Winterspelen

Het is niet het eerste waaraan we denken in de maand april, maar in 1920 werden in Antwerpen van 23 tot en met 29 april de Winterspelen gehouden. Ook is deze Belgische stad niet de eerste locatie waaraan we denken voor zo'n evenement, maar desondanks maakte het deel uit van de Olympische Spelen, die dat jaar in België werden gehouden. De activiteiten werden binnenshuis gehouden en echt veel was er niet te beleven: ijshockey en kunstrijden.

Vier jaar later werden de eerste officiële Winterspelen georganiseerd in het Franse Chamonix, alhoewel pas in 1925 met terugwerkende kracht de olympische eretitel werd verleend. Waarmee in één alinea het rommelige begin van de Winterspelen is samengevat. Pierre de Coubertin zag er eigenlijk helemaal niets in om twee verschillende soorten Spelen te organiseren, omdat hij vreesde voor tweespalt binnen het IOC. Ook buiten de olympische beweging spanden machtige krachten samen om te voorkomen dat de Winterspelen werden ingevoerd. Sinds 1901 werden in Scandinavië namelijk al de Noordse Spelen gehouden, die dezelfde invulling hadden. De organisatoren van dit Noord-Europese sportfeest vreesden niet ten onrechte dat het exclusieve karakter van de Noordse Spelen verloren zou gaan met een olympische concurrent en wilden hun verzet niet opgeven.

Vanaf 1911 ontmoetten de Scandinaviërs in de Italiaanse graaf Brunetta d'Usseaux een taaie voorstander van de Olympische Winterspelen. Tot aan 1925 werd het punt keer op keer op de agenda geplaatst van het IOC, totdat eindelijk werd ingestemd met de visie van d'Usseaux. Met terugwerkende kracht verkreeg Chamonix dus de olympische status en was er een nieuwe traditie geboren. De Coubertin was nog wel zo sportief – en reëel genoeg om in te zien dat Chamonix en hij onderdeel uitmaakten van hetzelfde Frankrijk – om in 1924 als eregast aan te schuiven. Het was voor de 2.089 toeschouwers van de openingsbijeenkomst niet de beste dag om in verveling wat na te babbelen over het olympische gedonder over de Winterspelen, want ieders aandacht werd onverbiddelijk opgeëist door de sporters, die niet alleen met hun vlag liepen, maar ook met de attributen waarin of waarmee ze hun sport beoefenden – inclusief de bobsleeërs. Zonder Nederlanders overigens, want die deden nog niet mee.

De opening was daarmee heel wat leuker dan het slot van de Spelen, want de verlokkingen van het mondaine Parijs waren te groot voor veel deelnemers. De prijsuitreiking, die na de Spelen plaatsvond, was daarom een teleurstelling, omdat de meeste winnaars al lang waren ondergedoken in de nachtclubs. Zij die er wel waren, werd gevraagd of ze meteen nog wat medailles wilden meenemen van sporters die bij hun in het land woonden. En of ze die daar wilden afgeven. Maar De Coubertin was overtuigd: ,,Dit hoort een definitieve plaats te krijgen in onze beweging.''

jurryt@xs4all.nl

    • Jurryt van de Vooren