De eigen wetten van een `hoogbegaafde' therapeut

Volgens hulpverlener Hans van O., beschuldigd van ontucht met hoogbegaafde pupillen, hebben hoogbegaafden andere normen. Is dat zo?

Lang ging het goed. Maar oud-wiskundeleraar Hans van O. (58) raakte als zelfbenoemd hulpverlener van hoogbegaafden het spoor bijster. Vorige week stond de oprichter van Facta, een stichting die cursussen organiseert voor hoogbegaafde kinderen, in Den Haag terecht wegens het bezit van kinderporno en ontucht met minderjarigen. Ontwikkelingspsycholoog Willy Peters van het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (CBO): ,,Van O. heeft fundamentele grenzen overschreden. Hij is geen gediplomeerde therapeut. Professionele hulpverleners zijn zich bewust van de valkuilen die de relatie therapeut-cliënt met zich meebrengt.''

Zonder ouders om toestemming te vragen nam Van O. pupillen mee naar de sauna, zo gaf hij toe tijdens de rechtszaak. Een 14-jarige ex-cursiste kreeg per e-mail een foto van Van O. toegestuurd waarop hij masturbeerde op naaktfoto's die hij eerder, alweer buiten medeweten van de ouders, van haar had genomen. Ook zadelde hij de pupillen op met zijn eigen problemen, onder meer via intensief sms-verkeer. Daarnaast beschuldigen twee ex-cursisten hem van ernstiger ontuchtige handelingen, die Van O. ontkent. Het openbaar ministerie eiste drie jaar celstraf.

Tijdens de zitting betwijfelde Van O., die zichzelf tot de hoogbegaafden rekent, of de niet-hoogbegaafde rechters wel een rechtvaardig oordeel over hem zouden kunnen vellen. Hoogbegaafden hebben nu eenmaal `een ander ethisch waardenpatroon'. Belangenorganisaties voor hoogbegaafden namen rigoureus afstand van deze uitspraken. De vereniging MENSA, een belangenvereniging voor hoogbegaafde volwassenen, en Pharos, voor ouders van hoogbegaafde kinderen, verklaarden gezamenlijk dat ook voor hoogbegaafden de gangbare normen en waarden gelden. ,,Als er sprake zou zijn van een verschil in ethiek, zal dit hoogstens verband houden met het extreme rechtvaardigheidsgevoel dat vele hoogbegaafden hebben.''

Peters vindt zelfs deze kwalificatie te ver gaan. ,,Hoogbegaafden die extreem eerlijk zouden zijn? Dat neem ik met een korrel zout. Het zijn mensen zoals u en ik, met een breed scala aan persoonlijke kenmerken.'' Peters wijst de uitspraken van Van O. ,,pertinent'' af.

Al jaren vragen de ouders van hoogbegaafde kinderen aandacht voor de problemen die hun kinderen ondervinden op school, zoals isolement en faalangst. Door gebrek aan geld, kennis en belangstelling in het onderwijs zijn die problemen niet altijd bevredigend op te lossen. ,,Veel ouders zijn wanhopig op zoek naar instituten waar ze niet uitgelachen worden als ze over hoogbegaafdheid beginnen'', zegt Peters. Goedbedoelde initiatieven van particulieren hebben daardoor vrij spel. Facta, het geesteskind van Van O., voorzag in een grote behoefte. Ruim 5.700 kinderen volgden er de afgelopen jaren cursussen en trainingen. Negenjarigen volgden vlieglessen of deden mee aan de cursus `rationele zelfanalyse'. Facta wordt nu geleid door Van O.'s zoon.

Juist Van O. maakte zich vorig jaar sterk voor een keurmerk voor hulpverlening aan hoogbegaafde kinderen. Stichting Plato, het Landelijk Informatiecentrum Hoogbegaafdheid, ondersteunde het keurmerk eerst wel, maar trok de steun in nadat de beschuldigingen tegen Van O. naar buiten waren gekomen.

Het CBO vond het keurmerk van meet af aan overbodig. Geregistreerde psychologen en orthopedagogen weten zich immers al jaren gebonden aan regels. Peters: ,,Van O. heeft ons zijn keurmerk destijds aangeboden, maar dat heb ik afgehouden. Nu ben ik daar blij mee. In mijn ogen was Van O. vooral bezig zichzelf te bewijzen.''