Kamer verwerpt motie tegen Borst

Een motie om minister Borst (Volksgezondheid) naar huis te sturen in verband met haar uitspraken over `de pil van Drion' is gisteren in de Tweede Kamer verworpen. Alleen de drie christelijke partijen, die de motie ook hadden ingediend, stemden voor.

De minister en premier Kok verklaarden beiden tijdens het debat dat binnen het kabinet geen plannen bestaan om nog enig wetsvoorstel te doen inzake euthanasievraagstukken. Ook zeiden ze dat persoonlijke opinies van Borst over stervenshulp aan levensmoede hoogbejaarden daarom zonder betekenis zijn voor de eenheid van kabinetsbeleid.

Oppositieleider De Hoop Scheffer (CDA) meende niettemin verschillen tussen de standpunten van Borst en de premier te ontdekken, omdat Kok niets wou zeggen over stervenshulp aan hoogbejaarden. Kok liet er in de Kamer weinig twijfel aan bestaan dat hij de tijd voor verdere bespiegelingen in de sfeer van de euthanasie niet rijp acht. Na de aanvaarding van de euthanasiewet in de Eerste Kamer, die in delen van christelijk Nederland opschudding had gewekt, acht de premier de tijd voor ,,rust en ordening'' gekomen.

Ook de woordvoerders van PvdA en VVD uitten zich in deze trant, en namen Borst met name het moment van haar uitspraken kwalijk. Zelfs Borsts eigen partij, D66, bleek weinig gelukkig met het moment waarop ze over de `pil van Drion' is begonnen.

Borst, die tijdens het debat in grote lijnen vasthield aan de uitspraken die ze zaterdag deed in NRC Handelsblad, bood wel uitdrukkelijk excuses aan voor de door haar gesproken woorden `het is volbracht'. Met deze zin – geuit als verzuchting nadat de euthanasiewet door de Eerste Kamer was geloodst – citeerde minister Borst de woorden die Jezus volgens de evangeliën kort voor zijn dood aan het kruis op Goede Vrijdag sprak, nadat hij het doel van zijn missie had bereikt. Dat is haar met name door de SGP en de ChristenUnie buitengewoon kwalijk genomen. De minister verklaarde zich niet te hebben gerealiseerd dat deze zin een godsdienstige connotatie heeft, en dat zij de woorden zo niet had mogen uitspreken als ze dat wel had geweten.

ANALYSE: pagina 3