CUBA

Phileas Fogg deed het in 80 dagen, Fidel Castro in 80 maatpakken. De Achterpagina gaat in 80 hits de wereld rond. Vandaag de 43ste stop: Cuba.

Hoeveel dichters zijn er in de afgelopen veertig jaar in geslaagd om door te dringen tot de hitparade? Wie het weet mag het zeggen, maar het zullen er niet veel zijn – zeker wanneer je chansonniers als Leonard Cohen en aanstellers als Jim Morrison buiten beschouwing laat. In Nederland haalde Drs P begin jaren zeventig met `Dodenrit' en `Veerpont' verrassend de Top 40, iets wat zijn bijna-naamgenoot Def P (de rap-dichter van de Osdorp Posse) hem in de jaren negentig niet nadeed. En dan was er nog het CPNB-liedjesproject Zing je moerstaal, dat er in 1976 voor zorgde dat Maggie McNeal een hit had met `Terug naar de kust' van Theun de Winter, en Boudewijn de Groot met `Kinderballade' van Gerrit Komrij, de huidige Dichter des Vaderlands.

Hoe anders verging het José Martí, de dichter des vaderlands van Cuba. Hij leverde de tekst voor `Guajira Guantanamera', een aanstekelijk liedje over een `boerenmeisje uit Guantánamo' dat in tientallen versies in de internationale hitlijsten terechtkwam. Niet dat Martí het succes van Joan Baez, Nana Mouskouri, Julio Iglesias en Helmut Lotti mocht beleven; de revolutionaire dichter stierf al in 1895 en zal dus alleen vanuit de hemel hebben kunnen zien hoe een van zijn Versos sencillos (`eenvoudige gedichten') op de in 1941 gecomponeerde muziek van Joséito Fernandez terechtkwam.

`Guajira Guantanamera' was al het onofficiële Cubaanse volkslied toen de Amerikaanse folkzanger Pete Seeger het in het begin van de jaren zestig ontdekte. Met een ingekorte titel, `Guantanamera', werd het over de hele wereld door diverse artiesten op de plaat gezet. In de Nederlandse Top 40 haalden Digno Garcia en The Sandpipers er in september 1966 allebei een vierde plaats mee; 31 jaar later zouden de hiphopsterren Wyclef Jean en Lauren Hill, ex-leden van de Fugees, nog een zeer vrije bewerking de hitparade in rappen, met als openingsvers: `Hey yo, I'm standing at the bar with a Cuban sigar.' Maar de verrassendste bewerking kwam in 1966 van Rob de Nijs, die het liedje verplaatste van Guantanamo naar het Noord-Hollandse Anna Paulowna en de `serieuze dichter uit de streek van de palmen' uit de tekst van Martí verving door een lachend meisje dat genoemd was naar de plaats waar ze vandaan kwam.

Hoewel je het aan de versie van De Nijs niet zou afhoren, is `Guajira Guantanamera' van oorsprong een loom-swingende `son', een Cubaanse variant van de blues waarin onder meer Afrikaanse ritmes en Spaanse instrumenten geïntegreerd zijn. Hoe de son écht moet klinken is te horen op de populaire cd die enkele jaren geleden zorgde voor een wereldwijde revival van de Cubaanse muziek: het door de Amerikaanse gitarist Ry Cooder geproduceerde Buena Vista Social Club. Hits leverde deze zwanenzang van een dozijn bejaarde son-muzikanten niet op, maar de cd bewees in elk geval dat romantiek en sentiment nog altijd niet voor Fidel Castro op de vlucht waren geslagen.

Cuba is de bakermat van de son, de danzón, de rumba, de salsa, de mambo, de castro-shuffle en de chachacha. Maar toen de Nederlandse pin-up Tatjana, bekend uit de Flodder-films, haar zangcarrière in 1988 wilde beginnen met een cover van het quasi-Caraïbische nummer `Chica Cubana' koos ze voor een polderplat discoritme. `Ik ben een Cubaans grietje' zingt ze in haar beste Spaans, terwijl een meedogenloze electrobeat haar probeert te overstemmen; `een heel knap meisje afkomstig uit Havana.' Ze bereikte er nog een elfde plaats mee, heel wat meer dan de rock-'n-roll-pionier Chuck Berry, die in het 35 jaar oude `Havana Moon' de andere sekse bezong. Zijn Cubaanse ik-figuur wacht in de haven van Havana op de boot waarmee zijn Amerikaanse vriendin hem zal komen halen. Omdat ze te laat is, denkt hij dat ze tegen hem heeft gelogen en bedrinkt hij zich met rum. Als hij de volgende morgen uit zijn roes ontwaakt, ziet hij zijn vriendin – die hem vergeefs gezocht heeft – aan de horizon wegvaren.

Het is een tragedie in broekzakformaat, poëtisch verwoord door de altijd goedgebekte Berry, maar niet terug te vinden in de hitlijsten. We zeiden het al: dichters stijgen niet met stip.

Voor commentaar ps@nrc.nl

    • Pieter Steinz