EU probeert brug te slaan naar kandidaat-leden

Dit weekeinde spreken de Europese ministers van Financiën en de bankpresidenten voor het eerst met hun collega's van de kandidaat-lidstaten. Aftasten en subtiel de goede kant op duwen, is het motto.

Europa moet groeien, en snel. De Zweedse minister van Financiën, Bosse Ringholm, tevens voorzitter van de vergadering van Europese ministers van Financiën, liet er op de openingspersconferentie gisteren van de informele Ecofin, geen twijfel over bestaan. Als het aan de Zweden ligt, zal de toetreding van de kandidaat-lidstaten zo spoedig mogelijk plaatsvinden. ,,We moeten proberen een brug te slaan tussen de huidige lidstaten en de nieuwe toetreders'', aldus Ringholm. ,,Europa kan er sterker en onafhankelijker van worden.''

In het Zweedse Malmö spreken de Europese ministers van Financiën dit weekend voor het eerst met hun dertien collega's van de kandidaat-lidstaten. De hamvraag: hoe kan de Unie de toetreders helpen hun economie op orde te krijgen en klaar te stomen voor de integratie in een open markteconomie met haar beurzen en financiële crises. En hoe houden we daarbij de financiering van de Unie beheersbaar en duurzaam.

Sceptici van de vergadering doen de bespreking af als ,,te vrijblijvend'' en zelfs ,,hypocriet''. Feit dat bijvoorbeeld een land als Turkije deze dagen meepraat alsof er op korte termijn al sprake zou zijn van toetreding, maakt dat sommigen de informele top niet serieus nemen.

Niettemin is het voor het eerst dat buiten de Algemene Raad serieus wordt gesproken over de financiële en macro-economische consequenties van de uitbreiding. De beheersbaarheid van de Europese financiën, met haar landbouwsubsidies en structuurfondsen, staat daarbij voorop.

Het enthousiasme van de Zweden over de uitbreiding wordt echter niet door alle lidstaten gedeeld. Met name de zuidelijke landen (Spanje en Portugal) vrezen dat door de toetreding van de relatief arme nieuwkomers hun aandeel in de Europese Structuurfondsen drastisch zal afnemen. Immers, de over het algemeen veel zwakkere economieën van het voormalig Oostblok maken meer aanspraak op Europese steun dan het inmiddels snel groeiende Spanje. Minister Zalm (Financiën) herhaalde gisteren zijn voorstel een grens in te stellen voor landen die aanspraak kunnen maken op structuurgelden. ,,De rijke landen hebben het niet nodig, die kunnen zelf veel sneller en efficiënter eventueel noodlijdende regio's nationaal steunen'', aldus Zalm.

Zalm krijgt maar weinig steun voor zijn ideeën. Vooralsnog is afgesproken een overgangstermijn te hanteren voor de nieuwkomers. Landen die lid worden mogen pas na een aantal jaren volledige aanspraak maken op de structuurfondsen

Ook Duitsland, formeel voorstander van uitbreiding, heeft grote bedenkingen tegen snelle toetreding vanwege het enorme arsenaal aan arbeidskrachten dat de Duitse markt, met name in het voormalig Oostduitse deel, dreigt te overspoelen. Ook hier zijn overgangstermijnen afgesproken.

Zalm wees na afloop van de voorbereidende gesesprekken op vrijdag nog op de noodzaak de veelal kleine economieën van de toetreders voldoende te beschermen tegen de concurrentie van het grote Europa. ,,Het is onmogelijk dat zij de westerse economieën uit balans brengen, daar zijn ze te klein voor'', aldus Zalm.

Volgens Zalm zal er vandaag, bij de gesprekken met de toetreders, vooral ,,vriendelijk gepraat'' worden. ,,De spierballen komen later pas''

De lidstaten zullen voorzichtig proberen de nieuwkomers meer richting markteconomie te manoeuvreren. Want los van de vraag of de toetreders uiteindelijk voldoen aan de strikte budgettaire criteria zoals vastgelegd in het stabiliteitspact, is het volgens de huidige lidstaten veel belangrijker dat de nieuwkomers daadwerkelijk mee kunnen draaijen in een volwaardige markteconomie, zonder dat daarbij hele bedrijfstakken onderuit gaan in het Europese marktgeweld.

    • Egbert Kalse