Freud achterna

Ik zag Louis en dacht aan Shakespeare. Maar dan ergens in het theater van de lach, in een dorp op de Veluwe. In de zaal alleen maar weduwen en wezen, verstijfd van angst voor de hoofdrolspeler. Sprakeloze wezens die het liefst herinnerd willen worden aan hel en verdoemenis. Lachen doen ze alleen nog met het mes op de keel.

De hoofdrolspeler was net iets te lang aan de tap van het dorpscafé blijven hangen. Er sijpelde een vreemde lichtheid door de zinnen, misschien wel sherry-geluk. Voor een Baco'tje was het immers nog te vroeg op de dag. De boodschap waarmee hij zich tot zijn gehoor richtte was best zwaar en toch tintelde hij van geluk. De euforie danste voor hem uit. Zo gelukkig had hij zich als kind nooit gevoeld terwijl hij toen al een hartstochtelijk beoefenaar van amateurtoneel was.

De hoofdrolspeler groeide in zijn rol. De stiltes werden langer dan de zinnen, de gebaren breder dan de schroefslag van een helikopter. Soms leunde hij achterover met de valse belofte van een adempauze. Maar nog voor de castraten in de zaal de billen hadden geschud, rees hij alweer op als een bliksemschicht. Dit vuur was niet te doven. Naar het einde toe bleven de woorden achterwege en spraken alleen de ogen nog – de blik van de Gekruisigde.

Over het decor was zorgvuldig nagedacht. Naast de hoofdrolspeler waren twee pilaren neergezet: Rob de Leede en Mark Wotte. Versteend in bewondering ondergingen ze het grootse spektakel van de hoofdrolspeler. Geen wimper die het waagde te vallen, geen wenkbrauw die het waagde te fronsen. Niets is troostelozer dan rechtop getakelde mummies. Bij het aanschouwen van zoveel vergeefse aanwezigheid werd ik opeens besprongen door een vermetele gedachte: socialisme is inderdaad de geringste straf.

Louis van Gaal begon zijn theatrale striptease met de mededeling dat het landsbelang zijn belang is. Als dat zo is, vrees ik met grote vreze voor het landsbelang. Er gaat iets niet helemaal goed met de bondscoach. Volgens mij is Van Gaal in de ban van Ko van Dijk. Bezeten door Carré-koorts. Een traininkje in Andorra, een lezinkje voor het pumpsplebs van Nationale Nederlanden, een persconferentie, het eten van een boterham met pindakaas, bespiegelingen over het weer, de selectie van het Nederlands elftal: àlles is theater. Louis gloriëert op het hoge licht van het podium, niet meer op een magistraal doelpunt van Frank de Boer of op een schitterende parade van Van der Sar.

De inzet is vertroebeld. Vroeger was hij nog echt boos, nu speelt hij de grote verongelijking, de opwinding, de getergdheid van gemoed. Van Gaal lijkt niet langer bestraald te zijn door de erotiek van het succes. Het is alsof hij zijn eigen lijdensverhaal wil creëren. Alsof de roes van het slachtofferisme hem onder de huid is gekropen. Wat maakt het nou uit of tegen Cyprus Van der Sar in het doel staat of Westerveld? Voor Louis is het een staatszaak. Hij heeft Juventus nog een keer gewaarschuwd. Zoals Ko van Dijk zijn leven opdeelde in de categorieën liefde en wanhoop, zo bespeelt Louis zijn hang naar heroïsch gezag in de armoedige uitsplitsing: oorlog of vrede.

Op zijn laatste persconferentie gebruikte hij out of the blue het woord interpretatiedivergentie. Naar hij van Ajax-arts Bon had vernomen betekent het: een positieve uitleg voor manipulatie. Interpretatiedivergentie: Van Gaal wil niet eens Michels achterna, Van Gaal wil Freud achterna. En Wittgenstein en Kant en Bernard-Henri Lévy en Marcel van Dam. Louis wil het fresko zijn van de groten der aarde. Denkers, strategen, acteurs, staats- en rebellenleiders, het maakt niet uit – als de klank maar superieur is aan het geluid van klompen.

Ik vrees dat ik een beetje medelijden begin te voelen voor Louis van Gaal. En is medelijden niet de nobele variant van verachting? Het is voor een voetbalnatie die schittert in zelfbeklag altijd prettig eens een bondscoach te hebben die af en toe de benen spreidt met een Jean Gabin-achtige aplomb. Maar er moet dan wel iets te acteren zijn. Het droevige gesukkel van het Nederlands elftal is niet meteen een legitieme uitvalsbasis voor grootse gebaren en meeslepende retoriek. En nog minder voor domme oorlogshitserij. Als ik Van Gaal was, zou ik eerder gaan knielen en bidden in een of andere kerkje. Want het mirakel zal toch van boven moeten komen, niet uit een dorpstheater op de Veluwe.

    • Hugo Camps