Grote gevoelens van verdriet

Wat bracht columniste en cabaretière Nilgün Yerli ertoe De garnalenpelster te schrijven, haar `autobiografie'? Aan het begin van haar boek vertelt Yerli dat ze zich twee maanden heeft teruggetrokken in Dalyan, een vissersdorpje in Turkije. Ze kijkt naar graven `uit de byzantijnse tijd' en schrijft: `Ze vertellen mij iets. Ik zit hier om mijn verleden op te schrijven. Het verleden dat ik in mij begraven heb, ga ik weer tot leven brengen.'

Dat doet ze in een kleine honderd tekstfragmenten, die, heen en weer springend tussen heden en verleden, variëren van beschrijving tot dialoog, van gedicht tot recept. Die wonderlijke aaneenschakeling van stukjes tekst vormen samen het onevenwichtige verhaal van een nog lang niet uitgekristalliseerd leven. Het zijn vooral pijnlijke jeugdherinneringen die Yerli ophaalt, `littekens van de scherven van vroeger'. De vrouw die nu zo worstelt met haar relaties, vier psychiaters heeft versleten en verschrikkelijk trots is op haar soloshow, is voortgekomen uit een Turks meisje dat ooit tegen haar zin verhuisde. Op tienjarige leeftijd vulde zij een koffertje met de foto van haar lievelingsnichtje en een houten pop, gesneden uit haar favoriete kersenboom, en vertrok daarna met haar ouders, zus en broer naar Friesland. Natuurlijk zijn de problemen legio. Het Nederlandse leesplankje zorgt voor de nodige verwarring (niet alle honden heten Kees, niet alle meisjes Jet) en de rituelen rond Sinterklaas zijn onbegrijpelijk (waarom anoniem een cadeautje geven aan een jongetje dat haar uitscheldt voor Turkie, Turkie?).

Natuurlijk wordt Yerli op school, als enige Turkse, gepest. En voor een dochter van een wrede, egoïstische vader, die niets ziet in de aanschaf van een kerstboom, is het kerstfeest ook al geen bron van vreugde. Ook andere populaire tussen-twee-culturen onderwerpen passeren de revue, zoals Babylonische spraakverwarringen (het hoekje omgaan betekent in het Turks snel rijk worden) en culturele verschillen bij begrafenissen (waarom al die complimenten voor iemand die er niets meer aan heeft?).

Yerli's moeder is bij dat alles haar `veilige thuishaven': `een echte knuffel van je moeder, de beschermvleugels van je moeder, het allerzoetste wat je kan hebben.' De moeder geeft antwoord op alle vragen en raadsels waarmee haar dochter worstelt: Waarom mag ze geen varkensvlees eten? Waarom bestaat er haat? Waarom is het goed complimenten te geven? Onvermoeibaar is deze moeder die 's avonds, na gedane arbeid, nog eens kilo's garnalen pelt om haar zoon, die onschuldig in een Turkse gevangenis zit, van geld te voorzien. Eindeloos geduldig is deze onderdanige vrouw die 's nachts hardhandig wordt gedwongen haar echtelijke plichten te ondergaan. En toch, als zij glimlachte `leek dat een zon die scheen op een grauwe dag'. De dochter is verliefd op haar moeder. Haar moeder is een heilige; haar moeder is alles, weet alles, kan alles – en dat is te veel. Het is meer dan het boek kan dragen. De dood van de moeder door een auto-ongeluk, hoe tragisch ook, wordt er pathetisch door. Pagina's lang Grote Gevoelens van Verdriet en Wanhoop geven de lezer geen kans meer om zelf nog enige emotie te ervaren. Ze doen verlangen naar een wat minder uitgesproken tragedie, een wat ingetogener subtiliteit – naar wat minder hagiografie en wat meer autobiografie.

Nilgün Yerli: De garnalenpelster. De Arbeiderspers, 215 blz. ƒ29,95

    • Margot Dijkgraaf