De laatste Hollywood-ster

Elizabeth Taylor, een onaanraakbare vedette, de laatste ster aan een ooit zo helder firmament. Vanavond is ze te zien in een documentaire die de BBC over haar maakte.

Taylor praat over haar jeugd, een jeugd die al ophield toen ze, pas tien jaar oud, haar eerste film maakte. In Close-up klaagt ze over de grote pressie die haar ouders en de studio op haar uitoefenden.

Behalve Elizabeth zelf praten Shirley MacLaine, Rod Steiger en Angela Lansbury over Liz Taylor in de hoogtijdagen van Hollywood. Afgezien van een prachtverhaal van MacLaine – die beschrijft hoe Liz huilend champagne drinkt en, terwijl haar tranen in het glas vallen zegt: ,,Hij (Richard Burton) heeft mij leren liefhebben'' – is de documentaire verreweg het leukst als Liz zelf aan het woord is.

Bevlogen spreekt zij over Montgomery Clift, waarmee ze in 1951 A Place in the sun maakte. Hij leerde haar het belang van acteren, dat volgens hem geen spelletje was, maar een serieuze zaak. Met groot gevoel voor drama vertelt zij over het auto-ongeluk van `Monty', zoals zij hem noemt; zij was als eerste bij het wrak. Met James Dean (Giant, 1956, Deans laatste film) had zij lange nachtelijke gesprekken, waarover zij ondeugend lachend zegt: ,,Ja jullie zouden wel willen weten waarover wij spraken.''

De vele liefdes en huwelijken, die evenzeer aan haar roem bijdroegen als haar filmrollen, komen helaas niet aan bod. Ze praat alleen over Mike Todd en Richard Burton. Over het verongelukken van Mike Todd vertelt ze op adembenemde wijze. Groot drama, haar stem breekt, maar natuurlijk huilt ze niet, want dan zou haar make-up doorlopen. Door dit soort scènes wordt duidelijk dat Liz niet zomaar een actrice is – haar hele leven is film, groots en meeslepend.

Richard Burton was, hoe vaak zij ook in het huwelijk trad, (acht keer) toch de grote liefde in haar leven. Ze spreekt liefdevol over hem. Mooi is het verhaal over het begin van hun romance, tijdens het filmen van Cleopatra. Hoe ze hem helpt bij het drinken van een kop koffie , omdat hij zo trilt, terwijl ze elkaar diep in de ogen kijken. De rol van Cleopatra wilde ze eigenlijk niet spelen. Daarom vroeg ze één miljoen dollar, denkend dat ze dan wel een ander zouden vragen, hetgeen niet gebeurde. Taylor was de eerste filmster die zo'n bedrag voor een rol kreeg. Aandoenlijk is haar verontwaardiging als zij wél een Oscar krijgt voor haar rol in Who's afraid of Virginia Woolf? en Burton niet.

Wat deze documentaire ook tot een feest maakt zijn de vele scènes uit haar films, die aantonen wat een veelzijdige en prachtige vrouw Liz Taylor is.

Tevens valt op dat in de jaren 50-60 een totaal ander ideaalbeeld van de vrouw bestond dan nu. Waar het nu mooi is een draadnagel te zijn, werden toentertijd een volle boezem, brede heupen en een wespentaille als toppunt van vrouwelijkheid gezien.

De laatste jaren zet Liz zich in voor de aidsorganisatie die ze oprichtte na de dood van haar vriend Rock Hudson. Niemand doet iets, zegt ze daarover, dus moet ik het maar doen. En zij doet het met verve.

Tot haar spijt wordt ze niet meer gevraagd voor filmrollen – vanwege haar zwakke gezondheid, denkt ze. Inderdaad is zij in haar leven vaak zeer ernstig ziek geweest en heeft zij talloze zware operaties ondergaan. Maar altijd weer herrees Taylor als een phoenix uit haar as.

Close-up, zondag, AVRO, Ned.1, 18.30-19.29u.

    • Liesbeth van Trigt