen ik nog geen jaar was, en ik nooit een goed voorbeeld van een huwelijk heb gehad. Binnen de familie heerste de consensus dat een scheiding de beste oplossing was voor iedereen. Pas elf jaar geleden durfde ik te zeggen: maar voor mij was het niet goed. Er is een periode geweest dat ik wilde weten wat de samenhang was tussen het mislukte huwelijk van mijn ouders en mijn liefdesleven. Later dacht ik: waarom wil ik dat eigenlijk weten? Word ik er rijker of beter van wanneer ik de schuld van mijn eigen onvermogen bij een ander kan leggen? Bovendien is het defaitistisch om te denken dat je het nooit beter zou kunnen doen dan je ouders.

,,We woonden in Den Haag in de Vruchtenbuurt. Net iets te klein behuisd, geen centrale verwarming, hemdjes op de kachel. Mijn moeder, een warme ruimdenkende vrouw, werkte halve dagen als typiste op verschillende ministeries. Mijn vader was gedreven, principieel, standvastig, rechtlijnig. Een liberaal pur sang. Toen de VVD naar zijn mening te veel de nadruk legde op het economische aspect van de liberale principes, was voor hem de overstap naar de PvdA niet meer dan vanzelfsprekend. Daarnaast was hij nogal op zichzelf geconcentreerd. Hij vond het moeilijk om zich in een ander te verplaatsen. Voor mij was hij minder inspirerend dan voor zijn vrienden, die genoten van het intellectuele debat met hem.

,,We hadden geen optimale relatie, dat maakte zijn beroep er voor mij niet interessanter op. Als kind nam hij me wel eens mee op regenachtige zaterdagmiddagen om foldertjes uit te delen op straat. Ik vond dat gebedel om aandacht rampzalig. `Wat heb je nou voor vak man', schoot het door mijn hoofd, maar dat durfde ik niet te zeggen. Daarvoor was er te veel onbegrip tussen ons.

,,Hij kwam één keer in de week eten en op zaterdag gingen we naar hem toe. Maar ook in familieverband bleef hij de gedreven politicus. Hij was er altijd mee bezig. Hij heeft er ook onder geleden dat de PvdA hem niet meer verkiesbaar stelde, de voorkeur gaf aan Elske ter Veld. Verschrikkelijk vond hij dat. Hij leefde voor zijn vak.

,,Op de een of andere manier overschaduwt zijn politieke carrière alles wat ik doe. Al heb ik zelf inmiddels vier jaar in de Kamer gezeten: ik blijf de dochter van Kamerlid Hein Roethof. Ik geloof niet dat ik wat betreft karakter op hem lijk, maar één eigenschap deel ik in ieder geval met hem. Wanneer ik hard werk, heb ik weinig oog voor mijn omgeving. Verlies het contact, volg te veel mijn eigen spoor. Toen ik in de politiek zat verweten collega's mij wel dat ik geen ruimte had voor andere opvattingen. Dat heb ik wel, want ik ben uiterst liberaal, maar dat straal ik dus niet uit. Dat is een tekortkoming.

,,Het enige waar ik daadwerkelijk moeite mee heb is religie. Ik vind het lastig om met gelovigen te praten. Rationaliteit staat hoog in mijn vaandel. Een gelovige laat de rede op een bepaald punt varen en raakt daarmee in mijn perspectief een beetje van de rails. Als politicus heb ik een paar keer een nare ervaring gehad omdat mensen mijn standpunt ten opzichte van religie aanmatigend en intolerant vonden. Maar in mijn ogen leidt geloof vaak tot verblinding. Zo heb ik moeite met de christelijke particuliere ontwikkelingsorganisaties, in mijn ogen een moderne variant van de traditionele missie en zending. Het christendom heeft veel schade aangericht met zijn zendings- en bekeringsdrang, en mijns inziens hoeven Nederlandse burgers het vervolg daarop niet te ondersteunen met hun belastinggeld. Mijn poging om het budget voor die organisaties weer onder parlementaire controle te brengen, stuitte op hoon en verontwaardiging bij de christelijke partijen.

,,Misschien hecht ik zo aan rationaliteit omdat ik in het dagelijks leven – in tegenstelling tot op het toneel – nog steeds niet zo goed ben in het hanteren van emoties. Bij mij kan emotionaliteit doorslaan naar een zwart niets. Naar depressiviteit. Gelukkig niet vaak. Soms blijft het jaren weg, dan ineens is het er weer. De beste remedie is: doorgaan tegen de klippen op. Afleiding zoeken. Als ik thuis blijf zitten, word ik beheerst door dwangmatige gedachten. Na een paar weken doorbijten gaat het vanzelf over. En als het achter de rug is kijk ik met verbazing terug. Wat was er nou eigenlijk aan de hand?

,,Het is begonnen op mijn drieëndertigste. Toen ik durfde toe te geven dat ik problemen had met de scheiding van mijn ouders. Vier jaar later, in 1994 maakte ik als journaliste een reis met Jan Pronk naar Ethiopië. Ik had voor mezelf nog een excursie aan de reis vastgeplakt. De tweede dag kwam ik terug in het hotel en vond een berichtje dat mijn moeder gebeld had. Ik nam contact met haar op en hoorde dat mijn zusje was overleden aan een hartstilstand. Ziek naar huis gegaan, daar gestorven. Negenendertig jaar oud.

,,Ik hoorde het bericht en het hotel begon voor mijn ogen te draaien. Ik weet niet meer hoe ik de trap ben opgegaan. Het heeft me lange tijd gekost om over haar dood heen te komen. Het moeilijkste vond ik om het idee los te laten dat we samen oud zouden worden. Bij alles wat ik ondernam vroeg ik me af wat zou zij hebben gezegd, gedacht, gevonden. Ik heb het gevoel of ik nu ook namens haar leef.

    • Colet van der Ven