OM: geen straf in zaak-Brongersma

Het openbaar ministerie zal in hoger beroep geen straf eisen tegen de huisarts die oud-PvdA-senator E. Brongersma in 1998 hulp bij zelfdoding gaf omdat deze levensmoe was. Tegelijk zal het OM concluderen dat bij levensmoeheid volgens de wet geen sprake kan zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden.

Dit heeft hoofdadvocaat-generaal E. Myjer van het Amsterdamse OM, die de zaak persoonlijk op zich neemt, vanmorgen gezegd: ,,Het wordt tijd een grens te trekken.''

In oktober vorig jaar eiste het OM voor de Amsterdamse rechtbank in de zaak-Brongersma nog drie maanden voorwaardelijke celstraf tegen de Haarlemse huisarts P. Sutorius wegens onzorgvuldig handelen, omdat levensmoeheid géén vorm van ondraaglijk lijden kon zijn.

Ondraaglijk en uitzichtloos lijden zijn naast een verzoek om hulp de voornaamste criteria voor euthanasie en hulp bij zelfdoding. De rechtbank oordeelde evenwel dat de hulp aan Brongersma, toen 86, gerechtvaardigd was, omdat `ondraaglijkheid' van lijden ook bij levensmoeheid alleen door de betrokkene zelf getoetst kan worden.

Een meerderheid van de Tweede Kamer, die het euthanasiewetsvoorstel in de week van het vonnis juist behandelde, had forse kritiek op het vonnis. Het zou ,,een steen losgetrokken'' hebben in ,,het juridische bouwwerk'' dat het wetsvoorstel nu juist was, zoals O. Vos (VVD) het toen formuleerde. Toen de Eerste Kamer vorige week instemde met de euthanasiewet, kwam de vraag opnieuw aan de orde of levensmoeheid in de toekomst een grond voor hulp bij zelfdoding kon worden. Minister Korthals (Justitie) sloot dat toen niet uit, maar zei eerst het hoger beroep in de zaak-Brongersma te willen afwachten. Drie dagen later zei minister Borst in deze krant dat zij ,,niet tegen'' een zelfdodingsmiddel is voor hoogbejaarden die klaar met leven zijn.

,,Of lijden objectief toetsbaar kan zijn, is tot nu toe aan de rechter overgelaten'', zegt advocaat-generaal Myjer. ,,Maar hier ligt een grens.'' Het gaat Myjer om een ,,zeer principieel'' punt, ,,en níet om het belasten van huisarts Sutorius.'' Die heeft volgens Myjer ,,ontzaglijk duidelijk gemaakt'' dat hij deed wat in zijn macht lag om zorgvuldig te handelen: ,,Zo vroeg hij voor de vereiste second opinion de meest kritische die hij kon vinden.''

Het hoger beroep begint dinsdag, hetgeen bijzonder snel is. De gebruikelijke wachttijd is een jaar. Myjer wijst de suggestie dat hij gezien het politieke debat over hulp bij zelfdoding onder druk is gezet, evenwel ferm van de hand. Volgens Myjer is het ,,policy zaken die maatschappelijke ophef veroorzaken, zo snel mogelijk te behandelen''.

    • Margriet Oostveen