Zorgen in Kamer over te weinig rechters

De Tweede Kamer maakt zich grote zorgen over een dreigend tekort aan rechters in de komende tien jaar. Van Oven (PvdA) pleit voor een `Deltaplan tegen zwaar weer' voor de rechterlijke macht. Ook Rabbae (GroenLinks) voorziet bij de rechterlijke macht een ,,enorm gat tussen behoefte en beschikbaarheid''.

Dat bleek gisteren tijdens een overleg in de Kamer met minister Korthals (Justitie) over de reorganisatie van de rechterlijke macht, die op 1 januari volgend jaar van kracht zou moeten worden.

Korthals heeft de Kamer eind vorige maand laten weten dat de werving van rechters stevig zal worden geïntensiveerd. Het grootste deel van de benodigde rechters zal worden geworven buiten de bestaande opleidingen tot rechter zoals de Raio-opleiding, zo schreef de bewindsman in een reactie op een prognose van de capaciteitsbehoefte van de rechterlijke macht. Daaruit bleek dat tot en met 2010 voor ongeveer 1.300 fulltime banen rechters moeten worden geworven, 737 van hen ter vervanging van uittredende rechters en 616 om de capaciteit uit te breiden. Gegeven het feit dat er nu in totaal ongeveer 1.600 vaste arbeidsplaatsen bij de zittende magistratuur zijn, ,,zou dat betekenen dat de rechterlijke macht de afgelopen jaren veel meer heeft moeten doen dan verantwoord was'', aldus Van Oven.

De grotere behoefte aan rechters is bepaald op grond van een bepaalde behandeltijd per zaak, die moet worden teruggebracht naar een norm die daarvoor geldt. Ook de voorziene extra zaken die moeten worden behandeld én de bestaande achterstanden hebben daarbij een rol gespeeld.

Tot 2003 zou de uitbreiding met 282 arbeidsplaatsen onder andere worden gebruikt voor het wegwerken van achterstanden bij de gerechten. Daarna wordt voor de groei uitgegaan van een aantal van 40 arbeidsplaatsen per jaar.

Volgens de minister moeten dus in de nabije toekomst verdere maatregelen worden getroffen om de benodigde groei bij de rechterlijke macht daadwerkelijk te realiseren. Daarbij denkt hij aan versterking van de lokale opleidingscapaciteit bij de gerechten. Overigens ziet Korthals er niets in om de eisen die aan de kandidatuur voor het rechterschap worden gesteld, te versoepelen: ,,Ze worden immers voor het leven benoemd.''

Korthals wees Van Oven er gisteren nog eens op dat het vak van rechter nog altijd buitengewoon populair is bij jonge juristen.

Van Oven vindt dat de minister nogal laconiek doet over de mogelijkheid genoeg rechters te werven, juist voor de tijd na deze kabinetsperiode. Een Deltaplan lijkt Korthals echter niet nodig, ,,want dat is wel heel zwaar aangezet''.