Techniek en grandeur smetteloos verenigd

Een van de problemen bij het ontwerpen van theaters is de toneeltoren. Wegens de technische voorzieningen die deze moet bevatten, is een forse hoogte onontkoombaar. Vaak kiezen architecten voor de gemakkelijkste maar ook onelegantste oplossing en laten de toren gewoon hoog boven de rest van het theater uitsteken. Soms, zoals bij het Muziektheater in Amsterdam, heeft de toneeltoren een chique gouden randje gekregen, maar dit kan de plompe vorm ervan niet goedmaken.

In twee nieuwe Nederlandse theatergebouwen hebben de architecten onverwachte en geslaagde oplossingen voor dit probleem gevonden. In de Hengelose stadsschouwburg, die morgen opent met de opera Creon, heeft de Rotterdamse architect Jan Hoogstad de grote zaal dezelfde hoogte gegeven als de toneeltoren en beide ruimten versmolten tot een hoge trommel. In het nieuwe Luxor Theater op de Kop van Zuid in Rotterdam heeft de Australische architect Peter Wilson van het bureau Bolles + Wilson uit Münster de toneeltoren verbonden met een forse rechthoekige kolom die voornamelijk als lichtzuil fungeert. Aan de onderkant zit deze zuil vast aan de gevel van het theater, zodat de toneeltoren dit keer is ontdaan van de gebruikelijke solitaire lompheid en één geheel vormt met de rest van het gebouw. De lichtzuil geeft ook aan dat zich hier de ingang bevindt.

Peter Wilson, die eerder de omgeving van het Luxor Theater op de Kop van Zuid ontwierp, heeft eens de verwachting uitgesproken dat het Luxor als bijnaam `de slak' zou krijgen. Dit is niet waarschijnlijk: het gebouw lijkt meer op een grote roeiboot dan op een slak. Maar `de slak', of beter gezegd `het slakkenhuis', geeft wel goed aan hoe het gebouw in elkaar zit: de foyers, kleedkamers en laad- en losruimten zijn in een omhooglopende spiraalvorm om de zaal en de toneeltoren heen gedrapeerd.

Wie het Luxor Theater binnengaat, maakt een prachtige tocht van duisternis naar licht. Eerst komen de bezoekers onder de oplopende vloer van een zaal in een grote ruimte die, als om de beslotenheid van de entree te beklemtonen, met zwart-groen natuursteen is bekleed. Dan gaat de tocht over een brede luie trap naar de zogenaamde Rijnfoyer met zijn grote panorama-raam. Van hieruit kan men via een balkon en een ruime wandelgang naar de Maasfoyer, eveneens uitgerust met een panorama-raam.

Het zijn vooral deze foyers die het nieuwe Luxor Theater een ongekende allure geven. De Rijnfoyer is een schitterende ruimte, begrensd door de bolle glazen gevel en het geknikte balkon. Opvallend is de zorgvuldige afwerking van de interieurs. Heeft het exterieur van het theater met zijn gevelbekledingen van rode lamellen en metaal nog iets rudimentairs, binnen zijn kosten noch moeite gespaard om van een avond uit een waar feest te maken. In vele schakeringen keert de traditionele theaterkleur terug op de wanden en vormt met houten wandpanelen een warme omgeving. Strakke bars van glas en metaal staan als chique, luxe objecten in de foyers, maar de grootste attractie zijn hier toch de uitzichten: vanuit de Rijnfoyer op de Rijnhaven en vanuit de Maasfoyer op de Maas en het centrum van Rotterdam aan de overkant.

Vergeleken met de foyers is de zaal zelf vrij gewoon. Hier heeft Wilson afgezien van spektakel en zijn de verrassingen subtieler. Zo zien de klankkaatsers hoog aan het plafond eruit als verkreukeld papier. Het bijzonderste van de zaal is dat deze, ondanks de toneelopening van 18 meter en het hoge aantal van 1500 zitplaatsen, besloten en intiem oogt. Nergens, zelfs niet op het tweede balkon, zit het publiek absurd ver van het toneel. De sobere rood-zwarte stoelen, net als de rest van het meubilair speciaal ontworpen door Wilson, dragen bij aan de traditionele theatersfeer.

Het Luxor Theater is in de verte verwant met de nieuwe schouwburg in Hengelo. Jan Hoogstad was een van de architecten die een ontwerp indienden voor het nieuwe Luxor Theater. Verschillende elementen uit Hoogstads ontwerp voor het Luxor zijn nu in de Hengelose stadsschouwburg terechtgekomen. Net als bij het Luxor moet de grote zaal in Hengelo geschikt zijn voor allerlei voorstellingen, van opera tot solo's. Dit betekende onder meer dat de grote zaal een variabele akoestiek moet hebben. De grote hoogte van de zaal en klankkaatsers die hoog en laag kunnen hangen staan hiervoor garant. Bijzonder is ook dat er geen gangpaden zijn: elke rij stoelen heeft een eigen toegangsdeur.

Naast de grote zaal met ruim 800 plaatsen heeft de Hengelose schouwburg ook een middenzaal (400 plaatsen) en een filmzaal (200 plaatsen) gekregen. Hoogstad heeft beide zalen in twee afzonderlijke volumes ondergebracht, een ronde en een rechthoekige. De kans die dit biedt om daar waar de twee volumes op elkaar aansluiten onverwachte vides en doorzichten te creëren, heeft Hoogstad volledig uitgebuit.

In eerdere gebouwen had Hoogstad al bewezen dat hij een theatrale opeenvolging van ruimtes kan ontwerpen. Maar vaak ging dit ten koste van het exterieur, dat bijvoorbeeld in het geval van zijn stadstheater in Delft oogt als een onelegante opeenhoping van kale vormen. Bij de Hengelose stadsschouwburg heeft Hoogstad vooral dankzij de smetteloze trommel waarin grote zaal en toneeltoren met elkaar zijn verenigd, een gebouw ontworpen dat ook van buiten oogt als een hechte, bijna klassieke compositie.

Gebouw: Stadsschouwburg in Hengelo. Architect: Jan Hoogstad. Opdrachtgever: Gemeente Hengelo, bouwsom: 43 miljoen. Ontwerp: 1998-99. Oplevering: 2001. Gebouw: Luxor Theater in Rotterdam. Architect: Peter Wilson (Bolles + Wilson). Opdrachtgever: gemeente Rotterdam, bouwsom: 83 miljoen. Ontwerp: 1997-98. Oplevering 2001.