HARTVERSTERKERTJE WERKT NA INFARCT EN TEGEN HARTFALEN

Ouderen die geregeld een borreltje, een pilsje of een glas wijn drinken hebben minder kans op het ontstaan van hartfalen. En mensen die al eens een hartinfarct hadden, kunnen matig alcohol drinkend de kans op een dodelijk tweede infarct drastisch verminderen. Dat blijkt uit een tweetal artikelen in The Journal of the American Medical Association van 18 april. Te veel alcohol heeft echter het tegenovergestelde effect: het verhoogt de bloeddruk en leidt tot schade aan de hartspier.

Dat een glas wijn bij het eten de kans op een hartinfarct vermindert, is een oude volkswijsheid die al jaren geleden door wetenschappelijk onderzoek is bevestigd. Alcohol gaat namelijk atherosclerose tegen doordat het de hoeveelheid HDL-cholesterol verhoogt – en dus ook de cholesterolafbraak in de lever.

Interessant is echter dat matig alcoholgebruik ook de kans op hartfalen verkleint. Men spreekt van hartfalen als de hartspier zo versleten is dat hij te weinig kracht kan ontwikkelen om voldoende bloed rond te pompen. De aantasting van de hartspier kan talloze oorzaken hebben, waaronder chronisch alcoholmisbruik en een tekortschietende bloedtoevoer als gevolg van atherosclerose in de kransslagaders. De onderzoekers volgden veertien jaar lang 2.235 ouderen, die aan het begin van het onderzoek (in 1982) geen hartafwijkingen vertoonden. De deelnemers waren gemiddeld bijna 74 jaar oud. In de proefperiode kregen er 281 last van hartfalen, van wie er 28 hieraan overleden. Gerelateerd aan de alcoholconsumptie kwam een duidelijk verband met hartfalen naar voren. Mensen die hooguit twee alcoholische consumpties per dag gebruikten, hadden 21 procent minder kans op hartfalen dan geheelonthouders. Bij de deelnemers wier daggemiddelde tussen twee en zeven consumpties lag was de kans zelfs 47 procent lager.

Dit resultaat staat op gespannen voet met het streven om van dit onderzoek geen aanmoediging voor drankgebruik te maken. Zeven alcoholhoudende consumpties per dag ligt immers griezelig dicht bij de acht drankjes per dag die voldoende zijn om iemand lichamelijk afhankelijk van alcohol te maken. Dr. Jerome Abramson van Emory University in Atlanta en eerste auteur van het artikel, liet echter weten dat het overgrote deel van de ouderen die tussen de twee en zeven drankjes gebruikten er drie of vier nemen. Als hij de mensen die méér drinken uit de berekeningen wegliet, vond hij ook een afname van het risico van ongeveer 50 procent. Matig is dus genoeg.

    • Huup Dassen