Alaska tot Vuurland

CONTINENTALE AMBITIES, zware politiebeveiliging en carnaval op straat. Dat staat dit weekeinde de Canadese stad Québec te wachten, waar de `Top van de Amerikaanse landen' wordt gehouden. Het is een bijeenkomst van vierendertig presidenten – alleen de Cubaanse leider Fidel Castro ontbreekt – en het onderwerp van gesprek is de vorming van een Amerikaanse vrijhandelszone (FTAA) in 2006. Op straat zullen activisten luidruchtig stelling nemen tégen vrijhandel in wat zo langzamerhand vertrouwde demonstraties tegen de globalisering zijn.

Het idee van een Amerikaanse vrijhandelszone van Alaska tot Vuurland is tien jaar geleden gelanceerd door George Bush senior. Nu mag zijn zoon George dit project oppakken. Dat is niet eenvoudig, omdat de obstakels groot zijn. Niettemin is het plan het waard om verder uitgewerkt te worden. Er is bovendien de nodige voortgang geboekt op het gebied van regionale vrijhandel. De Verenigde Staten, Canada en Mexico hebben NAFTA gevormd, Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay hebben Mercosur opgericht. NAFTA is een succes, maar Mercosur is kwetsbaar. De devaluatie van de Braziliaanse munt in 1999 heeft Argentinië een groot concurrentienadeel opgeleverd. Onlangs kondigde Argentinië aan eenzijdig zijn importtarieven te verhogen om de langdurige recessie in het land te bestrijden.

Op continentale schaal zijn de problemen nog veel groter. De kloof tussen de economische en financiële gigant in het noorden en de landen van Midden- en Zuid-Amerika is enorm. Deze valt niet met een enkel vrijhandelsverdrag te overbruggen. De traditionele argwaan bij de Latinos over de bedoelingen van de Yankees is begrijpelijk. Van Amerikaanse kant zal goede wil moeten worden getoond. President Bush moet de aanwezigen in Québec overtuigen dat hij van het Congres ruime bevoegdheid zal krijgen om te onderhandelen over een handelsakkoord, de zogenoemde `toestemming voor handelsbevordering'. Het Congres is gewoonlijk protectionistischer ingesteld dan de president. Bovendien zal Bush de Amerikaanse lobby's moeten breken die exporten van landbouwproducten, staal, textiel en andere goederen waarin Latijns Amerika een concurrentievoordeel heeft, naar de Verenigde Staten belemmeren. De president zal niet alleen zijn gesprekspartners moeten overtuigen, maar vooral ook zijn eigen land.

HET VOORDEEL VAN een continentaal handelspact is voor Latijns Amerika dat hiermee de welvarende markten van de Verenigde Staten en Canada geopend worden. Kiezen voor vrijhandel betekent breken met het naar binnen gerichte beleid dat Latijns Amerika decennialang heeft volgehouden. Protectionisme, importsubstitutie, voorrang aan staatsbedrijven en bescherming van `infant industries' met hoge tolmuren hebben Latijns Amerika uiteindelijk meer kwaad dan goed gedaan. In de jaren negentig zijn liberale economische hervormingen doorgevoerd, en het streven om te komen tot een continentale vrijhandelszone is hiervan de bevestiging. Ter ondersteuning van de economische liberalisering en de soms wankele democratisering van de politiek is het van belang dat de Amerikaanse top een succes wordt.

De Amerikaanse presidenten hebben meer dan alleen de demonstraties om zich zorgen over te maken. Brazilië, de grootste economie van Latijns Amerika, is terughoudend over het handelsverdrag. In sommige landen zijn onvoorspelbare populisten aan de macht en Colombia is ten prooi gevallen aan guerrillastrijders en paramilitaire legers die elkaar bestrijden om de macht over de drugshandel. Daarom is het belangrijk dat de boodschap overtuigend overkomt: vrije handel is de beste manier om voor brede lagen van de bevolking economische welvaart te bereiken.