De tijdwet van Pascal

Op het ogenblik dat u dit leest, hebben over de hele wereld gerekend duizenden of tienduizenden mensen een telefoon in hun hand. Ze melden elkaar dat ze in de bus/tram/trein/auto/op een vliegveld zitten en dat het `nog wel even kan duren'. Daar zijn we aan gewend. File, staking, bovenleiding kapot, brand in motor, passagier gek geworden – normaler kan het niet. Ik denk dat niemand er van zou opkijken als voortaan op iedere maandag een stem uit de hemel kwam, die zei: Het kan nog wel even duren! Zoals vroeger eens per maand de sirenes van het luchtalarm een minuut proefloeiden. Dat was niet simpel een test. Het was een teken uit een ver verleden: dat het weer zou kunnen gebeuren. Kijk ik uit het raam, dan zie ik het staketseltje met de sirene. Er komt al jaren geen geluid meer uit. Waarom ook wel? Er zijn nog maar weinig mensen die begrijpen wat het betekent. Naast de sirene staan twee schotelantennes voor de telecommunicatie.

Donderdag 19 april leek een dag zoals andere werkdagen. Overal in het land kon het nog wel even duren. Werktuigelijk grepen de wachtenden naar de telefoon. Die deed het niet. Om één uur had de software van Network Intelligence Platform de geest gegeven. Laat de naam van het bedrijf rustig tot u doordringen. Network. Op zichzelf is dat al iets van een onvatbare, tegelijkertijd onmisbare grootsheid. Intelligence voegt er een alwetendheid aan toe. Platform suggereert: toch voor iedereen toegankelijk. Ondanks al deze eigenschappen ging het hele zaakje `plat'. Drie uur later kwam het weer overeind. De dag daarop hebben we in de krant kunnen lezen dat de `precieze' oorzaak nog niet bekend is.

Wat is er in deze drie uur van het plat-zijn gebeurd? De wachtenden, in files, treinen, wachtkamers – al die wachtenden op plaatsen waarvoor ik de verzamelnaam A gebruik – probeerden vergeefs degenen te bellen met wie ze op plaats B hadden afgesproken. `Het kan nog wel even duren', wilden ze zeggen. Máár: de wachtenden op plaats B hadden natuurlijk de normale wachttijd voor de gebruikelijke vertragingen ingecalculeerd. Pas nadat die was verstreken, zouden ze op hun horloge gaan kijken, terwijl ze zich afvroegen, waar zij/hij zou blijven. Na het verstrijken van de ingecalculeerde wachttijd verschenen de dames en heren van A op de afgesproken plaats B. Die van B zeiden: `Je zat zeker in de file/tram/trein/bus. Maar waarom heb je niet even gebeld?' `Ja', was het antwoord, `Het Network Intelligence Platform was kapot!'

Vorige week heb ik hier een stukje geschreven over de vertragende vernieuwing. De postmoderne mens bestaat in deze hoedanigheid dankzij de `apparatuur'. Daarin heb je weer allerlei families: van het vervoer, de elektronische communicatie, enz. In iedere familie verschijnt van tijd tot tijd een nieuwe generatie die sneller is dan de vorige. Objectief is dat waar. Maar voor iedere gebruiker breekt het ogenblik aan waarop snelheid in vertraging verkeert. Er zijn te veel mensen die binnen de beperkte ruimte even hard willen gaan, er gaat iets kapot, sommige gebruikers zijn niet tegen de nieuwe snelheid opgewassen, enz. In al die gevallen wordt het zich snel verplaatsen vervangen door wachten. Dit wachten strekt zich dan uit – zoals we in het voorbeeld van Network Intelligence Platform hebben gezien – tot twee partijen.

Hebben we hier te maken met de `kwadratuur van het wachten'? Was dat maar waar. Onder sommige omstandigheden gedraagt tijd zich als vloeistof volgens de Wet van Pascal (volgens welke `druk in een vloeistof uitgeoefend, zich in alle richtingen onverminderd voortplant'). Hebt u zich verslapen dan zet deze vertraging zich de hele dag voort. Staat u in de file, terwijl u eigenlijk uw persoonlijke netwerk zou moeten bedienen, en u hebt afgesproken met iemand die dat ook wil doen maar in plaats daarvan op u zit te wachten, en de telefoon doet het niet, dan ontstaat binnen een uur een toestand van onbecijferbare ingewikkeldheid. Alle vertragingen planten zich in ieders netwerk en ieders planning voort. Het is alsof er op hetzelfde ogenblik honderd stenen in een stille vijver worden gegooid. Stelt u zich voor hoe de golven, veroorzaakt door die honderd plonzen, tegen elkaar botsen, de daardoor ontstane golven weer onderling botsen, enz. (Het beeld is, in ander verband gebruikt, van Hugo Brandt Corstius). Zo leidt deze storing bij het Network Intelligence Platform niet eenvoudig tot een kwadratuur van het wachten. Het is een zich per seconde voortplantende chaos.

Terwijl ik dit schrijf, verschijnt er een mededeling op mijn scherm: `Tussen 12.00 en 12.15 is er geen telefoonverkeer mogelijk.' Dat bedoel ik.

Een collectieve reactie daarop kan niet uitblijven, schreef ik de vorige week. Nieuwe Ludditen? We gaan er nog nader op in.

    • S. Montag