Deelraad binnenstad `niet sexy, wel nodig'

Met een eigen deelraad wordt de binnenstad van Amsterdam een museum voor rijkelui, vrezen tegenstanders. Het debat over het referendum van komende woensdag komt moeizaam op gang.

Langzaam wordt oud-burgemeester Ed van Thijn stiller. Hij moet toegeven dat het een beetje onrechtvaardig is dat bewoners van de binnenstad niet mogen stemmen voor een eigen deelraad, terwijl de rest van Amsterdam dat wel mag. Hij denkt dat een aparte deelraad binnenstad zal leiden tot meer bureaucratie, maar moet erkennen dat zo'n deelraad in andere delen van de stad vaak wél goed werkt. En Van Thijn vindt dat de binnenstad van Amsterdam ,,van iedereen, niet alleen van de bewoners'' is. Maar dat vindt wethouder Jaap van der Aa ,,pure demagogie''.

Ze zaten gisteravond naast elkaar, Van Thijn en Van der Aa. Opponenten in een debat dat volgens velen dorpspolitiek geneuzel is, maar voor betrokkenen alles te maken heeft met lokale democratie, gelijke rechten en goed bestuur. Moet er een `eigen' stadsdeelraad komen voor de 80.000 bewoners van de Amsterdamse binnenstad? Woensdag is er een correctief referendum over die vraag en de discussie is — eindelijk — een beetje losgebarsten.

Tegenstanders vrezen dat met een eigen deelraad de bewoners het voor het zeggen krijgen in de binnenstad, waardoor het centrum van Amsterdam een suf, aangeharkt museum voor rijkelui zal worden. `Leefbaarheid' wordt de leidraad voor beleid. Onterecht, vinden de tegenstanders. Iedereen komt in de binnenstad, niet alleen de bewoners die soms last van de bezoekers hebben. De noodzakelijke dynamiek van het centrum zal aangetast worden, de creatieve geesten krijgen nog minder ruimte dan ze nu al hebben.

En dan zijn er nog bestuurlijke bezwaren. De tegenstanders vrezen miljoenen verslindende bureaucratie, competentiegeschillen tussen de stad en de deelraad en gebrekkige bestuurders. Die lui die in de deelraad komen, zullen wel minkukels zijn, zeggen ze, dus kunnen de huidige stadsbestuurders het beter doen. Dat verdient de binnenstad van de hoofdstad.

De voorstanders, onder aanvoering van verantwoordelijk wethouder Jaap van der Aa en een comité van bewoners, denken daar heel anders over. Niks aangeharkt museum, maar beter bestuur dat dichterbij de bewoners staat. De schommel op het plein, de verkeersdrempel, het fietsenrek, de reiniging, het toezicht op scholen. ,,Nu duurt het zes jaar om dat gedaan te krijgen'', klagen ze. In andere delen van de stad kunnen bewoners daar het stadsdeel op aanspreken, maar zij kunnen dat niet. ,,Als bewoner van de binnenstad voel je je afgezeken. Er is gewoon geen aandacht voor de problemen'', zegt Kees Stoffel. De wethouders van Amsterdam zeggen nu zo'n vijftien minuten per week te besteden aan de binnenstad.

Van Thijn vindt dat laatste ,,een brevet van onvermogen'' en zegt dat de wethouders gewoon meer prioriteit aan de binnenstad moeten geven. ,,Ze moeten zich daarvoor verantwoordelijk voelen.'' Zou kunnen, zegt Van der Aa, maar zo werkt het in de praktijk niet. ,,Er gaat gewoon heel wat mis. Er wordt veel op z'n beloop gelaten omdat de wethouders en de gemeenteraad niet dicht op de problematiek zitten.'' Hij vindt de democratische controle op de Dienst Binnenstad, verantwoordelijk voor het beheer in het centrum, ,,absoluut onvoldoende''.

Van Thijn: ,,De gemeenteraad en de wethouders zijn er toch voor democratische controle.'' Van der Aa: ,,Maar die worden niet weggestuurd om een kleinigheid in de binnenstad. Terwijl dat politici juist scherp houdt.''

Freek Salm, oud-Wallenmanager bij de Dienst Binnenstad en oud-stadsdeelvoorzitter, heeft wel recht van spreken, vindt hij zelf. ,,De centrale stad reageert vaak te laat'', zegt hij. ,,Lokale problemen hebben recht op lokale oplossingen. Je kan de wethouders die bezig zijn met de Noord-Zuidlijn, Schiphol, de Zuidas of het GVB niet verwijten dat ze geen aandacht hebben voor de wipkip of een parkeerplaats.'' Van Thijn wordt nog stiller.

De campagne van de tegenstanders wordt deels betaald door de Kamer van Koophandel. Het bedrijfsleven maakt zich zorgen, omdat een deelraad misschien minder oog heeft voor de belangen van bedrijven. Horeca Amsterdam denkt hetzelfde. Straks gaat die deelraad de sluitingstijden aanpassen of geen vergunningen meer geven aan cafés! Er zijn inmiddels wat spotjes op de televisie. Maar zo'n bestuurlijke onderwerp is niet erg sexy en het referendum is dan ook bepaald geen hot issue, zoals bij vorige volksraadplegingen wel het geval was. Het gaat niet om miljarden voor een Noord-Zuidlijn. Er is geen geforceerde tegenstelling tussen huisvesting en milieu, zoals bij IJburg. En een deelraad roept ook niet de emoties op van een stadsprovincie, toen Amsterdammers het gevoel hadden dat ze toch vooral Amsterdammers moesten blijven. ,,Het zal de meeste mensen worst wezen'', erkent Van der Aa. Hij maakt zich dan ook weinig zorgen: de opkomst zal waarschijnlijk te laag zijn om het genomen besluit — invoering van de deelraad binnenstad — terug te draaien.

    • Yasha Lange