Alarmsignalen

RECHTERLIJKE UITSPRAKEN halen de voorpagina's – zoals deze week nog in de zaak-Mink K. – maar rond de rechtsprekende macht zelf blijft het verdacht stil. Toch is daar een ingrijpende reorganisatie aan de gang. De gerechten krijgen een nieuw bestuur en de rechtsprekende macht als geheel een nieuw bestuursorgaan, de Raad voor de rechtspraak. Er zijn al vijf `kwartiermakers' aangesteld, bedoeld als de eerste leden van de nieuwe raad, terwijl de Tweede Kamer de benodigde wetgeving nog moet aanvaarden. Men zou zeggen dat volksvertegenwoordigers die het zout in de pap enigszins waard zijn zoiets niet laten passeren. Maar de Tweede Kamer slikte het voldongen feit gedwee. Dat belooft weinig goeds voor de reorganisatie-operatie als geheel.

In een vraaggesprek met het Juristenblad spreekt president W.E. Haak van de Hoge Raad, die als zodanig buiten de nieuwe bestuursstructuur valt, zijn zorg uit dat de rechters voor men het weet zullen belanden in de positie van de zorgsector en het onderwijs: niet de klant staat centraal, maar het budget. Dit is een vergelijking die tot nadenken stemt. De twee genoemde actuele probleemsectoren zijn in het verleden beide bedacht met het trendy bestuursdenken dat nu aan de rechters in het vooruitzicht wordt gesteld. Dat kan voor de rechter, ondanks alle sussende woorden, niet anders dan ten koste gaan van zijn onafhankelijkheid. Zijn bestaansreden.

,,Wat onafhankelijkheid betreft, is er geen greintje verschil tussen de Hoge Raad en de kantonrechter van Boxmeer'', onderstreept Haak. De lagere echelons houden zich echter opmerkelijk gedeisd, al staat de geplande bestuurlijke bovenbouw haaks op het beginsel dat een rechter formeel geen superieuren heeft (wél te onderscheiden van het inhoudelijk gezag van hogere uitspraken). Rechter Van der Werf uit Den Bosch is een van de weinigen die in het tijdschrift voor de rechterlijke macht openlijk waarschuwt: ,,Er wordt een hiërarchische laag gecreëerd waartegen jongere rechters niet durven ingaan, want dan kunnen ze hun carrière misschien wel vergeten.''

NIET ALLEEN DE jonge rechter baart zorg, ook de president-nieuwe-stijl van een gerecht. Als kortgedingrechter is deze in sterke mate gezichtsbepalend voor de rechtspraak, niet in de laatste plaats in zaken tégen de overheid. In zijn nieuwe bestuurlijke taak wordt hij door diezelfde overheid niet voor het leven benoemd, zoals in zijn rechterlijke taak. De overlap tussen de twee aspecten van het nieuwe loopbaantraject brengt onacceptabele risico's mee.

De noodzaak van verbetering van de rechterlijke organisatie, inclusief het creëren van een behoorlijke klachtenregeling, staat buiten kijf. Maar de wetsvoorstellen volstaan niet met verbeteringsmaatregelen, signaleert een ander hoog rechtscollege, de Centrale raad van beroep. De regering maakt van de gelegenheid gebruik zich ,,te voorzien van een arsenaal aan directe en getrapte toezichtsbevoegdheden jegens de rechterlijke organisatie''. Dat is een alarmsignaal, want het betekent dat onze staatkundige verhoudingen op het spel staan. Dit komt bovendien in een periode waarin bestuurlijke ergernis over `juridisering' door de politiek is opgepakt. Deze ergernis betreft niet in de laatste plaats `lastige' rechters.

De reorganisatie vraagt verhoogde waakzaamheid van de Tweede Kamer als controleur van de regering. Daar lijkt men echter vooral bekommerd om de vraag of de operatie `op stoom' is. Misschien vinden behalve bepaalde bestuurders ook sommige volksvertegenwoordigers het wel handig wanneer zoiets ongrijpbaars als de onafhankelijke rechtsprekende macht eens op haar nummer wordt gezet. Dit is echter het kind met het badwater weggooien.