Euro op school moet erezaak zijn voor Zalm

Opdracht 1: Wim koopt vier appels en betaalt 2 gulden. Hoeveel kost 1 appel? Uitrekenen van deze som kan elk basisschoolkind na verloop van tijd wel, maar juf, wat is in hemelsnaam een gulden?

Het is niet denkbeeldig dat de schooljeugd over twee jaar of langer, als de euro al lang en breed in circulatie is, nog moet rekenen met de gulden. Dat is die munt waarvoor het Ministerie van Financiën en de Europese centrale banken op dit moment met alle mogelijke middelen proberen te bewerkstelligen dat we hem allemaal vanaf begin volgend jaar zo snel mogelijk vergeten. Allemaal, behalve de schooljeugd, die nu net tot de voorhoede hoort bij het accepteren en omgaan met de nieuwe munt.

In een antwoord, afgelopen donderdag, op vragen van de PvdA-kamerleden Barth, Crone en Dijksma om extra middelen om de euro in het lesmateriaal in te voeren, stelt minister Zalm, ook namens de bewindslieden Hermans en Adelmund van OCW, dat de onderwijssector en de uitgeverijen de euro vanaf 1993 hebben kunnen zien aankomen.

Dat is niet waar. Pas op 1 mei 1998 werd het besluit over de invoering van de euro überhaupt definitief. Het hele project was tot kort daarvoor veel onzekerder dan met terugwerkende kracht wordt voorgesteld. Zalm zelf hield er, terecht overigens, lang de spanning in met het oog op de wankele begrotingspositie van Italië.

Belangrijker is dat de invoering van de euro niet zomaar een maatschappelijke verandering is waarvoor scholen zelf verantwoordelijk zijn die in het lesmateriaal te verwerken. De invoering van de euro is een van overheidswege opgelegde maatschappelijke verandering. De munt is de bevolking niet enkel verkocht met een verwijzing naar de veronderstelde economische voordelen, maar ook naar samenwerking in Europa, naar vrede en stabiliteit. In dat licht is het extra merkwaardig dat juist de jeugd het langst aan de gulden zal worden herinnerd. Het maakt de invoering van de euro op school juist tot een erezaak.

Ondernemers die kosten maken voor de euro worden door het Rijk deels vergoed. Voor het andere deel zullen zij de kosten via hun prijzen zien te moeten verhalen op de brede massa van de consumenten. Anders zit dat bij schoolgaande kinderen. Alleen al de schoolleiders in het basisonderwijs hebben berekend dat 113 miljoen gulden extra nodig is om al het lesmateriaal te vervangen. Zij zien zich dus óf met verouderd lesmateriaal opgescheept, óf zullen moeten toestaan dat de school op andere uitgaven beknibbelt. Van tweedehands computers over op derdehands dan maar?

Een deel van de ouders staat zelf voor extra kosten. De schoolboeken in het voortgezet onderwijs zijn voor hun rekening, onderstreept de minister, al dan niet via een boekenfonds. Die opmerking is in dit verband te vergelijken met het - overigens teruggedraaide - initiatief van de zuivelcoöperaties vorige week om de MKZ-schade van boeren exclusief op melkdrinkers te verhalen via een dubbeltje extra voor een pak melk. Ook die poging tot particulier maken van een maatschappelijk probleem was misplaatst.

Het initiatief voor de euro komt van de overheid. De noodzakelijke maatschappelijke kosten moeten, als er geen bestaand mechanisme is om die op de brede bevolking te verhalen, via de overheid lopen. Uiteindelijk betaalt iedereen dan de kosten via de belasting. Nachtwakersstaatje spelen is prima, maar niet bij kwesties die je zelf over het land afroept.

Dat de overheid komt met speciaal lesmateriaal over de euro, is geen oplossing. Dat is bedoeld om de invoering van de euro een extra zetje te geven, niet als duurzaam lesmateriaal.

Eind volgende week moet, in het kabinetsberaad van vrijdag, de laatste hand worden gelegd aan de Voorjaarsnota 2001. Zalm zegt voor die tijd geen vragen over extra geld te kunnen beantwoorden. Duidelijk is inmiddels dat, naast de PvdA ook D66, CDA en GroenLinks additionele middelen willen zien om de schoolkinderen goed en duurzaam uit te rusten met leermiddelen waarin de gulden is vervangen door de euro.

Hetgeen leidt tot opdracht 2: Gerrit jaagt vier fracties tegen zich in het harnas, één met 45 zetels, een met 14 zetels, een met 29 zetels en een met 11 zetels. Moet Gerrit overstag?

Maarten Schinkel is redacteur van NRC Handelsblad.

    • Maarten Schinkel