DE BIOLOGISCHE APPELTEELT IS OVER DE HELE LINIE SUPERIEUR

De biologische appelteelt is economisch net zo profijtelijk als de traditionele appelteelt, levert smakelijker fruit op en belast het milieu minder. Ook verbruikt het minder energie (Nature, 19 april). Het nieuws contrasteert scherp met een opiniestuk van de bioloog Anthony Trewavas dat Nature op 22 maart publiceerde.

Een onderzoeksgroep onder leiding van John Reganold, verbonden aan de Washington State University, vergeleek gedurende zes jaar de resultaten van de teelt van Golden Delicious-appels in laagstamboomgaarden volgens de traditionele methode met een biologische en een `geïntegreerde' teeltwijze. De proeven werden in viervoud uitgevoerd op 12 percelen van ruwweg 40 bij 40 meter.

Bij de biologische teeltwijze werden plagen en ziektes voorkomen of bestreden met louter biologische bestrijdingsmethoden (waaronder het gebruik van insecten-lokstoffen en preparaten van Bacillus thuringiensis, die bepaalde rupsen doden). Gecomposteerde kippenmest en bladvoeding (via een besproeiing) vervingen kunstmest. De groei van onkruid werd bestreden met anti-wortelmatten en een bodembedekking van boomschors, en later met mechanische middelen (zoals maaien). De conventionele teelt gebruikte `gewoon' kunstmest en verder synthetische pesticiden en onkruidbestrijdingsmiddelen. De geïntegreerde teelt zat er zo'n beetje tussenin.

Bomen en bladerkronen ontwikkelden zich in alle 12 proefpercelen in gelijke mate en er traden geen opvallende verschillen in ziekten en plagen op. Ook was er geen noemenswaardig verschil in opbrengst (gemeten in tonnen fruit per hectare) als die over de laatste vier geaccumuleerd werd. Wel bleven de biologische appels de laatste twee jaar iets kleiner. Waarschijnlijk als gevolg van de relatief koele en vochtige groeiplaats trad bij alle teeltmethoden nogal wat schil-verruwing op waardoor het fruit uitsluitend voor industriële verwerking (appelmoes en -sap) in aanmerking kwam.

Opmerkelijk was dat de biologische appels steviger en smakelijker (zoeter en minder wrang) waren dan de andere. Dat bleek uit objectieve tests en werd bevestigd door een smaakpanel. Daar kwam bij dat de bodemkwaliteit (volgens vier criteria gemeten) na zes jaar in de biologische boomgaarden aantoonbaar beter was dan in de conventionele appeltuinen. Vanzelfsprekend was ook het milieu-effect minder ongunstig.

De biologische teelt eiste zo'n 40 procent meer mensuren arbeid, maar verbruikte veel minder energie, vooral dankzij de `gratis' kippenmest en de alternatieve onkruidbestrijding. Omdat de industrie voor het biologische fruit ruwweg 50 procent meer betaalde dan voor het gewone fruit lag de kosten/baten verhouding bij de biologische teelt uitgesproken gunstig. Maar zonder de ongelukkige schil-verruwing was het verschil minder uitgesproken geweest. Volgens de onderzoekers zou de biologische appelteelt ook nog kunnen concurreren met de gewone teelt als de `price premium' maar 15 in plaats van 50 procent was.

    • Karel Knip