Dertig miljoen

Een staaltje demagogische demografie. Zo zou ik het artikel `Bevolking van Nederland koerst naar de dertig miljoen' (NRC Handelsblad, 10 april) willen typeren. Peter van Krieken beweert daarin dat het niet nodig is de immigratie te stimuleren om de economie gaande te houden tijdens de periode van vergrijzing die Nederland te wachten staat. Hij komt tot deze `wens-conclusie' omdat hij op verschillende gronden aanneemt dat de Nederlandse bevolking toch wel zal blijven groeien.

Zijn grootste misvatting is zijn stelling dat het CBS beweert dat ,,de migratie tot nul zou afnemen dan wel zich zou beperken tot de `vervangingscijfers'.'' Hij noemt daarbij geen bron. Dat is niet verwonderlijk, want die zal er hoogstwaarschijnlijk niet zijn. Van Krieken maakt namelijk een veel gemaakte interpretatiefout van de bevolkingsprognosecijfers van het CBS. Het CBS gaat namelijk wel degelijk uit van een immigratieoverschot in zijn prognoses. Hoe groot dat zal zijn is moeilijk te schatten. Daarom stelt het CBS het overschot op hetzelfde niveau als nu het geval is. Hoe hoog dat is, varieert met de ontwikkelingen op dat gebied. Wat men zich in Nederland vervolgens moeilijk kan voorstellen is, dat de sterfte na 2030 zo zeer het aantal geboorten zal overtreffen, dat het hoogstwaarschijnlijk het immigratieoverschot overtreft.

Het feit dat de jonge vrouwen in Nederland (inclusief de migrantenvrouwen) al sinds het begin van de jaren zeventig aanhoudend te weinig kinderen krijgen om de Nederlandse bevolkingsomvang in stand te houden is een tweede reden waarom de bevolkingsomvang in de volgende eeuw zal gaan afnemen.

Het is daarom zeer onaannemelijk dat de door de heer Van Krieken geïntroduceerde 1-procentsregel – bij 1 procent groei verdubbelt de bevolking in 72 jaar – de volgende eeuw zal opgaan. Ook nu gaat die regel al niet meer op. In 1950 waren er bijvoorbeeld 10 miljoen Nederlanders. In 2022 – 72 jaar later – zullen dat er nog geen 20 miljoen zijn. Het CBS verwacht hooguit 18 miljoen mensen in 2030. De grote uitdaging voor het Nederlandse bedrijfsleven is de economie op peil te houden met een geringer arbeidspotentieel.