Inwoners Vimy naar huis terug

De meer dan tienduizend inwoners van het Noord-Franse stadje Vimy, in de buurt van Arras, mogen vandaag en morgen terugkeren naar hun huizen. Vimy werd vorige week ontruimd toen een munitiedepot dreigde te ontploffen. Een deel van de munitie, grotendeels afkomstig uit de Eerste Wereldoorlog, bestond uit explosieven met het uiterst giftige mosterdgas.

De gevaarlijkste munitie (55 ton) is ondergebracht in een ondergronds depot voor kernwapens in Suippes, in de buurt van Reims. Het depot in Vimy blijft in gebruik voor opslag van niet-chemische wapens. Jaarlijks worden in de omgeving van Vimy, waar in de Eerste Wereldoorlog zwaar is gevochten, zeker tweeduizend stuks munitie gevonden.

De Franse regering wil bij Suippes een installatie bouwen voor de vernietiging van de chemische wapens. In heel Europa bestaan twee van dit soort installaties – een in de buurt van het Belgische Ieper en een in het Duitse Münster. Een plan uit 1999 voor de bouw van zo'n installatie heeft de Franse regering steeds voor zich uitgeschoven. De installatie zal niet voor 2007 klaar zijn en moet een capaciteit krijgen van 25 ton wapens per jaar, en in noodgevallen tot 90 ton.

België besloot al in 1989 tot de bouw van een installatie voor ontmanteling van chemische wapens, in Poelkapelle bij Ieper. Destijds heeft de Belgische regering geprobeerd er een gezamenlijk Frans-Belgisch project van te maken. Maar dat hebben de Fransen afgewezen. Dagelijks kunnen in Poelkapelle ongeveer twintig granaten worden verwerkt. Er liggen nog 25.000 granaten opgeslagen, waarvan 40 procent geladen met gifgas. Genoeg voor vijf jaar werk. In België wordt jaarlijks nog 250 ton munitie gevonden. In de Eerste Wereldoorlog werden naar schatting 66 miljoen granaten met gifgassen als chloor, fosgeen en mosterdgas geproduceerd.