Mars Attacks!

Nog diep onder de indruk van onze Star Trek-ervaring in het Las Vegas Hilton, waar we een vlucht hadden overleefd met een space shuttle die onder vuur werd genomen door Klingon Birds of Prey, liepen we terug naar de parkeergarage waar wij onze huurauto hadden achtergelaten, zo dicht mogelijk bij de uitgang, om niet langer dan strikt noodzakelijk door de zinderende hitte te hoeven lopen. Ik zeulde een tas vol Star Trek-merchandise mee, de perfecte technologie die mij het gevoel had gegeven écht in een aflevering van Star Trek mee te spelen en de prachtig in stijl vormgegeven winkelpromenade, waar als Star Trek-personeel verklede acteurs rondliepen, hadden het beoogde effect gehad op mijn kooplust.

Bij onze goudkleurige Chrysler – we waren ten slotte in Amerika – aangekomen, opende mijn reisgenoot de kofferbak om mij de gelegenheid te geven mijn tas op te bergen. Onder de klep troffen wij echter niet zijn schoudertas aan, die hij – o, wat onvoorzichtig – met paspoort en al daar had achtergelaten, maar twee wildvreemde weekendtassen. Zou iemand tassen uit auto's stelen en er ter compensatie volle weekendtassen voor in de plaats zetten? We keken elkaar aan, we keken nog eens naar de auto: ja hoor, een goudkleurige Chrysler. En bovendien: het sleuteltje van de kofferbak paste.

De sleutel bleek ook nog op het portier en in het contact te passen, maar het interieur van de auto kwam in geen enkel opzicht overeen met hoe wij het hadden achtergelaten (flessen water, colablikjes, etensresten, kaarten van Las Vegas en Nevada). Toen het nummerbord overtuigend bewees dat hier inderdaad sprake was van een andere auto, panikeerde (het Vlaams zegt dit echt beter dan het Nederlands) mijn goede vriend. Trouw aan onze rolverdeling werd ik ijzig kalm. Dat hielp ook niet.

Daar stonden we, allebei zeker dat we op de plek waren waar we onze auto hadden achtergelaten, met een vreemde auto die geopend en zelfs gestart kon worden met ons sleuteltje.

Logische reconstructie, altijd mijn favoriete methode in moeilijke situaties, leverde niets op: waarom zou iemand onze auto stelen er één van hetzelfde merk en type en precies dezelfde kleur voor in de plaats zetten? Er zijn weliswaar omstandigheden denkbaar waarin dat een aannemelijke, ja zelfs buitengewoon slimme zet zou zijn, maar die omstandigheden doen zich alleen voor in thrillers en James Bond-films. Dus die mogelijkheid verviel.

De mogelijkheid dat we ons vergisten in de plek waar we de auto hadden achtergelaten, verviel ook: niet alleen omdat we allebei honderd procent zeker wisten dat we de auto hier hadden geparkeerd, maar vooral omdat de plek zo herkenbaar was. Het was de enige niet voor invaliden bestemde plaats vlak naast de voetgangersuitgang. We hadden ons nog gelukkig geprezen met zo'n aantrekkelijke parkeerplaats.

Hadden de eigenaars van de andere auto ons gunstige plekje willen hebben en hadden zij onze auto verplaatst om hun eigen auto op deze plek te kunnen zetten? Theoretisch mogelijk, maar zeer onwaarschijnlijk. Als twee mensen al zo gek zouden zijn om zoiets te willen, zouden ze toevallig ook nog een goudkleurige Chrysler moeten hebben gehad waarvan het sleuteltje op onze auto paste en dat hadden ze dan ook nog eens van te voren moeten weten.

Ondertussen had de vriend een garagebewaker gevonden, die hem meenam voor een rondje door de garage, om te kijken of onze auto toch ergens anders stond. Dat bleek het geval. Een paar rijen verder, in het midden van de garage, niet eens in de buurt van een uitgang, stond onze auto. De tas én het paspoort lagen er nog in, evenals de rotzooi rond de voorbank. Hier hadden we onze auto echter beslist niet achtergelaten. De garagebewaker haalde zijn schouders op: voor hem was de zaak afgedaan.

Voor ons niet. We besteedden de rest van de dag aan het zoeken naar een verklaring. Het kan de invloed van de Star Trek Experience zijn geweest, maar de enige verklaring die tot op de dag van vandaag niet wegens tegenstrijdigheden afvalt, is de UFO-optie: een ruimteschip vol gemene kleine groene poltergeisten heeft de twee auto's opgestraald en op elkaars plaats teruggezet.

    • Manja Ressler