Van Breda wil het hockey redden

Mocht Els van Breda Vries- man (60) morgen gekozen worden tot voorzitter van de internationale hockeyfede- ratie FIH, dan wacht de juriste een zware taak.

Morgen volgt het verlossende woord voor Els van Breda Vriesman-Commandeur, wanneer in Brussel de tiende voorzitter van de internationale hockeyfederatie (FIH) gekozen wordt door naar schatting tachtig aanwezige afgevaardigden uit de lidstaten. De juriste uit Vught, sinds 1994 secretaris-generaal van de FIH, is een van de twee kandidaten om de Spanjaard Juan Angel Calzado op te volgen.

Els for president is de strijdleus waarmee de Nederlandse hockeybond (KNHB) de afgelopen weken haar kandidaat voor het FIH-voorzitterschap onder de aandacht probeerde te brengen. Op een speciale pagina (www.knhb.nl/elsforpresident) kreeg Van Breda Vriesman de gelegenheid om haar `innerlijke boodschap' te verkondigen: hockey moet toegankelijk(er) worden en het spel aantrekkelijker (meer velddoelpunten) om zodoende meer media- en sponsoraandacht te genereren.

Van Breda Vriesman, moeder van drie kinderen, geldt als een ervaren sportbestuurder. Haar cv vermeldt diverse functies in het Nederlands Olympisch Comité (NOC*NSF), de Nederlandse en Europese hockeybond (EHF), en later, de wereldhockeybond. Vorig jaar trad ze voor de tweede keer toe tot de evaluatiecommissie van het Internationaal Olympisch Comité, die onlangs de kandidaatsteden voor de Spelen van 2008 bezocht.

Evenals Van Breda Vriesman (60) staat haar tegenstander, de Fransman Alain Danet, te boek als een internationaal erkend sportbestuurder. Niettemin liet de Nederlandse zich weinig vleiend uit over de huidige voorzitter van de EHF. ,,Een degelijk reddingsplan voor het hockey? Helemaal niks'', schamperde Van Breda Vriesman in De Telegraaf. ,,Volgens mij heeft-ie nooit een volledige hockeywedstrijd in z'n eigen land gezien.''

Volgens officiële opgaven is Danet 71 jaar, maar ingewijden schatten hem vier tot vijf jaar ouder. Alleen al om die reden wordt hij door de `grote hockeylanden' (Duitsland, Nederland, Engeland en Australië) ongeschikt geacht. Een bejaarde voorzitter strookt niet met het beeld dat de FIH probeert uit te dragen: dat van een moderne, vooruitstrevende organisatie.

Danets kandidatuur stuit bovendien op een ander, praktisch bezwaar. Omdat de FIH vorig jaar besloot dat tenminste één van de drie leden van het hoofdbestuur een vrouw moet zijn, zou de aanstelling van de Fransman betekenen dat de vacature van secretaris-generaal automatisch in handen komt van de Belgische kandidate, Claire Peeters.

De gedachte aan een uitvoerend orgaan met drie leden uit niet-hockeylanden is voor de grote hockeynaties, Nederland voorop, onverteerbaar. Het zou het imago van de sport (kunnen) schaden en betekenen dat de `kleine landen' het laatste woord hebben. Dat staat haaks op de filosofie van de KNHB, die graag zou zien dat juist de grote landen, landen met een sportcultuur, de kleintjes bij de hand moeten nemen.

Een daadkrachtige voorzitter is hard nodig. Nog altijd moet de FIH met de pet rond, bij gebrek aan een kapitaalkrachtige sponsor. Uiterst moeizaam verliepen bovendien de pogingen om de sport te mondialiseren.

Dieptepunt was de knieval die de bond twee jaar geleden maakte voor het toernooi om de Champions Trophy in Brisbane. Om tv-kijkers en sponsors te behagen, was onopzettelijk balcontact met been en/of voet plotseling toegestaan. Het omstreden experiment werkte contra-productief: het spel, gebaseerd op snelheid en techniek, was niet om aan te zien.

Ook het buitenlandse hulpprogramma laat te wensen over. Twee kunstgrasvelden per jaar legde de FIH – grotendeels op kosten van het IOC – aan in landen als Ghana, Oekraïne, Cuba, Letland en Iran. Druppels op een gloeiende plaat, want aan een deugdelijke structuur en een dito vervolg ontbreekt het veelal. Ondertussen taant de belangstelling in de bakermat van het hockey: India en Pakistan. In de straten van Bombay en Lahore spelen kinderen tegenwoordig liever cricket dan hockey. Bovendien zijn kunstgrasvelden (900.000 gulden per stuk) onbetaalbaar voor de nationale bonden.

Aan Van Breda Vriesman straks de taak die negatieve spiraal te doorbreken en de olympische status op de lange termijn te garanderen.

    • Mark Hoogstad