Pop door Turks ensemble

Ideeën hebben een hoge status in de hedendaagse kunst. Gevolg is dat veel kunstenaars denken dat een complex idee al snel een goed kunstwerk oplevert. Niet dus, zoals opnieuw blijkt op Cover Versions van de Servische kunstenaar Bojan Sarcevic, die in het Stedelijk Museum Bureau twee video's laat zien. Voor het titelwerk ging Sarcevic naar Istanbul om te werken met Barbaros Erköse, een zogenaamd `makam-ensemble'. Deze ensembles spelen geïmproviseerde muziek binnen bepaalde, oraal overgeleverde kaders, die ze zo fraai en inventief mogelijk proberen uit te voeren. Sarcevic besloot dit principe toe te passen op popmuziek. Hij gaf het Erköse, een familie-ensemble dat bestaat uit twee percussionisten, een citer-speler, een cellist en een hoboïst, vier popnummers en vroeg hen die na te spelen. In Cover Versions zien we op drie schermen hoe de vijf Turken zich de nummers langzaam eigen maken, en de uiteindelijke uitvoering – een multiculturele cocktail waar de organisatoren van de Boekenweek hun vingers bij zouden aflikken.

Toch is Cover Versions geen goed kunstwerk. Dat ligt niet aan de nummers. Sarcevic koos voor het droog stuwende `Could you be loved' van Bob Marley, het zwaar dreunende `Block Rockin' Beats' van de Chemical Brothers, het zwoele `I heard it through the grapevine' van Marvin Gaye en het wanhopig wiegende `Come as you are' van Nirvana. Genoeg variatie dus. Wat zich wreekt is dat je als toeschouwer te veel informatie moet verwerken. En Sarcevic helpt je nauwelijks op weg. De beelden van de repetities zijn summier, de camera schiet onrustig heen en weer. Daardoor wordt niet duidelijk waarom de muzikanten bepaalde beslissingen nemen. Dat probleem wordt nijpend als je vervolgens de resultaten hoort; de meeste nummers zijn nauwelijks meer herkenbaar.

Wel word je nieuwsgierig naar de achtergronden van de groep. Vooral die hoboïst is intrigerend. De man is duidelijk de leider, met de mooiste kleren en sjiekste schoenen. Terwijl zijn mede-muzikanten een serieuze poging doen zich aan de structuur van de nummers te houden, soleert hij er op los als een op hol geslagen slangenbezweerder. Over die man wilde ik meer weten, gewoon door een goede documentaire. In Cover Versions is de multiculturele confrontatie net te veel een flauwe grap geworden.

Dat Sarcevic het helemaal niet van ingewikkelde concepten hoeft te hebben, blijkt uit zijn tweede film: Untiteld (Bamako). Hierin zien we een donkere vrouw in een traditionele, blauwe jurk onderuit in een stoel liggen. De lokatie is een overdekt pleintje, de zon schijnt er indirect naar binnen. De film begint met een kind dat de vrouw een cassetterecorder brengt. Ze zet 'm aan en ineens klikt `Four women' van Nina Simone over de patio. De vrouw luistert ernaar, niet echt geïnteresseerd, en ondertussen gaat het leven om haar heen door. Er komt een kind bij haar zitten, andere kinderen lopen in en uit. Dat is alles.

Maar het werkt fantastisch. Languissant was het woord dat door mijn hoofd bleef schuren. De vrouw, in dat prachtig gefilterde licht is net een omgekeerde Olympia, zwart, gekleed, en ze verstaat op zeldzame wijze de kunst van het negeren van de camera. Zij en de kinderen trekken zich zo volkomen niets van hun observator aan, dat je als toeschouwer bijna boos wordt. Dat zo'n dun idee zo'n goed werk kan opleveren stemt Sarcevic hopelijk tot nadenken – of liever niet natuurlijk.

Tentoonstelling: Cover Versions door Bojan Sarcevic. T/m 6-5 in: Stedelijk Museum Bureau, Rozenstraat 59, Amsterdam. Open di-zo 11-17u.

    • Hans den Hartog Jager