Golek Quartet op dreef na rust

Je hoort het voetballers na afloop van een wedstrijd wel eens vertellen: hoe de coach ze in de rust een donderpreek gaf die terug op het veld voor vleugels zorgde. Iets dergelijks moet er ook bij het Golek Quartet na de eerste set in de kleedkamer van Pompoen hebben plaatsgehad. Het viertal dat na de pauze op het podium stond leek wel een andere band dan die de eerste set speelde.

Niet dat het eerste uur van het concert slecht was; eerder te voorzichtig. De nummers werden wat stroef neergezet, de sfeer was ingehouden. Zelfs in het spannend opgebouwde Not what but how, waarin een steeds herhaald broeierig thema uitmondde in een up tempo hoogtepunt, bleef het kwartet op de rem staan. Deel van die stijfheid is te verklaren uit de begeleidende rol die bandleider David Golek zichzelf toedichtte. Terwijl hij de solo's overliet aan altsaxofonist Miguel Martinez, bracht zijn gitaar vooral vlakvullende akkoorden voort.

Maar in de tweede set was dat allemaal zo vergeten. Golek en de zijnen waren meteen op dreef. Het bandgeluid was groter en hechter, en juist door wat minder krampachtig iedere noot op de juiste plaats te willen zetten liepen de bruggetjes tussen de thema's nu gesmeerd. Golek ging het duel aan met Martinez en betoonde zich een solist met verrassende wendbaarheid. Bassist Thomas Anderson en drummer Joost Kesselaar trokken steeds diepere groeven.

Ook stilistisch toonde het kwartet in de tweede helft een ander gezicht. Serveerden Golek en de zijnen voor de pauze beschaafde neobop, daarna werd er een stevige lading Turkse en Hassidische ritmes aan toegevoegd. Het David Golek Quartet bewees – eenmaal warm gedraaid – een band met een eigen gezicht te zijn.

Concert: David Golek Quartet. Gehoord: 18/4 in Pompoen, Amsterdam. Herh. 21/4.

    • Edo Dijksterhuis