Boonstra doe-het-zelver met teletekst aan tafel

Jammer voor de chique vermogensbeheerders, maar ook Philips-president C. Boonstra is een doe-het-zelf belegger. Het moet voor de ,,kleine'' particuliere beleggers een opsteker zijn dat ook een miljonair met weinig vrije tijd als Boonstra thuis aan de keukentafel, met de tv op teletekst, zit te plussen en minnen.

Boonstra kocht Philips. Op 18 februari vorig jaar voor 5 miljoen gulden aandelen. In maart 2000 werden ,,in zijn opdracht'' aandelen van mediabedrijf Endemol gekocht.

Op 17 maart werd Endemol overgenomen door Teléfonica, de Spaanse telefoongigant. Het openbaar ministerie bekijkt nu een aangifte wegens handel met voorkennis tegen Boonstra door de beurswaakhond Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE).

De relatie lijkt simpel: Boonstra's levensgezel, S. Tóth, was op dat moment een van de commissarisen van Endemol.

Boonstra is niet de eerste die zo in een netelige situatie terechtkomt. Een voormalige Britse minister kocht aandelen in een tv-zender die een dag later werd overgenomen. Zijn vrouw was er commissaris. Hij werd niet vervolgd.

Wist Boonstra via Tóth meer over Endemol dan de gemiddelde belegger en had hij zijn transactie moeten melden bij de STE, zoals dat verplicht is voor partners en directe familieleden van beslissers in het bedrijfsleven?

Boonstra is een spin in het web van het internationale bedrijfsleven. Als Philips-topman pikt hij meer informatie op dan als partner van Tóth. President-commissaris B. Verwaayen van Endemol werkt bij Lucent, tot begin 1999 partner van Philips in mobiele telefonie. Zelf was Boonstra commissaris bij Seagram, het Canadese drank- en mediabedrijf, waarin Philips na de verkoop van Polygram een groot belang had.

Endemol was in maart doelwit van zeker drie partijen: KPN, internet-dienstverlener World Online en Telefónica. Wie wist wat wanneer en hoeveel adviseurs, van zakenbanken tot fiscalisten, wisten daar ook (iets) van? Speelde iemand uit die kring Boonstra, en wellicht anderen, hints toe, om een wit voetje te halen bijvoorbeeld, als opstap naar lucratieve zaken met Philips?

Smeerolie houdt netwerken soepel. In de periode dat Boonstra Endemol-aandelen kocht, schreven diverse prominente bestuursvoorzitters met voorrang in op aandelen World Online in het zogeheten friends & family-programma, hoewel zij in geen van beide categorieën thuishoorden.

Of was Endemol gewoon een gokje van Boonstra dat goed uitpakte?

Had hij zijn transactie als partner van Tóth aan de STE moeten melden? Gezien Boonstra's veel geroemde openheid zou je dat wel hebben verwacht. Of was het te pijnlijk, gezien de scheidingsprocedure, maar aan de andere kant: wat is pijnlijk voor een topmanager die er prat op gaat dat hij bij Philips nog veel harder had moeten ingrijpen dan hij heeft gedaan?

Of heeft hij over melding wel nagedacht, het aan een advocaat voorgelegd en bezit hij een verklaring dat melding niet hoefde? Het zou zijn positie tegenover justitie sterker maken: die moet dan weer met overtuigender materiaal komen om de verdenking vol te houden.

Als Boonstra de aankopen had gemeld, was hij een van de weinige partners op de lijst met transacties van insiders geweest. De lijst van de STE is openbaar, maar voldoet niet. Het doel van de openbaarheid is niet het informeren van beleggers over aan- en verkopen van aandelen/opties door beslissers, maar het ontmoedigen van handel met voorkennis.

De mazen in het net zijn levensgroot. Wie niet van publiciteit en ophef over zijn transacties houdt, neemt een zakenbank of vermogensbeheerder in de arm die zonder last of ruggespraak de effecten beheert. Dan vervalt de publicatieplicht. En het vermogensbeheercontract hoef je niet te melden. Zo lijkt het alsof sommige managers nooit iets met hun opties doen.

Juist Philips is hierin een uitzondering. In het jaarverslag staat dat een van de bestuurders zijn opties laat beheren door een onafhankelijke partij. Die bestuurder is niet Boonstra, maar A. Baan.

Een andere uitzondering is president-commissaris G. Mesch van Versatel, die 1,1 miljoen van zijn aandelen door zakenbank MeesPierson laat beheren. Maar die moet wegens Versatels notering aan de schermenbeurs Nasdaq ook voldoen aan de Amerikaanse beursregels, die heel wat strenger zijn dan de Nederlandse.

Openheid over het handelen van topmanagers moet de norm zijn, ook als zij hun opties/aandelen niet zelf beheren. De wetenschap dat een ondernemer door het incasseren van bijvoorbeeld zijn opties financieel zelfstandig is geworden, is ook relevante informatie voor beleggers.

    • Menno Tamminga