Militair misverstand bij val van Srebrenica

Een ordinair misverstand tussen twee hoge militairen blijkt een belangrijke rol te hebben gespeeld bij de val van Srebrenica in 1995.

Het zijn geen vrienden, generaal-majoor Cees Nicolai, voormalig chefstaf van de VN-vredesmacht UNPROFOR, en kolonel Thom Karremans, oud-commandant van Dutchbat, rollen die in 1995, bij de val van Srebrenica, tot wrijvingen leidden. Gisteren in Parijs, tijdens hun verhoor door een Franse onderzoekscommissie, wisselden ze geen woord.

Het drama van de val van de Bosnische moslim-enclave ,,is een puzzel van de werkelijkheid'', zo zei Karremans gisteren. De onderzoekscommissie, in het leven geroepen op aandringen van de Franse organisatie Medicins sans Frontières, heeft tot nu toe nog niet veel bijgedragen aan de oplossing van de puzzel. Ook gisteren bleven belangrijke vragen – waarom bleven de luchtaanvallen ter verdediging van de enclave uit en wat was de rol van generaal Bernard Janvier, de Franse opperbevelhebber van de VN – onopgehelderd. Voor Karremans staat vast dat het lang zal duren voordat de puzzel compleet is: ,,minstens een generatie, zo niet meer''.

Een deel van de puzzelstukjes heeft Karremans zes jaar na dato wel op zijn plaats. Eind mei, begin juni 1995, toen de Bosnische Serviërs de enclave steeds meer begonnen af te knijpen en het aan alles begon te ontbreken – brandstof, voedsel, en vooral manschappen die van de Serviërs niet mochten terugkeren van verlof – constateerde de commandant van Dutchbat III dat zijn bataljon niet meer operationeel inzetbaar was.

Feit is dat Karremans over de hopeloze situatie van Dutchbat en de burgerbevolking uitvoerig rapporteerde aan de leiding van UNPROFOR en aan `Den Haag'. Vast staat ook, zei Karremans, dat hij na het begin van de Servische aanval op 6 juli 1995 zijn superieuren in UNPROFOR diverse malen heeft gevraagd om de inzet van NAVO-vliegtuigen om de troepen van generaal Mladic te stoppen.

Dat de VN na het debacle van de luchtaanvallen van medio mei (de Bosnische Serviërs gijzelden toen honderden VN-militairen) besloten hadden de procedures voor het `luchtwapen' alleen in te zetten als een ,,last resort'', was de commandant van Dutchbat bekend. Maar, zo zei Karremans, soms breekt nood nou eenmaal wet. De vraag waarom de (zeer beperkte) luchtsteun pas kwam op 11 juli, toen de Serviërs al in Srebrenica stonden, moesten de ,,hogere echelons'' maar beantwoorden.

Generaal-majoor Nicolai behoorde tot die hogere echelons. Als chefstaf van UNPROFOR-commandant Rupert Smith in Sarajevo was hij in juli 1995 de hoogste Nederlandse militair in Bosnië. Het was generaal Nicolai in Sarajevo, en niet de fel gekritiseerde Franse opperbevelhebber generaal Janvier in Zagreb, die op 6 en 8 juli verzoeken tot luchtsteun van Karremans afwees, omdat ze ,,niet voldeden aan de richtlijnen'' zoals de VN die had vastgelegd in de zogenoemde post airstrike guidance.

Bekend is dat Janvier aarzelde op de avond van 10 juli, toen Nederlandse pantservoertuigen die de Serviërs de weg versperden, werden beschoten en wél werd voldaan aan de richtlijnen. Bekend is ook dat noch Janvier, noch de richtlijnen, maar een ordinair misverstand tussen Nederlanders ervoor zorgde dat de luchtsteun ook de volgende dag urenlang uitbleef.

Zes uur 's ochtends, 11 juli, gaf Karremans bunkeralarm: over een uur zouden veertig NAVO-toestellen massale luchtaanvallen (air strikes) uitvoeren op Servische doelen. Pas om tien uur merkte Karremans dat hij zich had vergist: er kon alleen sprake zijn van beperkte close air support voor Dutchbat (bijvoorbeeld bommen op de Servische voertuigen), hetgeen een nieuwe aanvraag vergde.

Hoe het misverstand heeft kunnen ontstaan, is nog steeds niet opgehelderd, zei Nicolai. Zelf heeft hij wel een theorie: Brantz, de commandant in Tuzla, en Karremans zijn op het verkeerde been gezet door de mededeling (waarschijnlijk van Nicolai zelf) op de avond van de tiende juli dat veertig NAVO-toestellen de volgende dag niet zoals gebruikelijk zouden cirkelen boven de Adriatische Zee, maar vanaf 06.00 uur boven Tuzla zouden vliegen om zo snel mogelijk te kunnen reageren op een aanvraag van close air support. Brantz en Karremans interpreteerden de mededeling als een aankondiging van de massale airstrikes; daarvoor was geen nieuwe aanvraag nodig.

Karremans zelf leek na de zitting Nicolai's theorie te bevestigen. ,,Brantz vertelde mij'', zei hij tegen journalisten, ,,dat er meer vliegtuigen zouden komen dan ik ooit gezien had. In ieder geval meer dan twee toestellen voor close air support.'' Een fout van Karremans? ,,Nee, Brantz en ik hadden dezelfde mening. Het is verkeerd gelopen in de hiërarchieke lijn.'' Maar wie vertelde er dan dat er air strikes zouden komen? Karremans, geïrriteerd: ,,Dat moet je aan de VN vragen. Aan Nicolai.''

    • Steven Derix