INZET VAN MEER SPECIALISTEN LOST WACHTLIJST NIET OP

De wachtlijsten in de gezondheidszorg zijn misschien wel onvermijdelijk, hoeveel geld en personeel daar ook extra tegenover wordt gezet. Dat concluderen twee artsen van het University Hospital in Nottingham in Nature (5 april) op grond van een statistische analyse van wachtlijsten van een groep dermatologen. Gedurende een periode van zes jaar bepaalden ze elke maand hoeveel tijd was verlopen tussen het moment dat de patiënt zich aanmeldt bij de arts en zijn eerste bezoek. Het is niet zo verbazingwekkend dat die tijd van maand tot maand fluctueert, maar wat wel opviel was dat de fluctuaties verre van willekeurig waren. Grote variaties (zowel naar boven als beneden) kwamen veel vaker voor dan je op grond van het toeval zou mogen verwachten.

Het statistisch gedrag van de wachttijd kon voor alle specialisten beschreven worden met dezelfde wiskundige relatie, dat wil zeggen onafhankelijk van specifieke kenmerken als hun klinische specialisatie of actuele werkbelasting. Die relatie is kenmerkend voor complexe of zelf-organiserende systemen. Zij geeft aan dat de eigenschappen van zo'n systeem niet op een voorspelbare manier voortvloeien uit die van de afzonderlijke samenstellende delen, maar veeleer op een bijna natuurlijke wijze ontstaan uit de wisselwerking ertussen. Specialisten zullen bijvoorbeeld de tijd die ze aan een patiënt besteden – zij het misschien onbewust – laten afhangen van de wetenschap dat er veel wachtenden zijn.

Het heeft volgens de onderzoekers dan ook geen zin meer specialisten aan het werk te zetten of een restrictiever toelatingsbeleid te voeren. Het systeem zou zich daar zodanig aan aanpassen tot opnieuw een evenwichtssituatie wordt verkregen, die kwalitatief hetzelfde is – met wachtlijsten – als die ervoor. Of de hele gezondheidszorg inderdaad als een complex systeem kan worden beschreven, kan op grond van alleen de onderhavige studie nog niet definitief worden geconcludeerd. Daarvoor is veel meer en vooral grootschaliger onderzoek nodig.

    • Rob van den Berg