Altijd het goed gekozen woord

Als het over Ivo de Wijs gaat, gaat het altijd over de woorden. Terwijl het volgens bloemlezer Jaap Bakker net zo goed, zo niet beter over de virtuoze beelden zou kunnen gaan. De rake metaforen liggen in zijn oeuvre immers voor het opscheppen. In het voorwoord van de bundel Het gaat goed met Nederland citeert samensteller Bakker een sterk voorbeeld, over een skischansspringer die te pletter valt op de harde sneeuw: `Zoals een perzik op bazalt / Hij valt, hij valt.' Hij had ook de tekst voor Jasperina de Jong kunnen noemen over de op latere leeftijd toch weer onverwacht opduikende liefde: `als een veenbrand, als een langvergeten vuur...'

Maar met even veel recht kan, als het over de teksten van De Wijs gaat, zijn muzikaliteit worden geprezen. Hij is wel eens nagewezen als een onbedaarlijk rijmelaar, die het maar niet kan laten alles en alles op rijm te zetten. En het is waar: een doodenkele keer is het resultaat weinig meer dan meligheid. Meestal worden zijn nummers er echter des te muzikaler van. Juist door die ongeëvenaarde hoeveelheid dubbel- en binnenrijmen, assonanties en alliteraties is het of zijn teksten al zingen voordat er een componist aan te pas is gekomen. Soms is de luisteraar op het eerste gehoor niet eens in staat alle binnenrijmen en -pretjes bewust te registreren, maar in elk geval klinkt het alsof in zo'n tekst alles met alles samenhangt – en dat heeft een stuwend effect op de melodie.

Pas nu Jaap Bakker, vooral bekend van zijn verbluffende Groot Rijmwoordenboek, een zorgvuldige selectie uit de duizend liedjes van Ivo de Wijs heeft gemaakt, worden alle details van die teksten zichtbaar. Het zijn er 175, grotendeels chronologisch gerangschikt en geannoteerd door De Wijs zelf. Een enkele keer blijft er, bijvoorbeeld los van de jolige voordracht door het Kabaret Ivo de Wijs uit de jaren zeventig, te weinig van over. Maar de meeste teksten laten zich lezen als de plezierdichterij waarvan De Wijs zo'n geestdriftig en spitsvondig beoefenaar is. Bakkers keuze lijkt me ten volle verantwoord. Ik mis eigenlijk maar één nummer dat ik nog wel eens had willen nalezen: het malicieuze Hendrik en ik uit de musical Fien, waarin de heldin dubbelzinnig verslag deed van een mésalliance met prins Hendrik.

Veel meer dan ik me had gerealiseerd, blijkt De Wijs ook te hebben gevarieerd op bestaande uitdrukkingen (over het columnisme: `het is duidelijk roeien met riemen papier') en nieuwe te hebben gemaakt. Zoals: `Wat nu een waarheid als een koe is / is morgen al weer ossehaas.' Of, over de combinatie van carrière en huiselijke plichten: `Een vrouw die aan de top staat / die heeft elk moment beneden wat te doen.' Verder wemelt het van ander woordenspel, nooit als een breed uitgemeten grap, maar als vanzelfsprekend in de tekst verwerkt: oliesjeiks gaan stoken, iemand heeft `een ongezouten hekel / aan strooigoed en aan pekel' en tijdens een stormnacht op Terschelling loopt een man `in de noordooster/ met een zuidwester op zijn hoofd'.

Als een beginselverklaring laat zich het uit 1978 daterende nummer Het gevoel lezen, waarin De Wijs zich honend afzet tegen de `leuterkonterij' van elke politicus, dichter of zanger die `zijn veelheid aan emoties en zijn zinderende ziel' in warrige taal onder woorden brengt. Zelf is hij immers de man van het ene, precies gekozen woord. Ook nu hij zelf steeds vaker gevoelens van weemoed en tederheid tot zijn teksten toelaat, heeft hij die precisie behouden. Liever dan heel wat vaag gemijmer over het verstrijken van tijd is me zijn eenvoudige refrein: `Maar de seizoenen keren terug / de jaren niet.'

Ivo de Wijs: Het gaat goed met Nederland. Nijgh & Van Ditmar, 384 blz. ƒ59,95

    • Henk van Gelder