Geur van sovjetinkt

Het boek Russian Silhouettes van Genna Sosonko, uitgegeven door New in Chess, Alkmaar, gaat over een verdwenen cultuur uit een land dat niet meer bestaat: de wereld van het sovjetschaak, met zijn enorme leger van spelers, trainers en organisatoren. Een wereld waarin grote menigten de schaakpartijen van hun helden buiten op straat op de grote demonstratieborden volgden als er binnen in de zaal geen plaats meer was, waar gepensioneerden zich bij twintig graden vorst in het park over hun schaakborden bogen en waar oude vrouwen geduldig wachtten op hun kleinkinderen die in het Huis van de Pioniers hun schaaklessen volgden.

Het was de wereld die Sosonko in 1972 verliet, omdat de Sovjet-Unie niet alleen een schaakparadijs was, maar ook een land waarin de menselijke ontplooiingsmogelijkheden wreed beknot werden en waar een mens met zelfrespect een masker moest dragen dat op den duur met het gezicht samen dreigde te vallen.

In de inleiding van zijn boek schrijft hij: ,,Steeds als een van degenen over wie dit boek gaat overleden was, wilde ik over hen lezen. Later realiseerde ik me dat ik over hen wilde lezen wat ik zelf wist. Meer dan dat – wat alleen ik wist.'' En omdat dat niet ging, moest hij het zelf opschrijven.

De schaakcultuur zoals Sosonko die in de eerste helft van zijn leven meemaakte is niet alleen verdwenen doordat de Sovjet-Unie uiteen viel, maar ook doordat het schaken zelf veranderde. Afgebroken partijen werden afgeschaft, het speeltempo werd versneld en door de computer, die het mogelijk maakt om iedere week duizenden pas gespeelde partijen op te slaan, is de openingsvoorbereiding nu heel anders dan vroeger.

Volgens Sosonko is het ook een ander mensensoort dat nu in de schaakwereld rondloopt. Hij schrijft: ,,Hoewel ik weet dat het geen grote geest was die met de gedachte kwam dat in de oude tijden de hemel blauwer was en de meisjes mooier, dat de dame-offers spectaculairder waren en, tenslotte, dat de mensen in de schaakwereld interessanter waren, kan ik de gedachte niet onderdrukken: het is waar, het is waar...''

Hij wilde de dingen schrijven die alleen hij wist en de portretten in `Russian Silhouettes' zijn op een paar na dan ook van mensen die Sosonko van nabij kende, niet alleen in zijn Leningradse tijd, maar vaak ook later, toen hij al in Nederland woonde.

In het begin was het moeilijk om contact te blijven houden met de schakers uit de Sovjet-Unie, want tot in het begin van de jaren tachtig was een emigrant iemand die eigenlijk niet mocht bestaan, en voor de achterblijvers was het contact gevaarlijk.

Sosonko beschrijft de groten, zoals Tal, Botwinnik en Poloegajevski, maar ook mensen die hier nauwelijks bekend zijn geworden, zoals de schaaktrainer Vladimir Grigorjevitsj Zak. En in een hoofdstuk dat `De Sprong' heet, gaat het over de duistere kanten van het schaken, over spelers die in hun jeugd een grote maar nooit ingeloste belofte waren, die alles aan het schaken gaven en tenslotte met lege handen stonden en geen andere oplossing zagen dan de sprong van een brug in de rivier: ,,Voor wat het geeft aan creatieve vreugde, en soms aan prijzen en geld, vraagt het schaken op het hoogste niveau een kleinigheid terug – de ziel.''

Vlak nadat Sosonko in 1972 naar Nederland was gekomen, zei hij in een interview met Max Pam dat er voor de emigratie moed nodig was geweest, maar dat er nog meer moed en wilskracht nodig zou zijn om te stoppen met schaken. Hij betwijfelde of hij die moed op kon brengen, en hij heeft het ook niet gedaan, maar je zou kunnen zeggen dat hij het half heeft gedaan. Hij bleef schaken, maar zonder er zijn ziel aan te verliezen, en soms lijkt het of dat laatste hem spijt.

Het boek is prachtig geschreven. Er staan veel anekdotes in, maar de anekdotes zijn er nooit zomaar, ze staan altijd in dienst van het scherpe portret dat geschilderd wordt. Zoals Sosonko zijn figuren tekent, zo zullen ze voortaan in ons geheugen staan, en aan het eind van het boek is een van de scherp getekende karakters die we hebben leren kennen, dat van de schrijver zelf.

Twee weken geleden werden de eerste exemplaren uitgereikt in de Amsterdamse boekhandel Pegasus. Vroeger was die winkel in de Leidsestraat, het was de communistische boekwinkel waar Simon Carmiggelt nog eens een steen door de ruit heeft gegooid.

De boekhandelaar herkende nog wel een paar van de schakers die daar toen de onbegrijpelijk goedkope schaakboeken en tijdschriften uit Oost-Europa kwamen kopen.

,,Weet je nog dat er in het huis aan de overkant van de straat een camera was die alle bezoekers van de winkel in de gaten hield?'', vroeg Sosonko nu. Ja, dat hadden we wel eens gehoord, hoewel we nooit zeker wisten of het waar was. Het kon ons ook niet veel schelen indertijd, maar voor de emigrant Sosonko moet het meer betekenis dan voor ons hebben gehad dat hij in zijn nieuwe land alweer bespied werd door een veiligheidsdienst, als hij in de Leidsestraat zijn Russische boeken kocht.

Voor ik dit stukje ging schrijven pakte ik een paar boeken uit de kast die ik lang geleden in die winkel had gekocht. Ik sloeg The Soviet School of Chess van Kotov en Yudovich open, uitgegeven door het Foreign Languages Publishing House, Moskou 1958. Het was lang een lievelingsboek van me geweest en verdraaid, nu rook ik weer de geur van de sovjetinkt of misschien van het sovjetpapier, die in veel van die boeken zit, maar hier wel heel sterk bewaard was gebleven.

Het boek van Sosonko geeft geen schaakpartijen, maar deze rubriek heeft een plaatje van een schaakbord nodig, anders kan niemand hem vinden. Om de geur van de sovjetschaakschool op te roepen is hier, in volstrekte willekeur gekozen, een studie van Alexei Troitzki (1866-1942) uit 1924.

Troitzki was in het woelige jaar 1917 al zijn aantekeningen kwijtgeraakt en begon pas weer in 1923 met het componeren van studies. Hij stierf van honger tijdens het beleg van Leningrad en wederom gingen al zijn papieren verloren.

1. h6-h7 Tg4-g5+ 2. Kd5xd6 Tg5xh5 3. Kd6-c7 Dreigt 4. Ta2 mat. 3...Ld7-e6 4. Kc7-b8 Dreigt 5. Td6 mat. 4...Le6-d5 5. Td2xd5 Th5xd5 6. h7-h8T Niet 6. h8D wegens 6...Td8+ 7. Dxd8 pat. Nu dreigt weer mat door 7. Th6+ 6...Td5-d6 7. Kb8-c7 Met mat of torenwinst.

Zo zien we wat aan het begin nog lang niet duidelijk was, dat dit een sierlijke bewerking is van de beroemde Saavedra-studie uit 1895: Wit Kb6 pion c6, zwart Ka1 Td5, wit wint met 1. c7 Td6+ 2. Kb5 Td5+ 3. Kb4 Td4+ 4. Kb3 Td3+ 5. Kc2 Td4 6. c8T! Ta4 7. Kb3.

    • Hans Ree