Jeanne d'Arc als gender bender

Drie dikke boeken schreef Thea Beckman, de grand old lady van de historische jeugdroman, over de Honderdjarige Oorlog. Maar zelfs die trilogie was de fans niet genoeg. Want Beckman sloot deel drie (Het rad van fortuin, 1978) af in 1370, toen de strijd tussen de Engelsen en de Fransen `pas' 35 jaar aan de gang was. De grootste successen van de boerengeneraal Du Guesclin, een van Beckmans meest memorabele personages, moesten nog komen; om maar niet te spreken van de belangrijkste gebeurtenis uit de Honderdjarige Oorlog: het optreden van Jeanne d'Arc.

Die laatste lacune wordt opgevuld door Simone van der Vlugt, die gezien haar geboortejaar (1966) moet zijn opgegroeid met de boeken van Beckman. In Jehanne vertelt zij het verhaal van het meisje uit de Vogezen dat, gestuurd door geheimzinnige stemmen, de Engelsen uit Orléans verdreef en de Franse troonopvolger liet kronen in Reims – om in 1431 als gevangene van de Engelsen in Rouen op de brandstapel te belanden. Van der Vlugt is niet de eerste literator die zich stort op de spectaculaire geschiedenis van de Maagd van Orléans, maar ze bewandelt het platgetreden pad met verbeeldingskracht en enthousiasme. Vanaf het pakkende eerste hoofdstuk – de 13-jarige Jehanne beleeft een traumatische Engelse plundertocht in haar geboortedorp Domrémy – blijft het spannend – zelfs voor hen die de loop van dit heiligenleven kennen.

Van der Vlugts sterke punt is de psychologisering van Jehanne (`een heel gewoon meisje met een rond gezichtje en bruin haar'). Schrijvend vanuit het perspectief van de Maagd maakt ze aannemelijk dat het uiteindelijk hoogmoed is die het eens zo bescheiden meisje ten val brengt. Als na de zalving van koning Karel VII de `stemmen' zich niet meer laten horen, wil de geharnaste Jehanne niet terug naar huis. Onder het motto `Mon Dieu, ze heeft een leger van twaalfduizend man aangevoerd' trekt ze verder op naar Parijs en Compiègne, waar ze gevangen wordt genomen. Kennelijk waren haar vergaande experimenten in genderbending – net als Beckman houdt Van der Vlugt van feministische hoofdpersonen – God toch niet helemaal welgevallig.

Stilistisch heeft Simone van der Vlugt, die eerder romans schreef over onder meer de VOC en de Franse Revolutie, een streepje voor op Thea Beckman; haar één- of tweezinsalinea's doen wat kortademig aan, maar op slechte zinnen of afgekloven beeldspraak is ze niet te betrappen. Dat Jehanne toch minder indruk maakt dan willekeurig welk deel uit de Beckman-trilogie, komt doordat Van der Vlugt heeft gekozen voor een overbekende hoofdpersoon. Historische fictie werkt vaak het best met een hoofdfiguur die de beroemde gebeurtenissen van zijn of haar tijd vanaf de zijlijn meemaakt. Beckman besefte dat, en introduceerde in Geef me de ruimte (1975) een fictief troubadoursechtpaar. Van der Vlugt had misschien beter kunnen kiezen voor het perspectief van iemand uit Jehanne's gevolg. Per slot van rekening hing ze haar succesrijke vorige boeken Bloedgeld en De guillotine ook niet op aan Willem Bontekoe en Marie Antoinette.

Simone van der Vlugt: Jehanne. Lemniscaat, 208 blz. ƒ25,- (geb.)

    • Pieter Steinz