Belletje trekken

Max en Vera hadden een plan. Het was altijd leuk om een plan te hebben, vonden ze – en helemaal als het een stout plan was, zoals dit plan. Ze gingen namelijk belletje trekken bij de burgemeester en zijn vrouw die zeven poedels had.

,,Waarom eigenlijk bij de burgemeester?'' had Max gevraagd toen het plan klaar was.

,,Dat is spannend Max. Bij wie moeten we anders belletje trekken?'' Vera zei het stoer.

Max kon wel een paar andere adressen bedenken om belletje te trekken, maar hij moest toegeven dat belletje trekken bij de burgemeester spannender was dan bij oma Soep die aan het einde van de straat woonde en die hardstikke doof was. Toch kon het ook wel eens gevaarlijk zijn, volgens hem – belletje trekken bij de burgemeester. Al was het maar vanwege al die poedels van de burgemeestervrouw. Maar hij wilde ook geen spelbreker zijn, en dus gingen ze op pad.

De burgemeester woonde niet ver bij Max en Vera vandaan, in een groot huis met een hoge deur en een brede, stenen trap. Voor de ramen hingen dikke gordijnen. Er lag een grote tuin om het huis heen, en er was een heg. Het was een onvriendelijk huis. Max en Vera werden er een beetje bang van toen ze er een tijdje naar hadden gekeken. Het was ook griezelig weer trouwens, met dikke zwarte wolken die heel snel langs de lucht gleden.

Het was al behoorlijk donker.

,,Doe jij het?'' vroeg Max voorzichtig aan Vera.

,,Durf je niet soms?'' vroeg Vera meteen terug.

Max aarzelde. ,,Jij wel?'' vroeg hij toen.

,,Samen,'' antwoordde Vera en ze pakte Max bij z'n hand.

Ze slopen door het natte gras naar de trap bij de voordeur. Uit het huis kwam geen enkel geluid. Ze hoorden alleen zichzelf hijgen. Voorzichtig klommen ze de trap op, naar de grote statige deur.

,,Waar is de bel?'' fluisterde Vera.

,,Daar.'' Max knikte naar een grote knop waar hij niet eens bij kon als hij op zijn tenen ging staan.

,,Je moet me optillen,'' fluisterde Vera, terwijl ze om zich heen keek.

Nergens gebeurde iets. Alleen een merel zat in een boom te fluiten.

Vera ging op haar tenen staan en Max hurkte achter haar neer. Hij sloeg zijn armen om haar benen en tilde haar omhoog. Vera kon net bij de bel. Met haar hele hand drukte ze keihard op de knop.

Dingdong!

Dingdong!

Dingdong!

Max liet Vera weer zakken. Het dingdongen werd langzaam zachter. In het huis waren zeven poedels aan het keffen. De barse stem van de burgemeester riep dat ze hun kop moesten houden. De stem van de burgemeestersvrouw begon te roepen.

Max en Vera holden weg. Het was nog een heel eind naar de heg bij de straat. Ze gingen deze keer niet over het gras, maar over het grintpad.

Het maakte een ontzettende herrie. Net op tijd doken ze achter de heg weg.

Meteen was het doodstil.

De deur van het huis ging knerpend open. Daar stond de burgemeester. Hij had een enorme snor en een servet om. In zijn hand hield hij een lepel. Achter hem klonk het geblaf van zeven poedels die dichterbij kwamen.

,,Niemand,'' bromde de burgemeester toen hij naar links en naar

rechts had gekeken, ,,merkwaardig.''

Max en Vera proesten het bijna uit.

,,Deur dicht, deur dicht!'' riep de burgemeestervrouw ergens in de donkere gang van het huis, ,,anders gaan de poedels er van door!'' Met een boze klap sloeg de burgemeester de deur dicht.

,,Nog een keer?'' vroeg Max aan Vera toen ze uitgelachen waren.

,,Nog een keer,'' zei Vera meteen.